L. Epibreren
Een leuk stukje schreef je maandag: ‘buiten de lijntjes kleuren’.
Je beschreef hoe een demente moeder bij het scrabbelen onbestaanbare woorden op het bord neerlegde en vervolgens ging je fantasie er mee aan de haal en bedacht je hoe je dit zou kunnen uitwerken tot een kort verhaal.
Het fenomeen ‘onzinwoorden’ bestaat uiteraard al veel langer. Sterker nog, ‘onzinwoorden’ op zich is een bestaand scrabblewoord (daarmee dus geen onzinwoord meer) en met de letters van dat woord kun je 315 woorden maken.
Een onzinwoord is een reeks letters die op een conventioneel woord lijkt, maar niet voorkomt in een standaardwoordenboek. Hoewel het geen betekenis heeft, is het bedacht om een bepaald effect te creëren.
Een bekend onzinwoord is ‘epibreren’, dat in 1954 werd gepubliceerd door Simon Carmiggelt. Hij had dat overigens niet zelf bedacht, zei hij later. Het was verzonnen door een ambtenaar die een lastige klant heen zond met de mededeling dat deze groot gelijk had, maar dat men nog een weekje nodig had om de zaak te epibreren.
Epibreren is inmiddels opgenomen in het woordenboek en het betekent: net doen alsof je iets belangrijks doet of gaat doen, terwijl je eigenlijk niets (nuttigs) uitvoert of zult uitvoeren.
Daarmee is epibreren dus ook geen onzinwoord meer.
Toen ik je stukje las, bedacht ik me dat ik ooit een intro moest schrijven voor een weblog en dat ik dat had gedaan door middel van onzinwoorden. Ik was dat verhaaltje uiteraard inmiddels kwijt, maar met wat googelen op internet kon ik het toch nog terugvinden. Het ging zo:
Ik ben geboren op een woensdagochtend. Het kind is broest, zei de zuster, waarop mijn moeder zei: 'dat heeft hij van zijn vader, die knoerde een etmaal op een bokkel'. Het is dan ook niet verbazend dat ik in mijn jonge jaren al snel de prenk van de straat was. Meermalen stonden er buren aan de deur om te klagen over mijn foesten en bulgen. Mijn moeder stond ze vriendelijk te woord. 'Het is niet anders', zei ze dan. Hij is nu eenmaal een knelp en die doen dat soort dingen.
Na een moeizame middelbare school leerde ik mijn vrouw kennen. Het was op een obatik-beurs waar zij het ceremoniele prognar speelde. Ik was meteen verloren en wist dat ik deze vrouw zou moeten grampen. Maanden heb ik haar achterna gelopen. Uren heb ik voor haar deur staan gloepsen, net zo lang tot ze me eindelijk zag en me haar beminnelijke begof gaf. We hadden een huwelijk vol gorst en begkel, maar we hielden het vol. Tot zij uiteindelijk tegen me zei dat ze klaft ontdekt had en daarom besloten had te prallen. Het was een natuurlijk een truik, maar geen truik die je niet te boven kan komen. Ik besloot vanaf dat moment dat ik gereel zou halgen. En zo was het goed.
En dan nog even dit: Er wordt schaamteloos verdiend aan de energiecrisis als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Vandaag werden de winstcijfers gepubliceerd van de oliemaatschappijen. De winsten waren verdubbeld. Bij de SHELL bijvoorbeeld van 20 miljard dollar naar 40 miljard dollar. Ondertussen komen veel Nederlanders in de financiële problemen omdat men de rekening van gas en licht niet kan betalen. En de politiek doet niets, daarvoor is de lobby van de oliemaatschappijen te groot.
De directieleden en aandeelhouders van de oliemaatschappijen zijn zuivere bordoven die wat mij betreft ter plekke mogen worden gemutterd en in strieken worden gelumperd. Waarvan akte.
Reacties
Een reactie posten