Het was op de lagere school, ik
heette nog Freddy en mijn vriendje Ronnie. Of het ook een echt vriendje was,
dat weet ik niet meer. Ik vierde m’n 8e verjaardag en ik wilde hem
er niet bij hebben. Waarom ik dat zo sterk voelde, geen idee, maar ik was daar
heel duidelijk over. Tijdens het feestje, de taart was net aangesneden, kwam
zijn moeder aan de deur met de vraag of Ronnie alsnog zou mogen deelnemen, want
hij bleek ontroostbaar. Ik hield echter voet bij stuk, ik wilde hem er echt
niet bij hebben. Nu nog, ruim 50 jaar later, voel ik zijn verdriet en voel me
slecht over mijn toenmalige hartvochtige afwijzen. Wat had Ronnie in hemelsnaam
verkeerd gedaan om dit lot over zich af te roepen?
De mens is
ten diepste een sociaal wezen. Afwijzen of zelf afgewezen worden is een nare
sociale uiting, die er diep kan inhakken. In de grote boze buitenwereld, de
wereld van volwassenen zeg maar, is uitsluiting of zelf uitgesloten worden een
regelmatig terugkerend thema. Op individueel niveau of als groep, meestal aan
de hand van een stigma, een duidelijk herkenbare eigenschap die het individu
onderscheidt van de rest van de kudde. Het hebben van een stigma hoeft niet
gelijk tot uitsluiting te leiden, maar het zet de verworpene wel op
achterstand.
Er wordt in
de sociologie onderscheid gemaakt in 3 (zichtbare of onzichtbare) categorieën.
(1) fysieke afwijkingen, (2) mensen met ongewenste karaktertrekken of
gedragingen (psychische stoornissen, gevangenschap, verslaving, alcoholisme,
werkeloosheid, zelfmoordpogingen of radicale politieke overtuigingen) of (3)
behorend tot een bepaald ras, landsaard of religie, waarbij diskwalificatie ook
nog eens overerfbaar is. Kenmerkend is dat uitsluiting niet aanvechtbaar is.
Gevoelens van machteloosheid en intens verdriet, zoals bij Ronnie, ontsteken
niet zelden in boos- of vijandigheid. Maar dat zal ze niet baten.
Uitsluiting
kan iemand overvallen, maar het komt ook voor dat iemand er zelf voor kiest.
Meestal zal verbinding gezocht worden met gelijkgestemden, waardoor de
‘normale’ wereld als een wezensvreemde wereld toch in gezamenlijkheid beleefd
kan worden. Je komt in een parallelle belevingswereld terecht, met slechts een
dunne lijn naar de rest van de wereld. Verschillende belevingswerelden, ieder
met een eigen begrippenkader, inclusief context gevoelige normen en waarden. De
standpunten verharden en er is geen plaats meer voor oprechte belangstelling of
nieuwsgierigheid. En zeker niet voor afwijkende standpunten. Veel te
ingewikkeld en vermoeiend, waardoor kloven zich inslijten. Er ontstaat een
noodzaak om de banden binnen de afgescheidenheid harder aan te halen, waardoor
er een heel complex aan
(on)uitgesproken gedragsregels ontstaat, waarmee de leugen opgeld doet dat
sociale verworpenheid met ere gedragen kan worden.
Ik heb in
mijn bestaan met alle 3 de vormen van stigma te maken gehad.
(1) Lichamelijk, overduidelijk, ik ben invalide. Ik zou het minder hard kunnen
verwoorden, maar dat vertroebelt de discussie alleen maar.
(2) Mijn studententijd kenmerkte zich door een buitencategorische
alcoholinname, waardoor men mij ging mijden. Daarbij kwam ik uit een gezin
waarin alcohol een veel te grote rol voor zichzelf opeiste, waardoor geen enkel
vriendje het aandurfde om op de deur te kloppen om te vragen of ik zin had om buiten
te komen spelen.
(3) Ik was lange tijd erg gelovig, overgeorven, op het ‘Youth for Christ’
belachelijke af. Nog net niet de straat op, met zang en dans, Jezus redt, maar
wel hardvochtige discussies voerend over de vraag hoe de wereld van het kwaad
gered zou kunnen worden.
Alcohol en
de Here Jezus heb ik inmiddels van me af weten te schudden, de invaliditeit
echter zal me nooit meer in de steek laten, erger nog, die zal een steeds
zwaardere tol gaan eisen, compleet met afhankelijkheid van goed bedoelende
hulpverleners.
Hoe zou het
Ronnie vergaan zijn? Geen idee, maar ik denk nog vaak terug aan dat
verjaardagspartijtje, zijn radeloze moeder, dat jonge verdriet en mijn
halsstarrige afwijzen. Mijn afwijzing was waarschijnlijk van categorie 2,
waarin de wereld ingedeeld wordt in jongens die kunnen voetballen en zij die
geen knikker kunnen raken en Ronnie behoorde nou eenmaal tot de groep van
jongens zonder balgevoel. Daar wil je niet mee gezien worden. Dat soort moet
uit je leven verbannen worden, ontkent, gebrandmerkt.
Het is maar
goed dat er op dat moment nog geen QR-code bestond, anders zou Ronnie vast en
zeker een blijvende aantekening aan zijn broek hebben gehad, waardoor zijn
falende capaciteiten voor eenieder voor eeuwig duidelijk waarneembaar zouden zijn.
Je kan dat falen niet aan iemands neus zien, dus biedt zo’n QR-stigma uitkomst.
Goddank! Stel je voor dat je in je onwetendheid er pas na jaren achter komt!
Hem dan alsnog afwijzen is ingewikkeld. Daarvoor heb je samen te veel
meegemaakt.
Het is maar goed dat zijn kinderlijke onvermogen toen al voor eenieder
zichtbaar was.
Het is
duidelijk, Ronnie is niet welkom!
Reacties
Een reactie posten