F. Waar zijn ze in hemelsnaam?

Ken je dat? Net nog goed van voornemen, nu al de fout ingegaan. In de spiegel, de steeds dikker wordende kop bovenop de gretig uit zijn voegen dijende buik, gestaag de verkeerde kant op. Dat gulzige, dat gretige, dat moet maar eens afgelopen zijn. Ik zei het net nog tegen de spiegel, nog geen minuut geleden. In de la, een niet te versmaden, niet al te verse appelbeignet, of misschien is het iets anders, iets wat ooit een blozende appel is geweest, met rondom suiker. Voor ik het doorhad helde mijn hand voorover en verdween de lekkernij in mijn keelgat.

Wat is dat toch? Goede voornemens maken zonder er gevolg aan te geven, wat is dat voor een rare kronkel? En dan te beseffen dat ik er eigenlijk helemaal geen woorden aan vuil wilde maken!
De smulpaperij drong het eigenlijke onderwerp brutaal naar de achtergrond. Eenmaal op papier neergedaald kan de dwingende onmatigheid eindelijk tot rust komen en maakt plaats voor het eigenlijke onderwerp, insecten en in het bijzonder de vraag, waar zijn ze in hemelsnaam gebleven?

Ik kan wel zeggen dat ik een ingewikkelde relatie met dieren onderhoud. Mijn verhouding tot insecten spant daarbij de kroon. Ik moet niets hebben van al dat kriebeltuig. Geleedpotigen kunnen sowieso  mijn rug op. Ze schijnen van nut te zijn in de circle of life, maar ik mot ze niet.

Het was me eerder ook al opgevallen dat er steeds minder van rondvliegen. Dus mijn wrevel over steekinicdenten, rood jeukende bulten en irritant gezoem kan gevoeglijk bij het grofvuil. Ik kan me herinneren, en niet eens van zo heel lang geleden, dat we voor het slapen gaan eerst op jacht moesten, lampen aan, iets om mee te meppen en ingespannen turen naar witte muren, waarop meer en meer vieze vegen getuigenis afleggen van geslaagde bloedige aanslagen. Het betreft vooral de steekmug en dan met name de vrouwtjes, die om de een of andere reden al jouw bloed nodig hebben.

In de tuin ook steeds minder wespen, de pitbulls onder de insecten. Er wordt gezegd dat je rustig moet blijven wanneer ze je aanvliegen, maar dat is aan dovemansoren besteed. Eenmaal op de radar moet er wild gewapperd en geslagen worden. Niet zelden zie je iemand verschrikt van zijn stoel opspringen en het terras met helse paniek in het lijf verlaten.

Vroeger hadden we een cavia als huisdier, Blacky genaamd, vanwege de overwegend zwarte vacht. De kinderen hadden er heel lang om gezeurd, dus wij een cavia. Iedereen was als de dood voor dat beestje, dus van voorgenomen geknuffel kwam geen bal terecht. Ik was de pineut en moest zorgdragen voor voedsel en verschoning. Dat laatste schoot er wel eens bij in, dus de woonkamer was in mum van tijd vergeven van de zwarte vliegen. Klote beesten, zwarte vliegen.

Blacky heeft het nog lang volgehouden, maar is tijdens het kerstdiner dan toch eindelijk gaan hemelen. Een slecht gevoel voor timing. Sterven doe je immers op Goede vrijdag, niet op het moment waarop de ster boven de kerststal schittert.

Ook vlinders heb ik dit jaar niet in grote getale waargenomen en ook de bijen ontbraken op het appèl. Nu wil het geval dat mijn beide buren net hun tuintjes met siertegels hebben geplaveid. Dat doet natuurlijk ook geen goed. Ik was al eerder deze weg opgeslagen om zodoende de tuin bereikbaar te maken voor de electrische rolstoel, maar ook ingegeven door het ontbreken van groene vingers en vanwege de onwil om te snoeien en te maaien. 

Zoals ik in mijn column van 2-1-2023 reeds vermeldde, is tijdens het plaatsen van de nieuwe schutting in de achtertuin de groene klimopwand verdwenen. Ik heb het plan opgevat om er iets groens voor in de plaats te zetten, maar tot op heden is het bij goede voornemens gebleven. De mussen hebben intussen hun heil elders gezocht, net als de witte kat die ooit elke dag onder het tuinhek door kroop en eindeloos omhoog bleef loeren op zoek naar al te overmoedige fladderaars.

Waar zijn de insecten gebleven? Zijn ze dit jaar überhaupt tot leven gewekt of verkeren ze in een diepe zomerslaap die naadloos over kan gaan in de winterse variant? Ik mag niet hopen dat de schepper de noodkreet van Extinction Rebellion verkeerd geïnterpreteerd heeft en hij bij het horen van het woord Extinction de opdracht heeft gegeven de vloek over het insectenvolk uit te spreken.

Nee, zo zal het niet gegaan zijn. Hij zag immers ‘dat het goed was’? Dat zegt zo’n man toch niet voor niks?! 

  

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus