F. De midgetgolfbaan

Een van de vele stopplaatsen tijdens mijn scoottripjes is de midgetgolfbaan op de grens van Bilthoven. Het biedt ruimte aan een vredelievende, maar enigszins onbenullige bezigheid, alleen leuk voor de allerkleinsten en voor hen die totaal geen fantasie of leven hebben. 

De baan is omgetoverd tot een aards paradijs. Een andere verwoording zou onrecht doen aan deze fabuleuze plek op aarde. Hoge dennenbomen omringen het terrein, waar snaterende vogels het voor het zeggen hebben. Volgens mij is het hier na sluitingstijd een drukte van jewelste. Eekhoorntjes, konijnen, talloze vogelsoorten en een aantal verdwaalde reeën brengen het de eer die het toekomt. Koolmezen die als volleerde bestuurders op de bok zitten van een in der haast omgebouwde pompoen. Iedereen aan boord?! Nadat het JAHAAA! geklonken heeft sluiten ze de poortjes. Le tour du paradis kan beginnen. De nummers van het voorgeschreven parcours worden streng gevolgd. Je moet er niet aan denken wat er zou kunnen gebeuren wanneer de baas van het terrein het in de gaten krijgt. Hij zou ze voor de voeten werpen dat het rotte appels zijn die de rest van het fruit aantasten. De dieren weten zich luid gillend van opwinding in veiligheid te brengen en lopen in de richting van het met schitterende sterren omhulde rijtuig. De koolmezen wenken en moedigen aan om de sprong te wagen. ‘Toe dan, je kan het!’ Via de stenen verhoging op baan 8 wagen ze de sprong. De provisorische wielen kronkelen, waardoor het voertuig vervaarlijk heen en weer schommelt. Nieuwsgierige eekhoorns steken hun kopjes door het bord waarop een krokodil staat afgebeeld. Mensenkinderen vinden het leuk hiervan foto’s te maken, met het kinderkoppie door het gat, waardoor het op de foto net lijkt alsof ze voor even een krokodil zijn. De reeën zal het verder een rotzorg zijn. Die liggen languit op het gras. De warmte van de dag ebt maar langzaam weg. Nog even wat slokjes uit de zilverglinsterende waterbak. Heerlijk koel. De spitse koppen op de voorpoten, de ogen open, luisterend naar het geluid van het zachte briesje dat de loofbladeren zachtjes heen en weer doet deinen. Konijnen die haasje over spelen. Ze rollenbollen dat het een lust is. Er wordt hard gelachen wanneer er eentje door de lucht vliegt, de pootjes omhoog, de ogen opengesperd. Zachtjes weer op aarde geland kruipen ze veilig tegen elkaar aan. In de lucht, vogels die een wedstrijdjes doen. Duikvluchten en loopings. Karel de kievit gooit zoals altijd weer hoge ogen. Overal prachtig gekleurde bloemen, groene planten en hoge bomen. Stilte en dan weer dat briesje. In de verte geschater van een stelletje brutale brulapen en irritant keffende honden. Wooef, wooef! Niemand schrikt ervan. Ze kennen hun pappenheimers. Voor die blafsnuiters hoef je echt niet bang te zijn. Veel herrie, weinig wol. 

Ik zit aan een tafeltje en geniet van de zon, een bakkie zwarte koffie, de bomen en het geschater van vrolijke kinderen. Vaders en moeders, gewapend met cijferlijstjes en rode potloden, volgen het kleine grut op de voet. NIET OP DE BANEN LOPEN, het op de baan gekalkte gebod dat keer op keer met voeten getreden wordt. Er rent een kind de baan op. Op handen en voeten bereikt de peuter de top en gaat daar even stoer staan te doen. De schrik slaat me om het hart. Ik ben al die kapriolen totaal ontgroeit. Ik weet simpelweg de grens niet meer waar vertrouwen voldoet en waar alarmbellen behoren te klinken. 

De zon is nog heerlijk warm. Ik neem een hap van mijn broodje kaas en sluit de ogen. Vlakbij, een vrouw van een jaar of 40, druk aan het bellen. De man naast haar ontfermt zich over de uit de kluiten gewassen tienerdochter. Ze hebben het goed met elkaar, dat is te zien. De vader geeft na lang duwen en trekken toe dat hij in haar zijn meerdere zal moeten erkennen. ‘Oké, jij wint.’ Ze straalt. 

‘Nee’, sprak de vrouw resoluut, ‘dat kan absoluut niet. Hij moet beslist 24 uurs zorg. Hij is de laatste tijd volkomen de weg kwijt, onhandelbaar, onrustig, verdrietig en als hij kans ziet loopt hij zo het huis uit en kan dan de weg naar huis niet meer vinden. Er moet echt iets gebeuren.’ Ze luisterde naar wat er werd teruggezegd. ‘Oké, dat is goed, daar had ik nog niet aan gedacht. Bedankt voor de tip.’ Ze beëindigde het telefoongesprek en ging in kleermakerzit op het gras zitten om in een notieblok wat aantekeningen te maken. Een kleine lieve hond met schattige kleine krulletjes zat geduldig naast haar te wachten. De tienerdochter kwam aangerend en knuffelde de hond. Het kleine staartje ging driftig heen en weer. De vrouw maakte zich zorgen, dat was duidelijk. Het was een mooie, slanke vrouw, prettig om naar te kijken. De zorgen om haar demente vader ademden een betrokken zorgzaamheid uit. 

Wat zij echter niet zag waren de imaginaire dieren die haar met grote ogen op de voet leken te volgen.

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus