L. De weg kwijt

 ‘Find your why and you will find your way’. Wat een mooie zin uit je stukje van gisteren, Fred.

In mijn zoektocht naar het ‘why’ ben ik dergelijke kretologie maar al te vaak tegengekomen.
Zoals die positief ingestelde alternatieve heler die het negatieve van de reguliere geneeskunde achter zich had gelaten en dus niet deed aan genezing, maar aan gejazing.
Of die coach die drie conservenblikken op tafel zette: een ‘terugblik’ waarin je je verleden evalueerde en daar lering uit trok en een ‘vooruitblik’ waarin je je toekomstplannen kon stoppen en de daartoe te nemen stappen. En voor wie het niet helder zag was er een ‘ogenblik’ met papiertjes waar een vraag op stond die je hielp om het antwoord te vinden. Zonder vraag geen antwoord!

Inmiddels heb ik mijn zoektocht achter de rug. Het waarom van alles weet ik nog steeds niet. Ik ben de weg voortdurend kwijt, maar ik vertrouw blindelings op mijn navigatiesysteem.
Het einde van mijn zoektocht was bij H. H was een bejaarde gestalttherapeut die zijn beroep niet kon loslaten. Twee avonden in de week had hij een groep zoekenden die hij hielp met hun kindbesluiten en blokkades. Ik zat in de dinsdagavondgroep. De concurrerende groep kwam op de woensdagavond.
Na een rondje bespreking van de week ging één van ons ‘op de stoel’ om een blokkade of probleem te bespreken. Soms eindigde dat in een afrekening. Dan mocht je bijvoorbeeld een judomat in elkaar slaan die je vader representeerde. Of het eindigde in een enorme huilbui omdat je terug was gegaan naar je vierde jaar waarin je op de kleuterschool zo werd gepest.

Tot nu toe allemaal prima, maar daarna ging H aan de kring dingen uitleggen. En dan haakte ik af.
Zo beweerde hij dat hij de enige in Nederland erkende zen-meditator was. Toen we hem vroegen hoe hij mediteerde, antwoordde hij: Gewoon, ik ga zitten en dan laat ik alle gedachten opkomen. Bijvoorbeeld: ik moet de huur nog overmaken. Wat een vervelende vrouw gisterenavond op de tv. Wanneer moet de auto zijn APK hebben. Vanavond kip met bloemkool eten. Enzovoort.
Nu had ik in die tijd weinig kennis van mediteren, maar ik wist wel dat bij meditatie je gedachten juist tot rust moesten komen en niet dit. Dat hij de enige erkende Zen-meditator was (door wie erkend? en wat is het belang van erkenning?) was prima, maar als je aan H vroeg wat er volgens hem kwam na de dood, dan was zijn antwoord: ‘Niets’. Dat vond ik een vreemde conclusie van een (zen-)boeddhist.
Maar het werd erger, want hij had rare ideeën. Zo was een vriend van hem gestorven aan leukemie en die had heel gezond geleefd. Goede voeding, alleen het juiste drinken en veel naar de sportschool.
H had de oorzaak van de leukemie bedacht. Dat kwam door het vele sporten!
Als arts zat ik dat beleefd aan te horen. H sprak je niet tegen, hij was een goeroe. Wel was vervelend dat hij ouder werd en bijna wekelijks op de relatie tussen leukemie en sporten terugkwam.

Ik ging me dus steeds meer irriteren en de neiging om te stoppen drong zich steeds meer op.
Nu was het zo dat er de afspraak was dat je steeds twee maanden in de groep meedraaide en dat je niet tussentijds mocht stoppen, dit voor de rust in de groep. Mensen die wilden stoppen, moesten dat op de één-na-laatste avond aangeven zodat de rest van de groep zich kon voorbereiden op het afscheid nemen. In de praktijk was dat echter een avond waarop, onder aanvoering van H, de afvallige onder een enorme groepsdruk werd gezet om toch maar vooral door te gaan. ‘Zo zonde, zoveel mooie stappen gemaakt. Dan ben je er bijna en dan stop je. Alles voor niets’. Iedereen mocht in eigen woorden zeggen waarom de afvallige moest blijven.
Ik heb wel eens gedacht dat deze avonden een soort examen waren. Als je deze groepsdruk kon weerstaan, dan was je sterk genoeg om het leven te weerstaan.
Hoe ik uiteindelijk gestopt ben, dat vertel ik overmorgen. Sorry Fred, maar aan één pagina heb ik nu niet genoeg. Ik verklap één ding, uiteraard ging mijn stoppen op een ongebruikelijke manier. 

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus