L. Bier
Vandaag hebben we afscheid genomen van W. De eerste letter van zijn voornaam is in het kader van de privacy gefingeerd. De echte letter is bij mij bekend.
W. heeft twee jaar bij ons gewoond. Hij heeft een verstandelijke beperking en
werkt bij de boer.
Hij giechelt om alles en zijn standaardantwoord op alles is ‘bier’.
Zo heerlijk overzichtelijk kan het leven zijn. ‘Wat is je lievelingseten, W.?’
‘Bier’, is dan het antwoord, gevolgd door een aanstekelijk gegiechel.
‘Wat wil je hebben voor je verjaardag?’ ‘Bier’.
‘Wat was het mooiste dat je dit jaar hebt beleefd? ‘Bier’.
‘Op wat voor brandstof rijdt je auto?’ ‘Bier’.
‘Hoeveel is 23 min 19?’ ‘Bier’.
De boer
heeft honderden koeien en die melkt hij drie keer per dag uit. Want hoe vaker
je een koe melkt, hoe meer melk zij gaat produceren. De koeien zien ook geen
wei. Ze hebben een kort melkvol en verder zinloos leven in de stal.
Niet alleen de koeien worden uitgemolken, ook W. ondergaat dat lot. Zijn
normale werkdag begint om zes uur ’s ochtends en eindigt tegen zes uur ’s
avonds. Maar geregeld moet hij een paar uur eerder beginnen en soms is het ook
nodig dat hij ’s avonds doorwerkt. Hij komt dan na middernacht thuis en doet
een korte slaap om de volgende dag weer door te melken.
W. is een keer achter het stuur van zijn auto van vermoeidheid in slaap
gevallen en tegen een lantaarnpaal aangereden. Daarbij liep hij een knieletsel
op.
W. zou door
ons moeten worden begeleid, maar dat vindt de boer onzin. ‘W. weet wel hoe een
wasmachine werkt’. Mokkend ging de boer evenwel akkoord dat W. een paar uur per
week door ons werd begeleid. Wat we niet wisten was dat hij dan de volgende dag
om vier uur moest beginnen in plaats van om zes uur.
Uiteindelijk vonden we het niet verantwoord dat W. zo door ging, en wij hadden
voor W. ook de zorgplicht. Dus nodigden we moeder en de werkbegeleider (de taak
van deze man is om te zorgen dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt
goed terecht komen en dat hun belangen worden verdedigd) uit om te overleggen.
Maar moeder, zelf ook uit een boerengezin afkomstig, vond lange werkdagen bij
een boer heel gewoon en ook de werkbegeleider had er geen enkel probleem mee.
Als W. het leuk vond, waarom dan iets anders?
Het resultaat was dat we de begeleiding gestopt zijn en dat W. daarom ook niet meer bij ons kon wonen. Zijn moeder moest een ander plekje voor hem vinden en dat is niet gelukt.
Maar gelukkig kwam de werkbegeleider met een goed idee en de boer wilde daaraan
maar al te graag meewerken. W. kan in een keet op het erf bij de boer gaan
wonen!
Probleem opgelost. En veel minder kans op een ongeluk met de auto, want hij
hoeft niet meer naar zijn werk te rijden.
Dit weekend
heeft W. zijn appartement leeg gemaakt. Hij liep nog wat mankend, acht maanden
na zijn ongeval. ‘Hoe is het met je knie, W.?’ vroeg ik. ‘Goed’, zei hij.
‘Helemaal geen last meer?’, hield ik aan. ‘Alleen nog bij bepaalde bewegingen’,
antwoordde hij.
Ik denk dat hij bij het ongeval een achterste kruisbandruptuur heeft opgelopen.
Over 25 jaar heeft hij waarschijnlijk een versleten knie. Maar ja, ik kan daar
verder niets aan doen.
Ik gaf W.
een pakje. ‘Een kadootje voor je’, zei ik. ‘Bier’ antwoordde hij giechelend.
Hij had gelijk.
Reacties
Een reactie posten