L. Zuid-Afrika
Het afgelopen weekend hebben we de zolder opgeruimd en daar ontsloot zich een leven aan herinneringen. Opruimen betekent wegdoen en dat is niet mijn sterkste kant. De naaimachine die mijn moeder bij haar trouwen heeft gekocht. Zo’n oude Singer naaimachine die je met de hand moest draaien. Zou mijn zoon die misschien leuk vinden, vroeg ik me af. Maar Inge zei resoluut dat dit niet het geval zou zijn. Als het om opruimen gaat, dan wijkt ze niet van mijn zijde omdat er anders niets van terecht komt.
Bij het opruimen zijn er vier vakken: het grof-vuil-vak, het rommelmarkt-vak, het misschien-wil-die-het-nog-wel-vak en het zeker-bewaren-vak. Ik wist de Singer naaimachine nog in het rommelmarkt-vak te krijgen. Uitstel van executie. Dat gold ook voor de oude naaidoos van mijn oma.
Argumenten als ‘emotionele waarde’ tellen bij Inge niet. Verder is ze de liefste vrouw van de wereld, maar als ik mijn levenspartner uit had moeten zoeken op het gebied van zolders opruimen, dan had ze geen schijn van kans gehad.
Voor me ligt nu een doos vol oude foto’s en die moet ik selecteren. Het rommelmarkt-vak doet niet meer mee, de andere vakken nog wel. Vooral het misschien-wil-die-het-nog-wel-vak is mijn redding. Ik kan daarmee de verantwoordelijkheid voor eliminatie van de foto’s, en daarmee de moord op onze herinneringen, verschuiven naar mijn broer Ton en mijn zoon Erik.
Sommige foto’s halen het zeker-bewaren-vak. Zoals de trouwfoto van mijn ouders. En ja, ook de foto van mij als kleuter die op het dichtgevroren singeltje vlak bij ons huis op een slee zit. Onder mijn arm draag ik een pakketje. Dat had de kleuterjuf gemaakt en er zat een volgepoepte onderbroek in. Ongelukje. Mijn moeder mocht het kadootje uitpakken.
Uiteraard zit Inge weer naast me. De zoveelste foto van mijn oma, ditmaal met twee mensen naast zich die ik niet herken... ‘Weg ermee’, sist Inge. ‘Maar het zijn misschien wel zussen van mijn oma’, probeer ik nog.
‘We zullen het nooit weten’, antwoordt Inge bikkelhard.
Het grof-vuil-vak in.
Er ligt een foto-album van een vakantie in Zuid-Afrika. Ook dat roept weer herinneringen op. Toen mijn ouders naar Zuid-Afrika gingen, moest ik op het huis passen en ik maakte van die gelegenheid gebruik om in het ouderlijk bed een onstuimige nacht te hebben met M., of heette ze R.? Nou ja, what is in a name. De volgende dag kwam plots de buurvrouw ten tonele. Ik denk dat ze een geheime afspraak met mijn moeder had om mij in de gaten te houden. Ze heeft het bed weer keurig opgemaakt, je zag er niets meer van.
‘Ben je aan het wegdromen?’, vraagt Inge. Ik blader het album weer door. Mijn ouders bij vrienden, mijn ouders op safari. Ze lachen, het was de reis van hun leven. ‘Dit kan ik toch niet wegdoen’, probeer ik stellig. ‘Dat kun je wel’, zegt Inge, ‘Kijk nou eens naar deze foto, dat is een foto van een bloem! Daar staat niet eens iemand op! Onzin om te bewaren’. ‘Dat is niet zomaar een foto van een bloem’, antwoord ik verontwaardigd, ‘dit is een foto van een bloem die door een van mijn ouders is gemaakt. En daar zijn er meer van. Misschien zit er wel een patroon in en leer ik mijn ouders daardoor nu pas echt kennen.’
‘Misschien krijg je daar dan wel vreselijke spijt van’, zegt Inge.
‘Ik ben trots op je’, zegt Inge.
Dan valt mijn oog op een luciferdoosje. Zo’n ouderwets zwaluw-luciferdoosje. Die bestonden toen al, sterk merk. Ze waren nog van hout, niet zoals nu van karton. Ik open het doosje en er zit een plastic zakje in met wat tandjes. Er zit een briefje bij: ‘melktandjes van Ton, dat zwart zijn vullingen’, heeft mijn moeder er bij geschreven.
Ach.. Ik maak er een foto van en app deze door naar mijn broer.
Even later krijg ik antwoord: ‘Heel apart! Bewaar die maar voor me!’ Godzijdank!


Reacties
Een reactie posten