F. De tuin
Voor mijn huis staat een boom die ik door de jaren heen als een soort vriend ben gaan beschouwen. Wat me nu zo fascineert aan die boom, dat weet ik eigenlijk niet precies. Het is een niet eens zo’n erg hoge boom, wijd vertakt, met in de zomer een dicht bladerdek waaronder het op warme zomermaanden heerlijk toeven is. Ik zit graag in de schaduw van de boom wat te lezen of heerlijk weg te dommelen. De boom behoeft verder geen naam, ‘boom’ is genoeg.
Ooit las ik onder deze boom het boek ‘Het parfum’ van de Duitse schrijver Patrick Süskind. Prachtig verhaal, echt een aanrader. In het verhaal komt een passage voor waarin mirabellenjam wordt bereid. In de regel stoort het me niet dat ik niet precies weet wat mirabellen nou eigenlijk voor vruchten zijn en ga onverdroten door met lezen, maar deze keer zocht ik het toch maar eens op. Gek eigenlijk dat zo’n moment je opeens dwingt tot een nadere verklaring. Of is het juist opvallend dat het onverklaarbare je op andere momenten met rust laat en onverklaarbaar wenst te blijven?
Geheel anders is het gesteld met de bomen achter mijn huis, een appel- en een kersenboom. Daar heb ik helemaal niets mee. Ze bestaan, ontegenzeglijk, maar ik voel er geen aparte binding mee.
Dat aparte gevoel een band met een boom te hebben overvalt me ook wanneer ik platanen op mijn pad tegenkom. Deze majestueuze boom met zijn gevlekte boomschors heb ik voor eeuwig in mijn hart gesloten, jaren geleden al, op een terras ergens in Frankrijk.
Eigenlijk zijn de ingrediënten om voor bomen gevoelens te koesteren heel simpel. Het gaat blijkbaar om warme zomermaanden, een heerlijk terras, onder de bewuste boom je onderdompelen in een mooi verhaal en gekoesterd worden door de schaduw van een dicht bladerdek. Eigenlijk niets bijzonders, goed te verklaren. Een kopje koffie is optioneel.
Zo koester ik ook een voorliefde voor de mus. Andere vogelsoorten merk ik wel op: roodborstjes, kraaien, kauwen en duiven, maar die wekken niet datzelfde sentimentele gevoel op. Ik zeg wel mus, maar het mogen wat mij betreft om het even welke mussen zijn, huismus, ringmus, heggenmus, allemaal even leuk.
Sinds kort vliegt er ook een koolmeesje voor mijn huis, misschien zijn het steeds verschillende koolmezen, wie zal het zeggen, die als een bezetene tegen mijn voorraam aanvliegt, weer omhoog fladdert, zich met zijn pootjes tegen de stenen muur vastzet en als een bezetene met zijn snavel tegen het raam begint aan te pikken. Geen idee wat hij hiermee probeert te bereiken. Eten, seks, een nestje? Ik denk van niet. Het lijkt erop dat het beestje de weg kwijt is. Een gestoorde koolmees. Wanneer er op het raam wordt getikt, blijkt het geen bezoek te zijn, maar steeds weer die verrekte koolmees.
Er lopen ook eksters om het huis, maar die stralen met hun agressieve houding en hun zwart witte verenkleed een arrogantie uit die al heel snel een grote antipathie in mij opwekt. Die vogels probeer ik daarom maar zoveel mogelijk te negeren.
Achter het huis zijn de schuttingen aan vervanging toe. Er is een offerte opgesteld. In totaal doen er vijf huizen mee. Volgens planning zal begin Februari de klus geklaard zijn.
Langs de schutting groeit een klimop. De plant woekert als een bezetene en moet dan ook regelmatig worden gesnoeid. Vanwege mijn lichamelijke beperking, ik kan steeds moeilijker staan en lopen door de impact van de ziekte Multiple Sclerose, moet ik daar iemand voor inschakelen. Een vervelende afhankelijkheid, die naar ik vrees bij het klimmen der jaren steeds groter zal worden, MS is namelijk een progressieve aandoening. De plant is werkelijk niet te stuiten. Hij groeit zelfs door het hout van de uitbouw heen en komt olijk even binnen koekeloeren. Een hoop gedoe, dus ik heb besloten, met pijn in het hart, dat de woekerende plant maar moet worden opgedoekt. Dat is vooral vervelend voor de vele mussen die erin schuilen.
Niet zelden krijg ik ook bezoek van een kat, her en der bedekt met oranje vlekjes op zijn witte vacht. Minutenlang zit hij voor de groene wand aandachtig te loeren, de kop naar boven gebogen. Ik vrees dat ook hij in de toekomst mijn tuintje voorbij zal lopen. Jammer, maar helaas. Ik moet maar eens op zoek naar een musvriendelijk groen alternatief. Hierover misschien later meer.

Reacties
Een reactie posten