F. Het verkiezingsdebat


Er bestaat een verlaten gebied ergens in een groot bos, waar geen mens zich durft te vertonen. Aan de ene kant woont een kabouter met de nogal ingewikkelde naam ‘Informatie ter lering ende vermeak’, en aan de ander kant, een beetje verscholen in het bos, een oude dwerg met een stevige mopsneus en een enorme baard genaamd ‘Iets ongelofelijks ter ore brengen’. Het zijn al jaren dikke vrienden, die samen leuke dingen doen. Vandaag ontvouwde de dwerg zijn plan om eens een debat te voeren.

K: Een debat? Waarover dan?

D: Wat denk je van een verkiezingsdebat?

K: Verkiezingen?

D: Ja, verkiezingen, is dat zo gek?

K: Maar er zijn hier in het bos toch nooit verkiezingen?

D: Net alsof er wel kabouters zijn! Maakt niet uit man! We doen net alsof. Leuk toch! Dan speel jij gewoon iemand die iets belooft en dat ga ik dan afkraken en zeggen dat het onrealistisch is en dat er helemaal geen geld voor is en dat het hele plan sowieso de prullenbak in kan vanwege staande wet- en regelgeving op Nationaal, Europees en Aziatisch niveau. Dat kan ik roepen, want jij weet daar toch geen bal van.

K: Zo, daar heb je goed over nagedacht! Oké, goed, maar dan eis ik wel één ding. Dat ik dan gewoon van alles mag gaan roepen.

D: Goed dan, als je het maar niet te bont maakt. Het moet wel een beetje geloofwaardig blijven. Begin jij maar.

K: Je moet me niet zo op m’n huid zitten. Laat me eens rustig nadenken.

F: K. ging op zijn paddenstoel zitten, de brede riem om de enorme buik. De rood met witte stippen paddenstoel helde gevaarlijk voorover. Zijn dikke kromme beentjes bungelden heen en weer.

K: Laat me eens rustig nadenken. Wat wil ik eigenlijk? Een dak boven m’n hoofd, genoeg te eten hebben en als het kan verzorgd worden wanneer ik ziek word. Onderwijs hoeft van mij niet, dat instituut kan afgeschaft worden. Ik word volgende maand 301, aan mij valt toch niet meer te sleutelen en jij bent nog ouder, dus dat kan gemakkelijk. In dit bos hebben we ook geen politie nodig. Van die vervelende kraai hebben we na dat ongeluk geen last meer.

D: Dus wat wordt het?

 K: Je kunt beter ergens tegen zijn dan ergens voor, dus zoiets als ‘Scholen de deur uit en de politie het dak op’.

D: Oké, dat bekt lekker! En als je nou een leus zou moeten verzinnen voor dat dak boven je hoofd en voor die verzorging?

K: ‘Eigen Kabouter eerst!’ Dat dekt in 1 klap de rechtmatigheid van het hebben van een goed geoutilleerde paddenstoel en geeft prioritering binnen de hulpvraag.

D: Dus als ik het goed begrijp kom ik in jouw plannen helemaal niet voor!

K: Nee, jij moet natuurlijk eigen plannen maken en daar dan eigen leuzen bij verzinnen.

D: In mijn plannen moet iets komen te staan over dwergtolerantie. Ik krijg er een sik van om steeds maar weer op de schopstoel te zitten. Wat vind je van de leus ‘Eigen Dwerg eerst’?

K: Nee, dat is niet eerlijk! Je pikt gewoon mijn leus in! Verzin zelf eens wat!

D: ‘Bos voor en Bos tegen! Stem D., juist nu!’  Zo, wat denk je daarvan?

K: Ik vind het geen leuk spelletje meer. Zullen we iets anders gaan doen? Ik heb laatst een leuk bospaadje ontdekt dat uitkomt op het mensendorp. Kunnen we lachen!

D: Dat is goed, maar dan moet jij me eerst beloven dat ik gewonnen heb.

K: Tatarata! ...en de winnaar is…, Bing, Bang, Knetteretet, van 0 naar 1 zetel, mister D.! Zullen we nu gaan? Als we voor het donker thuis willen zijn moeten we nu toch echt gaan.

F: D. sloeg zijn arm vriendschappelijk over K.’s schouder.

D: Zullen we een liedje gaan zingen? Ik begin wel. JeeHo-JeeHo, wat is het toch fijn om een Dolfijn te mogen zijn!

K: Zeg, weet je wel wat ik zou willen zijn? Een Dweregjesgordijn! 

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus