L. Koffie

We zijn druk bezig om achter in onze tuin een alcoholvrije horeca te maken waar mensen met een afstand op de arbeidsmarkt kunnen werken (een dagbesteding dus).
Ongehinderd door enige kennis vallen we in elke sloot die we tegenkomen (soms in meerdere tegelijk), maar met veel vallen, opstaan, vloeken en weer doorgaan gaan we het toch realiseren.

We wonen in oost-Groningen en willen in onze horeca lokale dingen presenteren. Zoals de echte Winschoter citroenballen. Dat is een Joodse lekkernij die vroeger in het hele land met Pesach (zeg maar het joodse paasfeest) werd gegeten. Winschoten was vroeger na Amsterdam de grootste jodenstad, maar de tweede wereldoorlog maakte daar een wreed einde aan. Slechts weinigen keerden terug. Ook de maker van de Winschoter citroenballen, Mozes Zuidema (aanvankelijk was dat Mozes van Berg, daarom heet het ook wel ‘balletje van Berg’. Hij verkocht het geheime recept aan Mozes Zuidema) werd vermoord in het concentratiekamp Birkenau. De balletjes bleven behouden omdat dochter Geertruida de oorlog overleefde en het recept weer doorgaf aan Mimi Cohen.
En dan zijn er de Grunneger Kekaigies, stroopballetjes die vroeger in plaats van suiker in de koffie werden gebruikt. Wij hebben dat!
Natuurlijk gaan we poffert serveren, een typisch Groningse broodcake, en rond oud-en-nieuw staat er spekkedikken op het menu, dat zijn kleine pannenkoekjes van roggemeel met spek en droge worst.

In onze zoektocht naar lokale producten kwamen we er ook achter dat er in Winschoten een echte koffiebranderij is. Dat zou nog eens leuk zijn, echte Winschoter koffie in onze horeca. Lokaler kan het niet. En zo gingen we vandaag naar de Torenstraat waar de branderij gevestigd is.
Er is een winkeltje bij de branderij waar je de koffie ook kunt drinken. 
Er stond een vrouw achter de toonbank die ons liet zien welke soorten koffie er gebrand werden.
We mochten er ook aan ruiken. Eerlijk gezegd rook ik niet zoveel bijzonders, maar dat kun je niet zeggen tegen iemand die trots het aroma presenteert. En daarnaast staat het niet deskundig als je de ene koffiesoort niet van de andere kunt onderscheiden.
Gelukkig weet ik dan wel weer te improviseren. Ik merkte op dat de ene een subtiele donkere geur had, en dat de andere tamelijk rijp was gebrand. De derde koffiesoort benoemde ik als onderscheidend met een weerbarstig vleugje bitter.
Vergiste ik me, of kreeg de vrouw de neiging om zelf nog eens een keertje te ruiken?

Uiteindelijk besloten we om een koffie te proeven. Inge nam een Americano en ik een dubbele espresso. Na de eerste slok waren we het unaniem eens: dit was niet om te zuipen.
‘Ik drink het niet eens op’, zei Inge. ‘Dat kun je niet maken’, antwoordde ik, ‘daarmee beledig je deze mensen.’ Maar ze was onvermurwbaar. En dus moest ik me, na mijn dubbele espresso, ook nog eens door haar Americano heen worstelen. Dat viel niet mee. Vrouwen zijn hard.
De vrouw achter de toonbank keek naar ons en ik stuurde haar een opbeurende duim.
Nadat ik de koffie uiteindelijk toch had weggewerkt, liep ik naar de toonbank om te betalen.
‘En, hoe vond u het?’, vroeg de vrouw achter de toonbank.
Zonder een moment van aarzeling zei ik heel overtuigend: ‘Heerlijk’ en ik vervolgde: ‘We komen snel weer terug.’
Daarna hebben we het pand definitief verlaten. Is 7 januari te laat om nog voornemens te maken?

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus