F. Donderslag bij heldere hemel
‘Niet doen wat je echt wilt’ en ‘om de hete
brij heen draaien’, een kleine greep uit mijn favoriete overlevingsstrategieën.
Ik besef meestal wel dat ik het anders zou willen doen, maar wanneer je je
omringd voelt door de inerte nevelen van besluiteloosheid, dan lijkt op de
plaats rust een alternatief waar goed mee te leven valt.
Om werkelijk te veranderen is iets heftigs of
onverwachts nodig. Niet iedere onverwachte gebeurtenis heeft echter de kracht in
zich om je op je grondvesten te doen schudden. Dat Prigozjin, baas van de
Wagnergroep en lange tijd nauwe bondgenoot van de Russische president Vladimir
Poetin, met 25.000 van zijn moorddadige lieverdjes richting Moskou opstoomde,
was zeker onverwacht, maar voor mij nog geen life-changing-moment.
Een nare man, die baas van dat stelletje
ongeregeld. Nog net op tijd trok hij zijn muitende keutel in. Zo’n ploert heeft
er geen moeite mee om te doen wat hij echt wil. Misschien moet ik maar eens bij
hem in de leer.
Ik neem je mee naar mijn
middelbareschooltijd. Dit ter illustratie van mijn weifelende aard. Ik was een
kindeke van God en de Here Jezus was mijn grote held, een soort uitvergrote
versie van Che Guevara. Vanuit de kerk waartoe ik behoorde werd er door 2
vrouwen een initiatief gestart. Ze ontvingen de plaatselijke gelovige jeugd bij
hen thuis, om onder het genot van een hapje en een drankje levensvragen met
elkaar door te nemen. Daarnaast was er nog voldoende tijd over voor leuke
dingen. Het was een groot succes en breidde zich al snel uit over talloze
huiskamers. Ook spraken we in kleiner verband met elkaar af om een film te bekijken
of gewoon wat op de bank te hangen. Ik herinner me die tijd als een erg
gelukkige tijd.
In het groepje van 6 waartoe ik behoorde,
ontmoette ik een leuk meisje. Hoewel ik onder de indruk van haar was, had ik
toch een bepaalde reserve. Ze was erg nerveus en kon niet stil blijven zitten.
Het deed alarmbellen rinkelen, waardoor ik geen stap durfde te zetten, terwijl
de liefdesvlinders maar bleven komen. Ons contact bleef steken in het besef dat
je op elkaar gesteld bent, maar er toch niet echt voor durven gaan. Dus bleef
het bij achter op de fiets zitten, wandelen door de Grienden en natuurlijk de
wekelijkse religieuze samenkomsten bij iemand thuis. God en geilheid, een
brandbare combinatie.
Wij woonden allebei nog thuis bij onze ouders
in de wijk Zalmplaat, een nieuwbouwwijk, letterlijk onder de rook van Pernis.
Naast deze prachtwijk met zijn flatgebouwen, grasvelden en rijtjeshuizen, lag
een wat oudere wijk, Meeuwenplaat genaamd. Hier liep ik wel eens doorheen, maar
kende er verder geen hond. Het was een soort België, doorgangsland. In België
stop je niet, net zomin als in Breukelen.
Daar raas je doorheen, op weg naar een beter elders.
Op een avond liep ik door de verlaten wijk
Meeuwenplaat. Waarom ik daar zo laat op de avond liep, ik heb geen flauw idee.
Het was al donker en de verlatenheid van de woningen en winkels ademde iets unheimisch
uit. Ik weet nog dat ik daar toen notie van nam, maar was volledig in de ban
van mijn hersenspinsels, aangevuurd door verliefde gevoelens. Zo kon het toch
niet langer! Een beetje stommerdje spelen, terwijl ik toch heel zeker wist dat
zowel zij als ik een liefdesstap zouden willen wagen. Maar ik wist niet goed welke
en hoe ik dat dan zou moeten aanpakken. Wat is daar nu moeilijk aan? zult u
misschien denken. Niets toch? Gewoon een keertje op haar afstappen en het haar
vertellen. Maar iets hield me tegen. Ik denk dat het dat nerveuze van haar was,
wat de boel bij mij blokkeerde. Misschien ook wel bij haar. Ik heb het haar nooit gevraagd.
Ik kwam laatst in mijn dagboek (1978) een
stukje over haar tegen: ‘Jou wens ik het paradijs toe, zoveel geluk dat je niet
zult weten waar je ermee naar toe zal moeten.’
Ik liep daar dus, ’s avonds laat, in gedachten verzonken, wanhopig. Radeloos
richtte ik me tot God. ‘Kunt U er dan niet voor zorgen dat het goed komt? Ik beloof U dat ik het haar zal zeggen, wanneer U ervoor kunt zorgen dat ze hier en nu voor me zal staan.’
En geloof het of niet, daar stond ze! Ik schrok me een ongeluk. Ze wandelde er samen met een hond.
We stonden in een vreemde wijk, op een ongebruikelijk tijdstip, op een donkere
avond, twee verliefde mensen, zenuwachtig naar elkaar kijkend.
Ik heb toen niets over mijn lippen kunnen
krijgen. Sindsdien houdt God zich op de vlakte, begrijpelijk. Ik wist wat ik
wilde, maar deed niets. Zelfs niet nadat de Here der Heerscharen er zijn zegen
over had uitgesproken.
Ik stuitte laatst al googelend op haar
overlijdensbericht. Na twee depressieve periodes had ze in 2016 de hand aan
zichzelf geslagen.
Jou wens ik het paradijs toe, zoveel geluk
dat je niet zult weten waar je ermee naar toe zal moeten.
Reacties
Een reactie posten