L. En bedankt
Op zolder stond een doos en daarin zaten oude familiefoto’s en documenten van voorouders, zoals het diploma van mijn opa en het identiteitsbewijs van oma. Papieren die er niet meer toe doen. En ook foto’s die er niet meer toe doen. Vrouwen in lange zwarte jurken die streng de camera in kijken. Ik weet niet wie het zijn, waarschijnlijk zussen van mijn oma of zo.
Maar ik kan het niet weg doen. Ik ben met deze doos de hoeder van de
familiegeschiedenis.
Aan de andere kant kijk ik er nooit in. Meerdere verhuizingen is de doos
meegegaan zonder geopend te worden. Ooit ga ik dood en dan gaat de doos naar
mijn zoon Erik. Hij zal hem bij ontvangst weer openen, na tientallen jaren, en
de foto’s bekijken. Hij zal onbekende verre familieleden zien en vervolgens de
doos op zijn zolder zetten. Bij de eerste verhuizing plakt hij de doos dicht en
gaat de doos naar een nieuwe zolder. Tot Erik doodgaat en de doos overgaat naar
mijn toekomstige kleinzoon. Dan herhaalt het zich weer.
Het is de cyclus van het leven.
Ik besloot
het te doorbreken. Ik zou de doos nu al aan Erik geven en hij mocht er mee doen
wat hij wilde. Weggooien? Prima. Behouden? Nog beter!
Ik heb de doos naar Erik gebracht zonder er eerst nog even in te kijken, want
mezelf kennende zou ik dan toch geen afscheid kunnen nemen en zou de doos weer
op zolder terecht komen. Weg ermee!
En Erik vond het leuk. ‘Daar snuffel ik eens lekker doorheen’, zei hij. ‘Doe
dat’, zei ik. ‘En gooi gerust weg’, voegde ik er aan toe, wetend dat Erik wat
dat betreft net zo’n week dier is als ik.
Een paar weken later kwam Erik langs met een schrift. ‘Je was vroeger ook al
een schrijvertje’, zei hij en hij overhandigde me een schrift dat hij uit de
doos had gehaald.
Toen hij weg was, bladerde ik het schrift door. Het waren mijn literaire
werkjes uit mijn middelbare schooltijd. Vertederend begon ik te lezen, maar dat
veranderde al snel in verbazing en verbijstering.
Wat een pedant mannetje was ik. Ik las een verhaal over het maken van een
perpetuum mobile, ik ging de lezer uitleggen wat filosofie was, schreef een
verhandeling over macro- en microkosmos, beschreef onze toekomst (overigens was
de plank niet altijd misgeslagen). Ik vertelde de lezer hoe gedichten moesten
worden gemaakt. Schreef een afscheidsbrief aan een meisje dat het uit had
gemaakt (gelijk had ze als ik het zo las).
Ik zal het u besparen. Neem alleen al het voorwoord:
Dit boek is bedoeld als bijdrage voor een nieuwe en betere wereld. Ik laat
zien hoe een mens, dat helemaal geen deskundige is op verschillende gebieden,
een mening en een oplossing kan vormen.
Maar ja, het was toch wel mij in een bepaalde fase. Zou ik mezelf niet verloochenen als ik het weg gooide? Ik had het immers oprecht geschreven. Het gaf ook een beetje de weg aan die ik doorlopen had. Daar moest ik juist trots op zijn!
Ik kwam er niet meer uit en ik besloot jou het antwoord te laten geven, Fred, op de vraag: Mag een kunstenaar zijn jeugdwerk vernietigen.
Je antwoord was duidelijk. En bedankt!

Reacties
Een reactie posten