F. Carnaval

Ach carnaval, mijn beste brave carnaval! Afgelopen weekend was het weer eens zover. Mensen kijken er al een jaar naar uit, althans wanneer die mensen in het Zuiden hun bedje hebben staan. Boven de rivieren wordt er bedenkelijk gekeken, maar in het Zuiden gaan de harten sneller kloppen wanneer de datum in zicht komt. Zij die het niet al te breed hebben sparen er het hele jaar voor om in die ene week eventjes helemaal los te kunnen gaan. Zonde van het geld? Nou, daar denken zij anders over. 

Ik kom van boven de rivieren en ben er niet mee grootgebracht. In mijn studententijd had ik nogal wat vrienden die uit Brabant kwamen. Op hun uitnodiging trok ik de stoute schoenen aan en waagde me in het feestgedruis. De cafés propvol, warm, bier dat rijkelijk vloeide en buiten de ijzige vrieskou. Zondag met de hele familie naar de bibberende optocht. Strontvervelend. ‘Dat komt omdat je de woordgrappen niet begrijpt’. De over zijn toeren draaiende felgekleurde waanzin, terwijl de koppijn beukt, de misselijkheid je oren uitspuit en dan die vreselijke kou, nee, de optocht dat is niets voor mij.

Dan maar weer snel de warme cafés in. Verkleden is niet persé noodzakelijk maar het is wel aan te raden. Ik had ergens een blauwe overall weggegrist, een stropdas om m’n kop geknoopt en schminken maar. Het is van het grootste belang om met je gekleurde clownskop er toch nog een beetje aantrekkelijk uit te blijven zien. Je moet de mogelijkheid van een verovering tijdens carnaval altijd openhouden.
Althans, dat was in m’n vrijgezellentijd een nogal overheersend thema. Eerst je vol laten lopen om vervolgens achter de meisjes aan te gaan, in de hoop dat ook zij met een dergelijk thema rondliepen.

De eerste keer dat ik carnaval vierde was in Rozendaal. De volgende morgen, onder de douche, mijn buik opgezwollen tot 2 keer de normale omvang. En maar aardig blijven doen tegen de ouders terwijl ik duizelig, nog net in staat was om rechtop op mijn stoel te blijven zitten.

Het zuipen begon al om 16:00 uur en ging door tot sluitingstijd, 02:00 uur, soms tussendoor nog even naar huis voor de avondmaaltijd, maar steeds vaker zonder een echte onderbreking, 10 uur achter elkaar door. En iedere dag maar weer flappentappen.

Het volgende jaar logeerde ik bij een doktersfamilie in het plaatsje met de fraaie naam de Wouwse Plantage, jaren later bekend geworden van de martelcontainers. Na een aantal dagen gaf de moeder aan dat ze het welletjes vond en dat er voor mij geen plaats meer was in de herberg. En ik moest nog een dag! Toch volgde ik haar aanwijzing op en vertrok naar Utrecht. ’s Middags op bed, kreeg ik last van heimwee. Ik trok de stinkende kleren weer aan en vertrok met de eerste de beste trein naar Rozendaal. Ik kan je zeggen, dan heb je het wel even benauwd. Je kunt wel net doen alsof je het heel leuk en gezellig hebt, maar waar moet je in hemelsnaam slapen? De klok tikte gestaag voort en nog geen slaapplaats in zicht. Totdat ik een jongen tegen het lijf liep die ik kende van het zaalvoetbal. Niet echt een vriend, maar toch een bekende. Hij vond het geen probleem dat ik bij zijn ouders zou gaan slapen. Hij stond bij het voetbalteam bekend als de ‘bloemkool’ vanwege zijn grote bos blonde krullen.

Overdag was het koud maar zonnig, reden genoeg voor een gezonde wandeling door de bossen. Als ontbijt 2 vette braadworsten en later op de dag worstenbroodjes en in de avond een heerlijke pizza. ’s Nachts, hamburgers met gebakken uitjes, mayo en ketchup en doe er nog maar een. Dat kan niet gezond zijn. Vette rotzooi naar binnen proppen, 50 glazen bier achteroverslaan, talloze pakjes sigaretten er doorheen paffen en dan in je natte T-shirt de vrieskou in. Op dat moment heb je eigenlijk nog nergens last van. Tijdens het carnaval gaat alles nog goed, maar daarna steevast een weekje met griep op bed. Hoe kan het ook anders.

Ik moet ook de pretmuziek niet onvermeld laten. Volume en tekstbehandeling. Bomvolle cafézalen en snoeiharde, over z’n toeren gejaagde carnavalskrakers. Sommige ontroerend, andere echt strontvervelend. Dat lamlendige paard laat ik verder maar in de gang staan en Miens vette feestneus laat ik lekker leggen in de la la la la la la.

Qua poëzie staat wat mij betreft het nummer over het bloemetjesgordijn op numero uno. Wat een geniale inval. ‘Weet je wat ik wel zou willen zijn? Een bloemetjesgordijn!’ Heerlijk!

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus