F. Na de zomer
In de Appie achter 2 stokoude mensen in de wacht staan kan een verzoeking zijn, maar in dit geval ervoer ik het moment als puur cabaret. De scene vertoonde veel overeenkomsten met een sketch uit het Monty Python oeuvre. De vrouw stond lange tijd besluiteloos voor de geopende toetjesvriesdeur. Ze was op zoek naar vertrouwde nagerechten en leek deze niet te kunnen vinden. De man achter haar stond er met zijn karretje bewegingloos naar te kijken. Het was duidelijk niet de bedoeling dat hij zich er mee zou bemoeien. Hun samenzijn typeerde zich door strenge rollen en verantwoordelijkheden. Zij leverde de brains, oren en ogen, hij was de beschermheer, de bewaker van de kar. De vrouw bevoelde en bekneep de alternatieven, maar kon geen keuze maken. De man draaide z’n hoofd en zag mij achter zich staan. Hij leek zich niet druk te maken over mijn lange en geduldige wachten. Een voorbijganger suggereerde om de bel te laten klinken, maar ik had geen haast en vermaakte me kostelijk met die twee....