L. Vonknap
Ik snap het wel, Fred, dat je de schone evangeliste hebt laten passeren, maar aan de andere kant ben ik benieuwd hoe het gegaan zou zijn als je wel op haar was ingegaan.
Ik heb het nu dus weer zelf moeten bedenken. Het einde heb ik nog niet
helemaal, je kunt kiezen uit een aantal mogelijkheden. Het verhaal gaat zo:
Fred had een
evangeliste aan zijn deur, net toen hij Jesus Christ Superstar had opgezet. Dat
kon geen toeval zijn. Normaal zou hij vriendelijk bedanken, maar nu bleef hij
achter met haar folder en telefoonnummer en besloot toch om nader kennis te
maken.
Een paar weken later belde hij me enthousiast op. ‘We hebben fantastische
gesprekken’, zei hij, ‘en we zijn ook naar de schouwburg geweest. Ik voel me
zoveel energieker.’
Wie gunt dat Fred nu niet. Maar zijn stukjes kwamen onregelmatiger binnen en
uiteindelijk helemaal niet meer. Tegen beter weten in checkte ik soms mijn
mailbox. Ik belde hem. ‘Ja, die stukjes’, zei hij, ‘die gaan toch helemaal
nergens over. Bekijk het eens in het grote doel van het heelal waarin we
allemaal met elkaar verbonden zijn dankzij de Schepper die ons lief heeft zoals
Hij nog nooit lief heeft gehad’.
Nou ja, in ieder geval heeft hij een liefde gevonden, dacht ik. Het leven ging
door. Af en toe herlas ik een van zijn stukjes. Wel doodzonde en ik was
eenzaam. Maar zo gaan de dingen.
En toen
belde een paar maanden later zijn zoon Karim. ‘Hij heeft zijn huis verkocht’,
riep hij door de telefoon. ‘Hij woont nu in een kamertje boven de
Koninkrijkszaal. Al zijn geld heeft hij aan die vrouw gegeven. Hij weigert ook
alle contact. Zijn mobiel heeft hij weggedaan’.
Karim en ik besloten om langs te gaan. We kwamen bij de Koninkrijkszaal en een
vrouw deed open.
Ik voelde een rilling over mijn rug gaan. Deze vrouw had…witte pupillen. En
haar linkerbeen was 10 cm korter dan het rechterbeen. Ze sprak ook met een hoog
stemmetje. Ik kende dat ergens van.
We mochten niet naar binnen en weer thuis googelde ik op ‘witte pupil’,
‘beenlengteverschil’ en ‘hoge stem’.
In eerste instantie kwam daar niet veel uit, maar toen ik het ook in andere
talen probeerde, kwam er een document uit Nieuw-Zeeland naar boven waarin
gesproken werd over de ‘sekte van Vonknap’. Dat was een mysterieuze sekte die
mensen ontvoerde. Eenmaal gevangen werd het slachtoffer deels opgegeten op een
bizarre manier. Alles wat uit twee bestond werd een maaltijd. Dus een been, een
arm, maar ook een nier, een oog, een testikel! En als al het dubbele op was,
dan werd in een groot ritueel het hart uitgerukt en kwam het slachtoffer tot
een droevig einde.
Dat konden
we bij Fred niet laten gebeuren. We lazen in het document dat de enige
mogelijkheid om de sekteleden te doden was om het hart te doorboren met een
houten staak van de ‘eenstijlige meidoorn’. Karim en ik maakten twee van die
staken en we gingen terug naar de Koninkrijkszaal.
Karim zou via de achterdeur naar binnen gaan en ik via de voordeur. Deze stond
op een kiertje. Toen ik de deur opende, piepte hij onheilspellend. Binnen was
het schemerig en een kille tocht gleed langs mijn lichaam. Behoedzaam om me
heen kijkend liep ik verder. En toen doemde er een gedaante voor mij op. Het
was de vrouw met de witte pupillen, het beenlengteverschil en de hoge stem!
Ze keek mij strak aan met die akelige witte pupillen en opeens spoot er een
verblindend licht uit die ogen en met een afgrijselijke kreet vloog zij op mij
af. Ik…
Tja, hoe
eindigt dit? Je hebt vier mogelijkheden:
a. Ik was verblind en hield mijn staak in haar richting. Gelukkig vloog de
vrouw in die staak en werd haar hart doorboord. Godzijdank toch gered. Fred was
ook in orde, alleen zijn rechterbeen kwijt.
b. Ik was verblind en weerloos, maar gelukkig gooide Karim, die aan de andere
kant was binnengekomen, zijn staak in haar rug waardoor haar hart werd
doorboord. Allemaal gered, op de linkerarm van Fred na.
c. Ik was volledig gedesoriƫnteerd. Karim was gevlucht en ik werd gevangen
genomen en naast Fred gelegd. Shit, dat heb ik weer, dacht ik, terwijl de vrouw
begerig naar een van mijn oren keek.
d. Ik werd wakker in een ziekenhuisbed. Naast het bed zat mijn moeder en ze
streek me over mijn hoofd. ‘Heb je nu weer zo akelig gedroomd, mannetje?’,
vroeg ze en ze schonk een glaasje ananassap voor me in.
Of heb je
een ander einde?
e. Ik…
Reacties
Een reactie posten