F. De herfst
Over de ruit van mijn opengeslagen tuindeur rept zich een beestje in veiligheid. Het is geen hyena, maar ook geen bacterie, iets er tussenin. Ik vermoed een lieveheersbeestje dat op zijn laatste beentjes loopt. Maar wat weet je ervan.
Het beestje zal ook wel gedacht hebben, 19:20 uur en dan al donker? Het moet zich verlaten op wat het voelt en ruikt. Voor hem bestaat er geen tijd, noch kalender. 21 September is aanstaande, de dag dat herfst zijn verfrissende, edoch duistere intrede zal doen, als voorbode voor het winterkoninkje. De donkerende dagen die eenieder toch wat neerslachtig maken, niet alleen degenen die behept zijn met een toch al duistere blik op het bestaan.
De zomer is gereserveerd
voor de pretletters, uitgelaten volk, dat zich te buiten gaat aan spetterend
zwemgerief dat steeds minder om het lijf lijkt te hebben en proost op het
leven, zich ophoudt in louche cocktailbars met felgekleurde drankjes, in openlucht
discotheken en op andere plekken waar gelukkigen zich wensen te vervoegen.
In de verte de opdoemende
winter, met zijn snert en rookworst, stampotten en griesmeelpudding, gedrenkt
in een badje van zoete bessensap. Maar eerst de herfst. Wijkend vertwijfelend
licht, met hier en daar nog een verweesde zonnige dag. Schoksgewijs. Wind en
windstoten. Code geel is afgegeven. Het bewaakte land.
Opvallend veel sirenes vandaag. Brandweerauto’s. Omgewaaide bomen? Takken
op de weg?
Een geplet oud dametje die gewapend met haar rollater zich in veiligheid spoed,
maar te langzaam is om de afgerukte tak te ontwijken en daarna amechtig op het
asfalt achterblijft? Iets anders kan het niet geweest zijn. De brandweer rukt
toch niet voor niets met zoveel bombarie uit?! Stoere mannen zijn het, met
spieren zo dik als kabels, wachtend in de garage. Iemand suggereerde om eens te
gaan pokeren, maar dit werd van hogerhand ontraden. Dan maar met de
tettuut-tettuut erop uit. Je moet toch wat. Je moet er niet aan denken om dat
uniform weer schoon terug de kast in te hangen. Je hebt je ooit met je goede
hart bij de brandweer aangemeld om te redden wat er te redden valt, niet om
collega’s te overtoepen.
De lampen kunnen weer aan. Ik moet ook nog ergens kaarsen hebben liggen,
maar of dat geoorloofd is?
In je eentje? Voor je het weet word je door je overburen betrapt, waarna er
stevig op de voordeur wordt gebonsd en je aan twee geüniformeerden moet
uitleggen waarom.
‘Een feestje? In je eentje? Wat is er in de herfst te vieren dan?’
De mannen druipen af. Maar of ze ook overtuigd zijn? Vrijgezellen,
beweerde je, kunnen het in de herfst ook best gezellig maken. Er hoeft niet
persé iets illegaals aan de hand te zijn. Ze knikten instemmend, twee vingers
aan de pet. Halverwege het tuinpad hielden ze stil en draaiden zich voor de
zekerheid nog even om. Ik wierp ze een joviale groet toe waarmee de lieve vrede
bezegeld leek. Je moet maar zo denken, in de kern zijn het geen slechte kerels.
Het is lekker lezen in het donker. In foetushouding op de bank. Een grote
mok warme chocolademelk. En natuurlijk dat onvermijdelijke koekje. Het boek
openslaan bij de bladzijde met de grootste ezelsoren. De hoofdpersoon had een
ellendig leven achter de rug, vertrouwde niets en niemand meer en had het idee
dat er niemand om hem gaf en toen kwam, heel onverwachts, dat verzoek. Een
bevriend echtpaar wilde hem als hun zoon adopteren. Hij was als baby te
vondeling gelegd, een wees, opgegroeid in een klooster waar hij keer op keer
door broeders mishandeld werd. En dan nu, dat grote geschenk. Hij was er
beduusd van en vroeg zich af of hij het gedroomd had. In het Nederlands
vertaald als ‘een klein leven’, in het Engels ‘a little life’, een titel zoals
het bedoeld is. ‘Een klein leven’, geen alliteratie, niets. Wat dat betreft zou
‘een klein kutleven’ misschien beter geweest zijn, maar dat soort taal stoot
potentiële kopers af. Het boek beslaat
750 pagina’s. Ik ben een langzame lezer, maar neem het desondanks voor de 3e
keer ter hand. Bij sommige passages houd ik het niet droog. Dat je je zo in een
verhaal verliezen kan, heerlijk!
Vanavond echter, geen boekengeneuzel, maar een hopelijk spannende
Champions League wedstrijd tussen PSV en Arsenal. De bal is rond, die trekt zich echt nergens
wat van aan. Ook niet van de overgang naar het herfstig licht, in afwachting
van de duisternis en kou die ons onherroepelijk weer te wachten staan.
Reacties
Een reactie posten