L. Een waardeloze God

In mijn vroegere stadstuintje in Voordorp  had ik een piepklein vijvertje.

Het was eigenlijk een speciekuip waar ik wat waterplanten in had gedaan en vier goudvissen.
Het is volstrekt duidelijk dat in deze ‘vijver’ geen natuurlijk evenwicht tot stand kon komen en de vijver en haar bewoners (er kwamen zelfs kikkers bij!) waren afhankelijk van mijn interventies. Als de vijver troebel werd, dan ging ik naar het tuincentrum en druppelde dan wat verhelderend werkende chemicaliën in de vijver. Ik voerde de vissen ook een piepklein beetje bij zodat ze niet zouden verhongeren.
Eigenlijk was ik God en deze vijver was mijn schepping. Ik stelde me voor dat de vissen daar ook over spraken. Als ik me voorover boog om wat snippers voer aan mijn schepselen te schenken, dan zag ik wel eens een vis die omhoog keek. Als ik weer weg was en hij naar beneden zwom, dan zou hij zeggen: 
‘Ik heb God gezien. Er is een hogere macht die ons lief heeft en voor ons zorgt.’
‘Larie’, zei de vis die altijd beneden bleef, ‘als die God van jou echt bestond, dan zaten we hier niet in een speciekuip.’ Maar de omhoogkijkende vis bleef een diep vertrouwen in zijn God hebben.

Op een gegeven moment landde er een reiger bij mijn vijver. Ik zag het gebeuren en vloog naar de vijver om mijn schepselen voor de dood te behoeden. Reigers vliegen heel statig op en dat deed deze ook.
Een mooi gezicht, maar je weet dat zo’n reiger terugkomt en niet rust voor je hele vijver leeg is.
Dus ging ik naar het tuincentrum om iets te kopen waardoor de reiger zou worden afgeschrikt.
Mijn oog viel op schrikdraad. Op de doos stond dat het ook katten zou weghouden en dat was mooi meegenomen.
Ik spande het schrikdraad lekker strak om de vijver heen en mijn vissen konden weer rustig zwemmen.
God keek naar wat hij had gemaakt en zag dat het goed was.
Maar de zoon van God, Erik dus, moest er natuurlijk weer de draak mee steken. Hij zag die oranje gekleurde visjes zwemmen, het om de vijver heen geknutselde schrikdraad en vroeg aan God: ‘Ben je Guantanamo Bay aan het spelen?’ En toen God even weg was, zette hij Lego-poppetjes rond de vijver. ‘Bewakers’, verduidelijkte hij. Dat soort humor had de zoon van God weer van zijn moeder.
Maar de reiger had mooi het nakijken. De vissen overigens ook, want na verloop van tijd had God veel andere dingen te doen en bekommerde zich te weinig om de vijver. Op een dag dreef er een dode vis in de vijver. Ik haalde hem weg en hoorde de vis die altijd beneden bleef zeggen: ‘Waar is die God van jou dan nu?’ En ik hoorde de omhoogkijkende vis antwoorden: ‘Heb vertrouwen, God bestaat en zal terugkomen.’ God voelde zich schuldig.

Uiteindelijk heb ik de twee overgebleven vissen uit de speciebak gehaald en in de vijver van een kennis geplompt. Daar hadden ze een andere God die beter voor ze zou zorgen.
In onze tuin hebben we nu weer een vijver, maar dan wel een hele grote. Iemand had daar 10 goudvissen in gegooid en later had een dorpsgenoot stiekem de vissen uit zijn vijver er ook nog eens bij gegooid.
Ik heb er een groot net over gedaan tegen de reiger. 

Maar de vissen plantten zich in hoog tempo voort, zodat het al snel krioelde van de vis.
Het water werd troebel en ik haalde er een deskundige bij. ‘Er zit veel te veel vis in die vijver’, zei hij,
‘die poepen allemaal en het water wordt veel te slecht van kwaliteit’.
Ja, dat wist God natuurlijk ook wel. ‘Een filtersysteem?’, opperde God. De deskundige schudde het hoofd en herhaalde: ‘Er zit gewoon veel te veel vis in die vijver.’
‘Wat stel je voor?’, vroeg God en de deskundige antwoordde: ‘Je moet gewoon het net er af halen en dan doet de reiger het werk wel’.
God besefte dat de deskundige gelijk had, maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om die arme visjes te voeren aan de reiger. Ik ben gewoon een waardeloze God.

Gratis af te halen, honderden hele lieve goudvissen!

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus