F. De aandoening

Ik heb een aandoening. Ik lijd aan zelfoverschatting. Ik zou uren kunnen vertellen over momenten waarop ik heel naïef op het gevaar ben afgestapt, om er vervolgens achter te komen dat de wal geen zin had om het schip met zachte hand te keren. Daarna, wonden likken, en weer door. Het is een vervelende aandoening. Ik lijk ook niet te willen leren van eerdere gebeurtenissen. Het zal wel iets erfelijks zijn. ‘Nature’ boven ‘Nurture’.

Na het zien van een Tarzan film leek het me als kind een goed idee om van een hele hoge trap af te springen. In mijn verbeelding moest dat zonder meer mogelijk zijn. Afijn, ik zal je de details besparen maar het was die dag geen heel fijne dag. Het mag een wonder heten, niets gebroken, maar overal hevige pijn en diepe schaaf- en snijwonden.

Als jonge vader nam ik mijn kinderen vaak mee naar de dierentuin. Heerlijk rondwandelen door fraai aangelegde tuinen, overal mooie planten en waar je ook keek exotische dieren. In de pauze een lekker patatje met mayo, kroketje erbij, frikadelletje speciaal en zakken met chips en bakken vol met ijs. Ik begin me wel af te vragen waar ik dat fantastisch figuurtje toch aan te danken heb. 

Er is een dierentuin waar je heel dicht bij de leeuwen kunt komen. Welke, dat ben ik vergeten. Tussen jou en de leeuw, alleen nog maar een dikke glazen wand. Je kunt er met je neus tegenaan gaan staan zodat het op de foto net lijkt alsof je de leeuwenadem kunt opsnuiven. De meeste leeuwen liggen wat te soezen en negeren de commotie van ouders en kinderen die soms, heel irritant, tegen de ruit aan gaan slaan of hard beginnen te roepen in de hoop op wat leven in de brouwerij. Tevergeefs.

FF snel een weetje tussendoor. Er bestaat een truc om ze wakker en alert te krijgen, maar dan moeten ze je wel kunnen horen: ‘graspollen scheuren’. Bij het horen van dat geluid springen ze in het gelid en loeren scherp in de richting van het geluid, waar ze een grazende zebra of impala vermoeden.

Je moet weten, ik heb als kind gejudood. Niet heel geweldig, maar vond het toch leuk om te doen. Ik ben gestopt bij de halve groene band.

Toen ik daar zo bij die glazen wand stond, kwam er een spontane gedachte bij me op. Zou het mogelijk zijn om zo’n leeuw in een judohoudgreep vast te pakken? Ik keek eens goed en die leeuwin daar rechts, daarvan wist ik het zeker, dat moet mogelijk zijn. In werkelijkheid heb je natuurlijk geen schijn van kans.
Ik geef je een fractie van een seconde. Maar dat eerste gevoel van ‘Het kan! Waar wacht je nog op! Gaan!’
is bij mij heel sterk ontwikkeld. Heel vervelend en dwingend. Waarom dat zo is, ik heb geen flauw idee. De meeste mensen schrikken terug van het idee alleen al, maar door mijn aandoening overschat ik mijn kansen en denk, waarom ook niet! Op dat soort momenten geloof ik ook echt dat ik het er zonder kleerscheuren vanaf zal kunnen brengen.

Ik heb ook terugkerende dromen met een soortgelijk thema. Ik sta achter de coulissen te wachten en besef dat het moment gekomen is om het toneel op te gaan. In de zaal voor me zitten honderden mensen met grote verwachtingen ademloos te wachten op al het prachtigs wat ik ze zal gaan voorschotelen.
Het doek gaat open en ik doe een stap naar voren. Op dat moment nog zelfverzekerd en geen spoortje twijfel. Het applaus zwelt aan. En dan, stilte. Vervolgens het indalende besef dat ik geen flauw idee heb waarom ik daar zo in m’n eentje op dat toneel sta, heb geen tekst en overal om me heen vragende blikken.

Ik lees dat Rusland tactische kernraketten in Belarus gaat plaatsen. ‘Kom maar op!’ is de eerste gedachte die bij me naar boven komt. Een gevaarlijke gedachte. Een kat in het nauw maakt rare sprongen.
Wat zal de nucleaire kernkat doen opspringen? Vast niet het geluid van een grazende koedoe.
‘Rustig maar! Geen paniek! Dat durft hij toch niet! En wanneer hij het toch doet, dan wacht hem de oppermachtige NAVO-furie!’

Het heeft er alle schijn van dat ik niet de enige ben die last heeft van de aandoening.

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus