F. De aandoening
Ik heb een aandoening. Ik lijd aan zelfoverschatting. Ik zou uren kunnen vertellen over momenten waarop ik heel naïef op het gevaar ben afgestapt, om er vervolgens achter te komen dat de wal geen zin had om het schip met zachte hand te keren. Daarna, wonden likken, en weer door. Het is een vervelende aandoening. Ik lijk ook niet te willen leren van eerdere gebeurtenissen. Het zal wel iets erfelijks zijn. ‘Nature’ boven ‘Nurture’.
Na het zien
van een Tarzan film leek het me als kind een goed idee om van een hele hoge
trap af te springen. In mijn verbeelding moest dat zonder meer mogelijk zijn.
Afijn, ik zal je de details besparen maar het was die dag geen heel fijne dag.
Het mag een wonder heten, niets gebroken, maar overal hevige pijn en diepe
schaaf- en snijwonden.
FF snel een
weetje tussendoor. Er bestaat een truc om ze wakker en alert te krijgen, maar
dan moeten ze je wel kunnen horen: ‘graspollen scheuren’. Bij het horen van dat
geluid springen ze in het gelid en loeren scherp in de richting van het geluid,
waar ze een grazende zebra of impala vermoeden.
Je moet
weten, ik heb als kind gejudood. Niet heel geweldig, maar vond het toch leuk om
te doen. Ik ben gestopt bij de halve groene band.
Toen ik daar
zo bij die glazen wand stond, kwam er een spontane gedachte bij me op. Zou het
mogelijk zijn om zo’n leeuw in een judohoudgreep vast te pakken? Ik keek eens
goed en die leeuwin daar rechts, daarvan wist ik het zeker, dat moet mogelijk
zijn. In werkelijkheid heb je natuurlijk geen schijn van kans.
Ik geef je een fractie van een seconde. Maar dat eerste gevoel van ‘Het kan!
Waar wacht je nog op! Gaan!’
is bij mij heel sterk ontwikkeld. Heel vervelend en dwingend. Waarom dat zo is,
ik heb geen flauw idee. De meeste mensen schrikken terug van het idee alleen
al, maar door mijn aandoening overschat ik mijn kansen en denk, waarom ook
niet! Op dat soort momenten geloof ik ook echt dat ik het er zonder
kleerscheuren vanaf zal kunnen brengen.
Ik heb ook
terugkerende dromen met een soortgelijk thema. Ik sta achter de coulissen te
wachten en besef dat het moment gekomen is om het toneel op te gaan. In de zaal
voor me zitten honderden mensen met grote verwachtingen ademloos te wachten op
al het prachtigs wat ik ze zal gaan voorschotelen.
Het doek gaat open en ik doe een stap naar voren. Op dat moment nog zelfverzekerd
en geen spoortje twijfel. Het applaus zwelt aan. En dan, stilte. Vervolgens het
indalende besef dat ik geen flauw idee heb waarom ik daar zo in m’n eentje op
dat toneel sta, heb geen tekst en overal om me heen vragende blikken.
Ik lees dat
Rusland tactische kernraketten in Belarus gaat plaatsen. ‘Kom maar op!’ is de
eerste gedachte die bij me naar boven komt. Een gevaarlijke gedachte. Een kat
in het nauw maakt rare sprongen.
Wat zal de nucleaire kernkat doen opspringen? Vast niet het geluid van een
grazende koedoe.
‘Rustig maar! Geen paniek! Dat durft hij toch niet! En wanneer hij het toch
doet, dan wacht hem de oppermachtige NAVO-furie!’
Het heeft er
alle schijn van dat ik niet de enige ben die last heeft van de aandoening.
Reacties
Een reactie posten