F. De interventie
De Democratie lag op bed heerlijk te dromen. Ze waren allemaal gekomen en voor de gelegenheid een keer op tijd. De broers en zussen, vader en moeder en zelfs een bevriende buurman. Over 1 ding waren ze het eens, zoals het nu gaat, zo kan het echt niet langer.
’s Morgensvroeg, de dauw nog over de velden.
Blauwbekken, van de ene voet nerveus op de andere wiebelend. Ze zouden rustig
naar binnen gaan. De oudste broer had aangeboden om hem te wekken en zou hem in
alle rust vertellen dat hij niets te vrezen had, maar dat zijn lijfelijke
aanwezigheid zeer op prijs werd gesteld. Wanneer hij zich zou verzetten dan was
het codewoord ‘Chips’ voldoende om gezamenlijk op te treden en hem desnoods te
dwingen mee te komen. Zoals gezegd, zo kon het echt niet langer.
Nood breekt wetten.
De familie en die ene vriend zaten gespannen
te wachten, toen zijn drinkmaatjes op de proppen kwamen. Ze hadden die dag een
reisje gepland langs een aantal bierproeverijen. Iemand had zich als BOB
opgeworpen. De rest mocht zich tegoed doen aan het overvloedige gerstenat. Ze
hadden er duidelijk zin in. Het ongeduld gierde door de ruimte. Ze hadden nog
een hele dorstig tocht voor de boeg.
Er ontstond een discussie tussen het gezin en
de drankvrienden of vandaag wel de juiste dag was om in te grijpen. Laat hem
vandaag nog even met rust, werd er geopperd, dan beloven we hem na dit weekend weer
fris en fruitig aan te laten treden om met jullie in gesprek te gaan. Zo werd
besloten. Democratie keek even vreemd op toen hij zijn familie in de woonkamer
zag zitten, maar toen ze zonder iets te zeggen vertrokken, kon ook hij zich
gaan opmaken voor het proeffestijn.
Ze hadden voor de gelegenheid een busje
gehuurd. Het busje was van een voormalige hippie geweest, die het niet zo nauw
nam met onderhouds- en wasbeurten. Op de zijkanten verhulde kleurige bloemige
afbeeldingen dat het vervoersmiddel oud en versleten was. Ze pasten er met zijn
allen in, maar daarmee was ook alles wel gezegd. De sleutel werd omgedraaid,
maar het barrel gaf geen sjoege. Aan de benzine kon het niet liggen, de meter
gaf meer dan voldoende aan. Na wat getik, zakte de meter tot diep in het rood.
‘Verdomme, dit is waar ik voor gewaarschuwd heb! Ik zei het toch?! Niet naar die
meter kijken! Gewoon 50 liter erin gooien!’ Daar stonden ze dan. Vroeg in de
morgen, in hun bont geschilderde koekblik, ieder met een gezicht op onweer, met
in hun midden, de vermoeide democratie.
Op dat moment begon het te waaien. Ook dat
nog. En met het waaien, begon het ook te regenen. Daar had Buienradar niets
over gezegd. Die had het alleen maar over tropische temperaturen, code rood.
Na wat op internet rondgebanjerd te hebben,
zagen ze dat het om een bewuste aanval ging. De elementen hadden zich verenigd
en waren vastbesloten. Vandaag zou de wal het schip gaan keren. Waarom en
waarom nu waren vragen waar ze op dat moment geen antwoord op hadden.
In een afgebladderde boom zat een Russische
aasgier gebroederlijk naast het kleinere Syrisch grut. Op de grond, hongerige
Hamas jachtluipaarden, Israëlische leeuwen en talloze Iraanse sluipwespen.
Je kon wel om je moeder gaan roepen, maar die had net het huis verlaten.
Democratie voelde zich toch al niet zo goed en dan dit. Misschien moest hij
zich eens in het gezicht slaan, wakker worden, voor het te laat was. Maar na
die enkele oprisping bleef het stil en alles bij het oude. Het voelde alsof hij
zich de opdracht had gegeven om een meter langer te groeien, zijn neus nog net
boven het moeras.
Niet zelden voelde hij onmacht. Hij probeerde
het wel, daar lag het niet aan, maar faalde keer op keer. Tenminste zo noemde
hij dat. Anderen vonden dat hij te streng was voor zichzelf, in het besef dat
het niet alleen aan hem kon liggen en dat hij in zijn eentje nog geen deuk in
een pakje boter kon slaan. En zeker niet gezien de staat waarin hij
tegenwoordig verkeerde.
Nu lijkt wat ooit eenduidig, mooi en
vanzelfsprekend was, betekenisloos, krachteloos en zonder een belangwekkend
eenduidig doel. Terwijl het toch ooit mooie visioenen waren, democratie en
rechtsstaat. Te veel issues op wereldschaal doen het de das om. Zou het nog
helpen? Een interventie? Een referendum? Inzet van technologie, AI misschien?
Nationale verkiezingen?
Reinhard Mey zong het ooit: ‘Es wird Zeit
für mich zu gehen’. De zieke democratie vervaagt, wordt vervangen door de
sterke man, de man die alles kan. Kijk maar naar AJAX. Daar gaat de door ziekte
geplaagde geweldenaar van Gaal er eens grondig de bezem doorhalen. Kun je
nagaan, ziek zijn en dan als sterke man gezien worden. Het kan, zullen ze bij
AJAX denken, als we ons maar aan de machtige alleskunner overgeven.
Of zoals ze in hongerig Afrika zeggen: ‘Alles
sal reg kom’. Wie ben ik dan om dat tegen te spreken.
Reacties
Een reactie posten