F. Wolken kijken
Voor ons huis, ik was 10 jaar
oud, lag een, in mijn ogen onmetelijk, korenveld. Samen met mijn vriendje
vertrapten we ons een doorgang, totdat we bij onze hut aankwamen, een in het
rond platgetrapt stuk boerenland, midden in het goudgele koren. De boer zal wel
blij met ons geweest zijn, maar als kind zat ik niet op een warm boerenwelkom
te wachten, maar op grootse avonturen vol met wilde beesten, knapzakken en een
trots Zwitsers zakmes.
Na gedane
zaken gingen we tussen het koren op de grond liggen en keken naar de lucht waar
wolken gestaag aan ons voorbijtrokken. Zonder daar moeite voor te doen, zagen
we in de wolkenflarden paarden, zeeroverhoofdmannen en allerhande dieren, niet
noodzakelijkerwijs heel enge met grote slagtanden, maar eigenlijk altijd wel
types van het gevaarlijke soort. Het mooie van het schouwspel was dat het
steeds veranderde. Een zeilboot kon in luttele seconden overgaan in een
scheetjes producerende baviaan.
Let wel, we waren tien.
Psychiaters,
kunstenaars, paranoïde geesten, maar ook de gemiddelde man of vrouw kent wel
het fenomeen dat ik zou willen omschrijven als ‘wolken kijken’. Een vage vlek
wordt een gezicht, een zwaan of wordt als olifant ontmaskerd. Maar wat moet je
ermee? Nou dat zal ik je vertellen. Geen bal! Het is natuurlijk frappant dat je
’s ochtend een stel sokken verwart met een gezicht, projectie, maar daar moet
een verstandig mens zich niet door uit het lood laten slaan, noch veel waarde
aan hechten.
Er was een tijd dat met name psychoanalytische wijsneuzen de verslagen van patiënten (toen mocht dat woord nog) serieus bestudeerden nadat ze waren blootgesteld aan de zgn. Rorschach-inktvlekkenmethode. Er ging een grap rond onder psychologiestudenten dat er een patiënt rondliep die in alle tien de platen vrouwenborsten meende te ontwaren. Op de vraag van de psychiater om zijn waarneming te expliciteren, antwoorde hij: ‘Waar ik ook kijk, ik zie overal borsten’. Sinds Freud en zijn kompanen is er een diep ingesleten verlangen in ons ontwaakt om onbewuste drijfveren bloot te leggen, krachten die ons voortdrijven, maar ook in de weg kunnen staan. (Veel succes ermee!) Er bestaat een handleiding hoe je de vlekken moet interpreteren. Na het zien van de vlekken zijn er mensen die de zwarte delen benoemen, maar er zijn er ook die m.n. de witte delen tot een zinvol geheel weten om te smeden.
Ook
kunstenaars maken gebruik van het fenomeen ‘wolken kijken’. De eerste fase
bestaat uit het willekeurig aanbrengen van de verflaag, hier en daar nog wat
wrijven en er vervolgens heel lang naar gaan zitten turen totdat het verscholen
gezicht, lijf of griezelig dier zich wil openbaren.
Nou wil het
geval dat ik dit proces zelf ook net doorlopen heb. Ik had het onbewuste
wolkendek-canvas in de hoek van de kamer gezet om er de volgende dag eens goed
voor te gaan zitten, toen een vriend me vol enthousiasme kwam vertellen dat hij
er een leeuw in had gezien. Ik ook kijken natuurlijk en jawel hoor, een
levensechte leeuw, in vol ornaat zonder dat ik me daar bewust van was. Hadden
mijn innerlijke onbewuste drijfveren het leeuwendeel geschilderd of was het
gewoon toeval? ‘The eye of the beholder’, de projectie van de vriend
speelt natuurlijk ook een rol. Maar ik zie de leeuw toch ook? Strekt zijn
projectie zich dan over de hele wereld uit en beïnvloedt het dan ook mijn
waarneming?
Ik zal de afbeelding bijvoegen. Dan moet je net doen alsof je dit verhaaltje niet gelezen hebt en onbevooroordeeld, geheel blanco, het voor de eerste keer ziet.
En? Iets gezien? Ja, die leeuw natuurlijk, met z’n kop in het midden, maar heb je de babyolifant linksonder ook gezien? Of ben ik de enige die dit ziet? In dat geval ben ik benieuwd wat onze beste Freud hierover te zeggen heeft.


Reacties
Een reactie posten