L. Het bittere kruid
‘Marga Minco is dood’, zei M, ‘Ze is 103 geworden.’
‘Dat is een respectabele leeftijd’, antwoordde ik.
M heeft iets met de dood. Marga Minco kent hij verder niet en hij heeft
waarschijnlijk nooit iets van haar gelezen. Ik ook niet, hoewel ik haar boek
‘Het bittere kruid’ wel op mijn boekenlijst had staan. Dat kwam omdat iedereen,
maar dan ook iedereen, ‘Het bittere kruid’ op de boekenlijst had staan. Het was
namelijk een heel dun boek (73 bladzijden). Grappig dat je je op deze manier
een plek in de literatuur weet te verkrijgen.
Bij mij stond het op de lijst vanuit de gedachte dat over dit boek niets
gevraagd zou worden, omdat iedereen het immers op de lijst had staan. Dat
werkte, er werd niets over haar gevraagd.
Ik kreeg een voldoende.
Het bittere kruid zou verplicht op elke boekenlijst moeten worden gezet. Het is
het boekenlijstboek.
M weet van alle VIPS uit de vorige eeuw of ze
nog leven. Bij een herhaling van ‘Zeg eens A’ komt John Leddy in beeld. ‘Die is
dood’, zegt M. En wanneer Manfred de Graaf zich op het scherm meldt zegt hij:
‘Ook dood.’ Dokter van de Ploeg: ‘Ook dood’. Maar gelukkig is daar dan nog
Carry Tefsen als Mien Dobbelsteen. ‘Die leeft nog’, zegt M. ‘Dat is fijn’,
antwoord ik.
Nico Haak: dood, André van Duin: Leeft, Liesbeth List: dood. Prinses Margriet:
‘Die leeft nog.’
De dood hangt ook op een andere manier rondom
M. Hij gaat namelijk altijd met mij na het eten de honden uitlaten. Er zijn
hier in Westerlee zeer veel slakken. Van die glibberige bruine naaktslakken. Ze
eten alle planten op, ze eten poep en ze eten ook elkaar. Ze zijn niet echt
kieskeurig.
Ik slof me een beetje door het leven. Als ik een slak raak, dan schop ik hem
eigenlijk weg. Maar dat gebeurt niet zo vaak, want ik let goed op. Slakken zijn
betrekkelijk veilig bij mij.
Bij M is dat totaal anders. Hij sloft niet, maar tilt zijn voet op, verplaatst
deze in de lucht naar voren en laat hem dan met een doffe dreun weer neerkomen.
Daarbij let hij totaal niet op waar zijn voet neerkomt. Dat is menig slak
noodlottig geworden. Vroeger heb ik nog wel eens een slak gered door M een
duwtje te geven op het moment dat zijn voet door de lucht zweefde boven de slak
of door hem attent te maken op de aanwezigheid van de slak, maar inmiddels heb
ik het leven, en daarmee de dood, geaccepteerd.
Ik vraag me wel eens af hoe een slak dat
ondergaat.
Dan kruip je als slak over het bospad en dan voel je een lichte trilling in de
verte. Dat zijn de moordvoeten van M, realiseer je je. Want onder slakken is
dat al snel rondgegaan en iedereen kent het gevaar.
Er volgt weer een trilling, ietsjes harder. Je probeert zo snel mogelijk weg te
kruipen, alleen gaat dat in een slakkengangetje. Het lukt je niet. Was ik maar
een musje, denk je, want dan kon ik opvliegen.
Of een eekhoorntje, dan kon ik snel in een boom klimmen. Maar je bent een slak,
dus niets van dat al. Een duidelijke trilling van de grond volgt. De
moordvoeten van M zijn vlakbij.
Gelukkig heeft een slak geen zweetklieren, dus het angstzweet breekt je niet
uit. Je bidt tot God en je hoopt op een wonder.
Dan doemt er een gigantisch lichaam op en een donkere schaduw is boven je. De
schaduw wordt snel groter en groter en met een enorme dreun wordt je geplet
onder de bal van de moordvoet van M. Morsdood. En dan heb je nog geluk gehad,
want de moordvoet van M had ook alleen op je onderlijf terecht kunnen komen en
dan was je half geplet met een lijdensweg in het vooruitzicht.
Dat lot heeft Marga Minco niet hoeven
ondergaan. Waaraan ze dan wel is gestorven, is mij niet bekend, maar
uiteindelijk heeft ze toch ‘Het bittere kruid’ tot zich moeten nemen.
Bij deze nog bedankt voor het boek dat op mijn boekenlijst stond. Ik ga me
voornemen om het nog eens te lezen.
Reacties
Een reactie posten