F. Samenwerken
De Germaanse horde moest het
tijdens gevechten meestal afleggen tegen de goed geoliede Romeinse
vechtmachine. We kunnen ervan uitgaan dat een woeste Germaan op zichzelf niet
onderdoet voor een gemiddelde legionair, maar in georganiseerd verband hebben
de woestelingen niets in de melk te brokkelen. Het zat hem vooral in de
strategie van het gecoördineerd samenwerken, vechten met beleid. Niet zoals
barbaren, als dolle honden maar wild op de vijand afrennen, knotsen en schilden
hoog opgeheven, de roodomrande ogen verwilderd in de oogkassen draaiend,
vanwege de gisterenavond inderhaast naar binnen geklokte mede, een alcoholische
drank die gemaakt wordt door honing en water te vergisten.
Ik woon
tegenover een lagere school, dus ik hoor dagelijks groepjes kinderen druk met
elkaar praten over wie, wat, wanneer, bij wie, waar en waarom het spel op die
manier gespeeld dient te worden. Van een formeeldemocratisch
besluitvormingstraject is geen sprake. Wel is duidelijk dat er zich onder het
kleine grut allerlei kleine Hitlertjes bevinden. Zo’n groepje kinderen
(voetvolk en machtige leider) marcheert mijn terrasje voorbij, totaal
gebiologeerd door de woorden van de opgeschoten kleine Führer, nu nog zonder
snor. De anderen gooien nog wel een suggestie op, maar hebben geen schijn van
kans, niks ge-ja-maar of gehuilebalk. De hiërarchie is duidelijk en wordt door
de leden van de kinderbende als heel natuurlijk ervaren. Zo niet, dan moet de
afvallige maar naar een ander speeltuintje, zandbak of naar andere speelkameraadjes
uit gaan kijken.
Wat zijn de
definities en referenties wanneer we spreken over samenwerken? Samenwerken kan
gedefinieerd worden als de gezamenlijk inzet om een bepaald doel te bereiken.
Deze definitie bevat drie elementen, iets gezamenlijks (de sociale component),
de inzet (activiteiten en taken, de projectmatige component) en het doel (de
visie). Op alle drie de aspecten kan het gierend uit de klauwen lopen.
Laat ik deze
referentie eens proberen concreet te maken aan de hand van een herkenbare
gebeurtenis:
De jaarlijkse familiedag. Op sommige wc-verjaardagskalenders staat de dag met
vrolijk gekleurde hartjes omcirkeld. En daar gaat het eigenlijk al mis, bij dat
kleine woordje ‘sommige’. Er zijn ooms en tantes die bij de gedachte aan een
familiedag alleen al in extase kunnen raken en er zijn er bij die natte
angstzweetplekken van het okselklotsen voelen opwellen. Wat we met zekerheid
kunnen vaststellen is dat er een bepaalde verdeling van enthousiasme onder de
familieleden bestaat, waardoor er als vanzelf rollen ontstaan, variërend van
enthousiaste voortrekkers (EV), passieve meelopers (PM) en tegenwerkers (TW).
Kortom, er mag dan wel een duidelijk doel zijn, maar om nu te beweren dat het
doel echt door eenieder gedragen en ondersteund wordt? Deze
verschillende rollen komen, of je het nu leuk vindt of niet, op een gegeven
moment met elkaar in botsing. Daar valt niets tegen te doen. De voortrekkersrol
klaagt over te weinig medewerking en de passievelingen en tegenwerkers balen
van alle voorstellen en activiteiten die hen door de strot worden geduwd en
kunnen niet wachten totdat het hele gedoe weer gauw voorbij zal zijn.
EV: Het
lijkt wel alsof het mijn feestje is, waar jullie je voor hebben ingetekend,
maar waar jullie blijkbaar geen moer voor willen doen. Ik voel me echt in de
kou staan. En dat voor de zoveelste keer! En ik me maar als een idioot uit de
naad werken! Beseffen jullie eigenlijk wel hoeveel werk het is!
PM: Moet je
haar horen! Ze mag dan wel de oudste wezen, maar ze moet het niet te hoog in
haar bol krijgen! Moeten we echt dat hele stuk door dat klote bos? En als het
nou gaat regenen? Kunnen we dan ergens schuilen? Kan ik me ergens op mezelf
terugtrekken? Ik word niet goed van al die ongein! Hopen dat dat hele
klotegedoe weer snel voorbij zal zijn. Misschien moet ik me dit jaar qua drank
maar een beetje inhouden. Vorig jaar liep het helemaal uit de hand. En dan dat
kleffe gedoe van die ome Jan van jou, die toen z’n handen niet thuis kon laten!
Weet je dát nog! Dat arme ding!
TW: Ik ga
dit jaar echt niet! Hoor je me?! Mij niet gezien! Voor geen goud! Vorig jaar
heb ik me nog laten overhalen, maar dit jaar houd ik toch echt mijn poot stijf!
Wat zeg je? Wil je dat ik het doe voor je lieve oude vadertje? Dat hij dan tenminste
ook één keertje per jaar een gezellige dag heeft?! Nou ik bedank voor de eer! Hoe
bedoel je, dan kijk je me de rest van het jaar niet meer aan?! Alsof ik dáár
soms bang voor moet zijn!
En dan moet
de heugelijke dag nog beginnen.
Reacties
Een reactie posten