L. Het leven gaat door
Mijn schoonzusje is na een kort, maar zeer intens ziekbed overleden. Een paar dagen na de crematie ga ik weer terug naar huis, want het leven gaat door. Niet voor mijn schoonzusje, en zeker ook niet voor mijn broer, die zijn leven eveneens catastrofaal tot stilstand heeft zien komen. Alsof je tegen een boom rijdt, zeg maar. Maar ja, het leven gaat door. Ook mijn broer zal zich moeten herpakken, en krakend en steunend weer op gang moeten komen. Op dit moment weet hij absoluut niet hoe hij dat moet doen, want zijn leven is een groot zwart gat. Maar hij heeft er drie jaar voor om er achter te komen en het te doen. Dat heet een rouwproces.
Ik rijd op
de A28 naar huis. Als ik inhaal, zie ik in mijn spiegel een Audi groter worden
en zich aan mijn bumper vastkleven. Bij sommige mensen gaat het leven niet snel
genoeg door. Zij willen als een bezetene naar hun eindbestemming toe. Mijn
schoonzusje had dat niet, maar bereikte, onthaast, toch eerder dan de
Audi-rijder haar eindbestemming. Helaas.
Ik doe mijn richtingaanwijzer uit naar rechts en wissel naar de rechterbaan. De
Audi is al voorbij voor ik de andere baan volledig heb bereikt. Ik zwaai hem
na.
Even later
komt op de A28 het leven toch onverwacht even tot stilstand door een gekantelde
vrachtwagen. Onderzoek heeft uitgewezen dat zeven van de tien gekantelde
vrachtwagens worden veroorzaakt door recent overledenen die het niet kunnen
hebben dat het leven zo eenvoudig doorgaat. De kans is dus groot dat mijn
schoonzusje hier een statement heeft willen maken. Gelijk heeft ze. De
vrachtwagenchauffeur is overigens met de schrik vrijgekomen, want mijn
schoonzusje is niet haatdragend.
We staan
stil op de A28. Er komen gedachten in mij op.
Waarom noem ik haar eigenlijk mijn schoonzusje en niet mijn schoonzus? We
hebben het toch ook niet over ons zwagertje?
Als je er bij stil staat, dan is het raar dat het leven gewoon doorgaat.
Ik haal wat herinneringen op en sta even stil bij het verleden.
Haar paard was, na mijn broer, de grote liefde van mijn schoonzus.
Indrukwekkend was hoe het paard naar de hospice werd gebracht en de twee
afscheid van elkaar namen. Indrukwekkend ook de erehaag van paarden van de
ruiterclub bij de kerk, die mijn schoonzus vervolgens escorteerden vanaf de
kerk en nog even langs haar huis.
Maar dan
gaat het leven weer door, zij het over één rijbaan en wat langzamer dan de
gemiddelde Audi-rijder graag zou willen.
Ik kom thuis
en wordt uitbundig begroet door mijn honden. Ik loop de gemeenschappelijke
huiskamer in en daar zitten drie bewoners.
H. staat op en loopt met uitgestrekte hand op me af. ‘Gecondoleerd, Leo’, zegt
hij.
C. kijkt me aan. Hij weet niet goed wat hij zeggen moet en zegt daarom
hetzelfde als H.: ‘gecondoleerd’.
M. zit op de bank. ‘Gecontroleerd’, doet hij slechthorend mee en vervolgt dan:
‘Gaan we zo een visje halen?’ Want dat doen we altijd op woensdagmiddag.
‘Om kwart voor twaalf sta ik voor je deur’, zeg ik.
Het leven gaat door.
Reacties
Een reactie posten