L. Vogeltje
Elke ochtend loop ik met mijn honden een rondje door het bos. Bij de ingang nemen we het rechterbospad, we lopen dan naar het poeltje en draaien daar het linkerbospad op, weer terug naar huis. We doen dat al jaren, dus vele honderden keren zijn we langs het poeltje gelopen. Er gebeurt daar nooit wat. Bij warm weer wil Femke er nog wel eens in lopen, maar Alex heeft een grondige hekel aan water en houdt zich verre van het poeltje.
Tot vanmorgen. Alex zag iets in het poeltje. Hij overwoog om het water in te
gaan, maar dat ging hem te ver. Hij liep nerveus langs het poeltje, jankte
zachtjes en probeerde weer met een poot het water in te gaan, maar deed het
toch niet. Weer teruglopen, weer het water in…? Nee.
En toen
gebeurde er nog iets bijzonders. Er landde een vogel op het grasveld naast het
poeltje. Het hipte ongelukkig rond. Het arme dier was gewond. Alex zag de vogel
en rende eropaf, zoals hij ook achter zijn bal aan rent. De vogel probeerde wel
weg te komen, maar dat ging niet zo goed. Ik zag voor mijn ogen al een drama
voltrekken van ‘hond met vogel in zijn bek’ en gilde naar Alex dat hij
‘hiieerrrrrr’ moest komen. Gelukkig deed hij dat. Ik riemde hem aan en we
vervolgden onze wandeling naar huis.
Ik was tevreden dat ik het vogeltje had gered, maar maakte me toch wel weer
bezorgd, want hoe overleeft een gewond vogeltje? Het kan niet zomaar naar een
dierenarts gaan.
Thuis
vertelde ik het verhaal aan Inge. ‘Dat was geen gewond vogeltje’, zei ze. ‘Denk
eens na. Alex ziet iets in het poeltje dat hem heftig opwindt. Waarschijnlijk
een dier in nood. En dan landt er een vogeltje dat gewond lijkt. Het is bekend
dat moedervogels dat wel doen om belagers van hun jong af te leiden en weg te
lokken.’
‘In februari hebben vogels nog geen jong’, antwoordde ik. Maar ze had gelijk.
Ik had de hele situatie verkeerd geïnterpreteerd. Waarschijnlijk lag er in het
poeltje een andere vogel in nood en had deze moedige moeder geprobeerd om het
roofdier Alex weg te lokken. Met succes overigens.
En dan ontstaat er bij mij weer een dilemma.
‘Er ligt nu misschien een vogeltje in doodsstrijd in het water en jij had zijn
redding kunnen zijn’, zei mijn linkerhersenhelft.
‘Onzin’, antwoordde mijn rechterhersenhelft, ‘en zelfs al zou het zo zijn, je
moet de natuur zijn gang laten gaan. Je kunt niet de hele wereld redden.’
‘De hele wereld niet, maar dit vogeltje misschien nog wel’, zei mijn
linkerhersenhelft.
De rechterhersenhelft zweeg. Hij had dit al vaker meegemaakt en wist dat
verdere discussie zinloos was. En dus ging ik, zonder honden, terug naar het
poeltje om te kijken of ik het vogeltje nog kon redden.
Het was stil bij het poeltje. Ik liep naar het poeltje toe. Er was geen teken
van leven. Ik keek nog eens goed en deed een stap naar voren. Vervolgens
verdween mijn linkerbeen tot halverwege mijn kuit in de modder. Geschrokken
trok ik mijn been terug en dat lukte, maar mijn schoen (een instapper) bleef
achter en werd verzwolgen en omsloten door modder en water.
Ik wist dat
ik mijn schoen niet meer kon redden. Waarschijnlijk zou ik dan ook mijn andere
schoen in de modder verliezen. Niet dat dit nu nog een ramp zou zijn, maar
toch. Dus ging ik, op één schoen en een bemodderde sok, weer terug naar huis.
En zonder een gered vogeltje.
Terwijl ik dit schrijf bedenk ik het vervolg. Over 8000 jaar landt er een UFO
bij het poeltje, op zoek naar sporen van de verloren beschaving. Al het leven
is dan immers al lang verdwenen, door toedoen van de mens.
De UFO vindt mijn gemummificeerde schoen en dat is een geweldige sensatie op
een planeet, ongeveer 20 lichtjaren van hier. Mijn schoen verschijnt daar in
het journaal en geleerden buigen zich over de betekenis van dit object. Ze
komen tot de conclusie dat mijn schoen waarschijnlijk gebruikt werd om uit te
drinken. Dit omdat het bij een waterpoeltje lag en er rondom dat poeltje nog
diverse soortgelijke objecten waren gevonden.
Maar
onderweg naar huis dacht ik wat anders.
‘Ik zei het toch’, mopperde mijn rechterhersenhelft, ‘probeer nou eens niet in
te grijpen. Daar komt niets goeds uit. Laat de natuur gewoon zijn gang gaan’
‘Sorry’, zei mijn linkerhersenhelft timide.
Reacties
Een reactie posten