F. Onverwachte aanloop

Hallo, mag ik u iets vragen? Het is 09:00 uur, het raam naar de voortuin staat wagenwijd open. Door het raam, naar binnen geleund, een haveloze man, die een verhaal opdist van dakloos door het leven moeten en vannacht door muggen volkomen te zijn lek geprikt. Om zijn verhaal kracht bij te zetten toonde hij zijn gehavende nek. En inderdaad overal akelig rode bulten. Hij krabde er even aan. Of ik wat geld kon missen. Ik kijk naar de rode plekken op mijn eigen arm en vertel hem dat ik geen geld wil geven, waarna de man in een boze verontwaardiging uitbarst. Wat hij allemaal riep, dat verstond ik niet zo goed, maar het betrof waarschijnlijk iets als een aanklacht, niet eens zozeer tegen iets of iemand in het bijzonder, maar tegen onrecht in het algemeen dat naadloos samenviel met zijn eigen betreurenswaardige lot. En natuurlijk tegen al die gluiperige burgermannetjes die in naam wel met al het onrecht in de wereld begaan zijn, maar je als een blok laten vallen wanneer je ze echt nodig hebt. 

Er gingen verschillende emoties door me heen. Die van me bedreigd voelen (de man zag er vervaarlijk uit en leunde, schalks maar toch ook enigszins opdringerig in mijn persoonlijke levenssfeer), schuldig zijn (krent! Je kunt toch wel wat missen!), empathie (hoe zou ík me in zijn situatie voelen?) en het gevoel dat de oplossing heel ergens anders gezocht moest worden, wat de hulpeloosheid alleen maar versterkte.
Ook boosheid, vanwege de leugen. Natuurlijk had hij geld nodig, maar niet voor een slaapplaats zoals hij beweerde, maar om drugs van te kopen. Het was hem aan te zien, geen tand meer in zijn mond, verwaarloosd en ongewassen. Ik overwoog om hem een kop koffie aan te bieden maar hield mijn kaken stevig op elkaar.

Twee gewone burgers die elkaar niet op het meest gunstige moment in hun leven tegen het lijf lopen, zelfs wat vijandig tegenover elkaar zijn komen te staan. Hij vertrok, ik trok de voordeur dicht. Je weet nooit wat zo’n getroebleerde man allemaal in zijn verwarde kop kan halen. Even later zag ik hem door de straat lopen, nu hard om zich heen schreeuwend. Mijn buurvrouw had hem ook al niet willen helpen.

Nu kom je dat vaker tegen, mensen die niet meegaan in verwachtingen van anderen. Adrenaline viert er hoogtij. Schelden, haren uit hoofden trekken, ogen uitkrabben, slaan, spugen en schoppen. 

Ik hoorde onlangs het verhaal van B., een goede vriend. Zijn toch al niet te brede straat was laatst door de overheid eens duchtig onderhanden genomen. Het resultaat, de stoep, versmald en op delen gedecimeerd door de aanleg van een groenvoorziening. Het zou de straat een frisse en gezonde uitstraling geven. Tenminste dat bedenk ik er maar bij. In het projectplan zal het hogere doel luid en duidelijk vermeld hebben gestaan. In de praktijk is de groenvoorziening vooral goed voor achtergelaten blikjes, sigaretten, peuken en -pakjes. Maar wat erger is, fietsen worden door de buren of bezoek van de buren lukraak op de nog vrije delen van de stoep geplaatst, waardoor de toegang tot de woning van B. compleet gebarricadeerd wordt.

Hij is er de man niet naar om de dingen op zijn beloop te laten, dus sprak hij zijn buurvrouw erop aan. Haar reactie beloofde niet veel goeds. ‘Wat verwacht je nou? Waar moet ik hem dán zetten? Er is toch helemaal geen plek? En wanneer ik mijn fiets verplaats, dan zal er binnen no-time wel weer een ander voor in de plaats komen.’

B. heeft het er moeilijk mee. Hij kan het maar niet van zich afzetten en windt zich er enorm over op. Hij verzucht: ‘Misschien moet ik maar eens overwegen om een groot wit kruis op de stoep te kalken!’ 

Ik kan nog talloze gevallen opnoemen van individuen die tegenover elkaar zijn komen te staan en vaak niet eens door eigen toedoen, die door omstandigheden niet nader tot elkaar kunnen of willen komen.
De oplossing zit hem meestal niet in een welwillend luisterend oor, hoewel je dat op het eerste gezicht misschien wel zou denken. Vaak kunnen de personen in kwestie de netelige kwesties zelf niet oplossen, hoe goed de intenties ook mogen zijn. Het moet een treetje hoger gezocht worden. B. zal zijn licht eens gaan opdoen bij de betrokken overheidsinstanties, met het verzoek om de aanpassing aan de straat te heroverwegen. Ik geef hem echter weinig kans. Het project is afgerond, de projectorganisatie ontbonden, de budgetten bevroren of zijn alweer aan een ander nobel doel gealloceerd.

Wat moet mijn dakloze ongenode gast met dit inzicht? Een treetje hoger zoeken? Waarschijnlijk heeft hij alle credit al verspeeld en is er vanuit de hulpverlening geen begrip meer voor zijn situatie. Een individu met een eigen verhaal verworden tot een statistiek.

De ambtenaar kijkt genoegzaam naar de fraaie EXCEL rapportage en kan tevreden zijn. Zijn targets zijn ruimschoots gehaald.

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus