L. Blue pale dot
Het tweede dat mij opviel was de enorme sterrenhemel. In Utrecht is er een
flinke lichtvervuiling en als ik dan in mijn stadstuintje van 10 bij 5 stond,
dan zag ik een enkele ster. In mijn dorpstuin van 30 bij 30 in het Dark Sky
Park van Westerlee zag ik de Melkweg en drong het besef van de eindeloze ruimte
een beetje door. Een beetje maar, want het menselijk brein kan het onmetelijke
niet bevatten.
Zo weten we bijvoorbeeld dat er drie dimensies zijn (lengte, breedte, hoogte)
en de vierde dimensie (tijd) kunnen we ons ook nog voorstellen. Maar dat er nog
zeven andere dimensies zijn, dat wil er niet in.
Dat zijn namelijk opgerolde dimensies en die kunnen we zien noch bevatten.
In mijn
dorpstuin fantaseer ik over dat onvoorstelbare universum. Ik stel me dan
bijvoorbeeld voor dat onze aarde een elektron is dat om het atoom de zon
draait. Alle sterren zijn niet meer dan atomen. En alle sterren samen vormen
dan misschien wel een lichaam, zoals de atomen van mijn lichaam mij weer vormen.
Misschien zijn we wel een fractie van een enorme dinosaurus. We kunnen dat niet
zien, zoals de wetenschappers op het elektron in mijn lichaam ook niet kunnen
bevroeden dat ze onderdeel zijn van een Goddelijk lichaam.
Voor het geval u nog met mij meedenkt en probeert mij te volgen heb ik de
volgende gedachtenkronkel.
Stel, u bent een astronoom en u zit samen met een andere astronoom op een
elektron dat om een atoom draait. U kijkt in uw ruimte en ziet de andere atomen
als sterren. U beschrijft ze, maar u beseft niet dat datgene dat u beschrijft slechts
een bladgroenkorrel is in het blad van een boom.
Uw universum is een bladgroenkorrel en u bent onwetend dat er ontelbare andere
bladgroenkorrels in het blad zitten…in een boom met ontelbare bladeren…in een
bos met ontelbare bomen…op een planeet met ontelbare bossen…in een Melkweg met
ontelbare planeten…in een universum met ontelbare Melkwegen. En dat universum
vormt samen met ontelbare universums rondom zich weer een elektron dat zweeft
rondom een atoom in een bladgroenkorrel.
Goed, ik ben
u kwijt. Misschien moet ik ook niet de grootte van het ons omringende proberen
voor te stellen, maar het minieme dat wij zijn.
In 1977 werd de Voyager 1 gelanceerd die de buitenste planeten van ons
zonnestelsel moest fotograferen om vervolgens ons zonnestelsel te verlaten en
uiteindelijk de interstellaire ruimte in te vliegen.
We zouden het moeten koesteren en delen. Helaas zijn we bezig om dat kleine stipje te vernietigen. Om dat te voorkomen (kan dat nog?) is er op dit moment een klimaatconferentie in Dubai en is men druk aan het compromissen sluiten om het tij te keren. Ik wens de deelnemers heel veel wijsheid toe.

Reacties
Een reactie posten