L. Openbaring openbaar
Ik had nooit verwacht dat mijn vorig stukje zoveel zou losmaken. Gisteren dromden tientallen mensen zich samen rond mijn mini-bieb in een poging om het boek van Walsch te bemachtigen. Er ontstond zelfs een handgemeen. Nutteloos, want het boek was niet meer in de mini-bieb.
Veel negatieve reacties ontving ik: Dat het einde van het stukje een anticlimax
was omdat de openbaring niet openbaar werd gemaakt. Er waren mensen die me
bedreigden als ik dat niet alsnog zou doen.
Ze wisten waar ik woonde!
Maar ik
kreeg ook positieve reacties. Zo deelde de uitgever van het boek,
Kosmos-uitgevers, mee dat een nieuwe druk in voorbereiding was en dat de koers
van de uitgeverij omhoog was gevlogen.
Ook ontving ik een email vanuit het Vaticaan waarin stond dat de Paus graag met
mij in conclaaf wilde over de manier waarop de openbaring wereldkundig zou
kunnen worden gemaakt. Want het was belangrijk hoe de kerk op de openbaring kon
inspelen en dat het goede zou winnen van het kwade.
‘Jezus’, zei
ik tegen Inge, ‘het is een leuk project om met Fred stukjes uit te wisselen,
maar dit loopt volkomen uit de hand. Straks gaan voorstanders van de openbaring
en tegenstanders met elkaar op de vuist en vallen er doden. Ik kan ook niet
meer voor jullie veiligheid instaan.’
‘God’, stamelde Inge, ‘Je moet iets doen en proberen het ongedaan te maken. Kun
je dat stukje niet intrekken?’
‘Nee, dat gaat niet’, antwoordde ik, ‘Het is geschreven en het is via internet naar
Fred verzonden. Dan valt het niet meer terug te halen. Alles wat op internet is
geplaatst, is definitief. We moeten iets anders bedenken’.
‘Schrijf het gewoon op en publiceer het, dan luwen de emoties vanzelf’, zei
Inge. ‘Mensen hebben het geheugen van een goudvis, dat zie je aan het feit dat
Rutte ondanks alles de langst zittende premier van Nederland is geworden’.
Ik keek Inge aan. ‘Nooit, maar dan ook helemaal nooit, zal ik zwichten voor
terreur. Ik zal nooit de openbaring openbaar maken uit angst. Hoeveel geweld en
haat er ook op mij af komt, ik zal pal blijven staan!’, zei ik vastberaden.
En dan nu de
openbaring van bladzijde 156/157:
God geeft in het boek aan dat de mensen vroeger beseften dat ze één waren met
alle leven op aarde, in de lucht en in de hemel. Vervolgens kwamen er religies
en is de mens zich gaan afscheiden van het leven en van God. Hierdoor is er
geen toekomst van vrede, vreugde en liefde, maar van angst, worsteling,
rancune, conflict, totale oorlog en gewelddadige dood.
De mensheid staat voor een grote crisis die neer komt op een conflict tussen
ideologieën. Het draait in de crisis om ieders overtuigingen.
De afscheiding is een ontkoppeling van al het andere leven. Dat is niet omdat
we het zo ervaren hebben, maar omdat ons dat is verteld door de verschillende
religies.
Door de afscheiding denken we in ‘goed’ en ‘fout’. Daardoor ontstaat
verdeeldheid.
We moeten er weer van uitgaan dat er slechts Eén van ons is. We moeten ons zien
als Eén lichaam (of één gemeenschap). Vanuit die overtuiging zouden we alles
eerlijk delen en instaan voor elkaars welbevinden.
Zo, nu
alleen Poetin nog overtuigen.
Reacties
Een reactie posten