F. Schrijven is schrappen
Soms lees je iets, maar dringt dat wat beweerd wordt niet in zijn volle omvang tot je door. Het is als een linkse directe, waar je even een momentje van moet bijkomen. Je vervolgt de dag, maar je bent niet meer jezelf, volledig op drift geraakt. Wanneer iemand je aanspreekt voelt het alsof ze iemand anders bedoelen, alsof je niet meer bestaat, in rook bent opgegaan.
‘Afrikaantjes te koop’ stond er op het bordje te lezen. Wanneer de auteur
van dit vlugschrift het hierbij had gelaten dan was er nog geen man overboord
geweest, maar achter de mededeling stond tussen haakjes (Bloemetjes). Op dat
moment bevestigt het wat het wilde voorkomen. Er worden geen tot slaaf
gemaakten mee bedoeld, maar schattige bloemetjes. Dat extra commentaar (Bloemetjes)
werpt een duister licht op wat vooraf ging en had de vernietigende uitwerking
van een roddelende oudtante. ‘Weet je wat ze daar verkopen?’ Nog voor het Nou?
geklonken had, verzuchtte ze: ‘Afrikaantjes! Geen schattig bloemetjes, maar
ingeoliede gespierde donkere mannen. Voor hoeveel zouden ze over de toonbank
gaan? Het is natuurlijk niet netjes van me, maar ik ben toch reuze benieuwd hoe
het daar vanbinnen aan toegaat. Zouden ze ook geketend in een rij staan
opgesteld? Misschien mag je er zelfs wel even in knijpen. Heel wat anders dan
wat ik iedere nacht onder de lakens aantref!’
Zo’n tussen haakjes bijschrift kan maar beter geschrapt worden. Een
veelgehoord adagium onder schrijvers, ‘Schrijven is schrappen’. Weg met al die
bijvoegelijke naamwoorden en kenmerken die bij de lezer al lang bekend zijn.
‘Terwijl de ondergaande zon rood achter de einder wegzakte en een einde
maakte aan de warme Septemberdag zeeg de gewonde man met veel misbaaar krijsend
ineen en viel voorover in het rulle, goudgele stuifzand, wat hem in gedachten
gelijkschakelde met een overwonnen Saksische krijger.’
Teveel, veel te veel. Ordinaire drukdoenerij. Dat kan korter. Je wordt als lezer niet goed
van al dat imponeergedrag. De lezer kan dan gemakkelijk afhaken. Nou ja, de
meesten dan. Er zijn er ook die juist hard gaan op vage zwemen van
belangwekkendheid. Die blijf je houden. Een ander voorbeeld is een zegswijze
die mijn overleden vader vaak van stal haalde. Om aan te geven dat hij een
ruimdenkend mens was en niets had tegen mannen die de liefde met gelijke kunne
bedreven, refereerde hij aan deze groep als ‘Homootjes’. Het was juist dat
verkleinwoordje dat zijn kortzichtigheid verried. In zijn persoonlijke leven
was dan ook geen spoor van enig homootje te bekennen.
Ondanks al
mijn wellicht onnodige en misschien zelfs wel kwetsende gemopper (zonder
verkleinwoordjes, uitroeptekens of hoofdletters) snap je toch wat er bedoeld
wordt. Het werpt een ander licht op het je druk maken over de vorm van een
literaire uiting. Het gaat er immers om wat er bedoeld wordt. Je ergeren aan
stijl- of schreifvouten is stupide tijdverdrijf voor gemankeerde puristjes.
De afgelopen
tijd stuitte ik op een aantal fraaie woorden en zegswijzen die ik je niet wil
onthouden. ‘Ranjaoranje’, ‘Boerendelicatessen’, ‘Vorst ijs’ en wat vind je van
de zin: ‘Vroeger toen ik oud was’, en het onovertroffen: ‘Elastieke tyrep vw
kever hozen’. Wat een cadans! Goede basis voor een vette rap. Zie het maar als
een vorm van Utrechtse straattaal. Dat verstaat toch ook geen hond.

Reacties
Een reactie posten