L. De weg kwijt (vervolg)
Ik wilde stoppen bij H, maar dat was moeilijker dan gedacht. Want ondanks dat H als spirituele leider steeds meer door het ijs zakte, had ik toch nog wel sympathieke gevoelens voor hem.
Ik had intieme worstelingen in de groep gegooid en stoppen betekende toch ook
wel een beetje uit de roedel stappen.
Maar mijn irritaties bleven maar groeien. Op een gegeven moment ging ik
bijvoorbeeld ‘op de stoel’ om een probleem te onderzoeken. In die tijd betaalde
ik mijn rekeningen nog slechter dan nu en moest ik nogal eens boetes betalen en
soms zelfs incassobureaus te woord staan. Ik wilde wel eens weten welk
kindbesluit daar de oorzaak van was en hoe ik dat kon slechten. Toen ik dat op
de stoel vertelde, was de reactie van H: ‘Je hebt ook al vier maanden
achterstand bij mij’. Bedankt H, een hele steun.
‘Ik ga nu echt stoppen’, dacht ik toen. Maar op de één-na-laatste avond was een
ander me weer voor.
Die kreeg vervolgens de groep over zich heen en dat intimideerde dan weer zo
dat ik, toen ik aan de beurt was om te zeggen of ik door ging of niet, me
keurig voor de volgende acht weken aanmeldde.
‘Het is zo zielig voor H als er meerdere stoppen’, maakte ik mezelf wijs. Maar
ik wist dat ik gewoon een lafaard was. En terwijl de groep steeds kleiner werd
(op een gegeven moment moest de dinsdagavond- en woensdagavond groep zelfs
worden samengevoegd), bleef ik en nog wat andere wezels H trouw.
Ik liet
zelfs een unieke mogelijkheid om te kunnen stoppen schieten. We hadden namelijk
in die acht weken altijd een weekend waarin we al op vrijdagavond kwamen en dan
tot zondagmiddag aan onze problemen werkten. Mijn zoon Erik dropte ik dan
ergens, bijvoorbeeld bij jou, Fred. Nog bedankt overigens.
Een keer was op vrijdagavond Geert Wilders het gesprek van de avond, want hij
zou op zaterdag een speech houden in Amerika die live werd uitgezonden op de
radio en daar wilde H, en ook anderen in de groep, graag naar luisteren. Maar
dat ging me te ver. Ik had geen zin in de negatieve energie van Geert Wilders
en bracht naar voren in de groep dat ik kwam om positieve energie te tanken en
niet om naar Geert Wilders te luisteren. Ik gaf aan dat ik weg zou gaan als
naar het interview geluisterd zou worden.
H reageerde daarop met: ‘Eigenlijk ben jij zelf een Geert Wilders, want jij
gaat zitten beslissen waar anderen wel of niet naar mogen luisteren’.
Maar dat
deed ik niet. Er kwamen twee mensen achter me aan. Er werd gesust en
uiteindelijk vond iedereen iedereen weer lief. Er zou niet naar Geert Wilders
worden geluisterd, dat had ik dan toch wel weer bereikt. Later realiseerde ik
me dat H niet eens zijn verontschuldigingen had aangeboden.
Mijn
ergernis groeide en groeide. Op een gegeven moment zat H weer wat te
verkondigen en keek toen de kring rond: ‘Het vloeit niet’, zei hij, ‘Er is hier
een negatieve energie’. Dat ben ik, dacht ik. Maar ik zei het niet.
En toen ging
B ‘op de stoel’. Het probleem dat hij aan wilde snijden was een collega. B had
het gevoel dat deze hem niet serieus nam, hem zelfs uitlachte en tegenwerkte.
Maar hij was bang om de sfeer te bederven als hij dit op zijn werk aan de orde
bracht. Uiteindelijk kreeg hij van H de opdracht om in de daaropvolgende week
gewoon met de collega te spreken en het probleem toch aan de orde te brengen.
Die week daarop was er een opgeluchte B in de groep. Hij had het gedaan en een
fantastisch gesprek gehad waarin de lucht helemaal was geklaard. ‘Zie je wel’,
zei H, ‘Je moet gewoon doen en niet bang zijn voor wat zou kunnen gebeuren. Wat
dat zit alleen maar in jouw hoofd, het valt altijd mee!’
En toen wist
ik genoeg. Dat moest ik ook doen. Ik belde die week H op voor een persoonlijk
gesprek.
Dat kon uiteraard.
‘Waar kan ik je mee helpen.’, vroeg hij minzaam.
‘Nou, H’, zei ik, weet je nog dat je laatst een negatieve energie voelde?’ Ja,
dat wist hij nog wel. ‘Dat was ik’, zei ik. En ik legde mijn opgekropte ergernissen
van al die maanden op tafel.
Het gezicht van H veranderde van minzaam lachend naar rood van woede. ‘Er uit!’,
brulde hij. Hij stond op en kwam dreigend op me af.
Ik griste mijn jas van de kapstok en verliet haastig het pand. Ik was gestopt!
PS Op de laatste avond liet H de overgebleven discipelen naar me opbellen om te
vertellen wat ze van mij vonden. Het eerste gesprek heb ik verbroken. Ik kreeg
daarna nog drie voicemails die ik maar niet heb afgeluisterd.
Reacties
Een reactie posten