L. De notenkraker

Wat er voorafging:

Een van onze ‘oudste’ en liefste dagbesteders is S. We begeleiden haar ook. S wil graag bij ons komen wonen, maar dan heeft ze een indicatie nodig voor de WLZ. En om die indicatie te krijgen is er weer een ‘keukentafelgesprek’ nodig waarin een indicatiesteller gaat beoordelen of het wel terecht is. Naast het slachtoffer zijn daar dan mensen uit de omgeving bij aanwezig die het verhaal consistent en aannemelijk moeten maken. S heeft cognitieve problemen door een herseninfarct in het verleden en die problemen nemen in de loop van de tijd toe. Bij het keukentafelgesprek waren Inge, namens ons, de broer van S en een vriendin van S aanwezig. Om S te helpen dikten ze de cognitieve problemen lekker aan. Het gesprek was een succes, maar S zat het met toenemende onthutsing aan te horen. Na afloop zei ze dat ze geen 73 was geworden om zoiets aan te moeten horen.
Ze stopte met de dagbesteding, met de begeleiding, en haar broer en vriendin hoefden ook niet meer te komen. Iedereen probeert haar nu al dagen te bereiken, maar de telefoon wordt niet opgenomen.

Vandaag zou het een gezellige dag moeten worden. De mensen van de dagbesteding zouden het sinterklaasspel spelen en wij gingen met de bewoners naar de kerstmarkt in Leer (D).

Ik had echter slecht geslapen. Om vijf uur lag ik al wakker te peinzen over S. Ze was niet te bereiken en ik maakte me ongerust. Misschien had ze zichzelf wat aangedaan of had ze door de stress en haar hoge bloeddruk een beroerte of zo gekregen.

We moeten bij haar langs gaan’, zei ik die ochtend tegen Inge. ‘Daar hebben we geen tijd voor’, zei Inge, ‘bovendien komt haar hulp vanochtend, dus als er iets mis is dan horen we dat wel’.Dat was zo, maar het zat me toch niet lekker.

We gingen met twee auto’s naar Leer. We hadden de bewoners verdeeld en mijn taak was om met M rond te lopen. M is verstandelijk beperkt, dwangmatig en gepreoccupeerd met eten. Het was druilerig weer en we liepen naar het centrum van Leer toe. Er stond een grote notenkraker op straat, u weet wel, zo’n militair figuur. ‘Vanaf hier gaat iedereen zijn eigen weg en om één uur verzamelen we ons hier weer en dan gaan we lunchen’, zei Inge. ‘Je weet dat Leer ook wel de notenkrakersstad wordt genoemd en dat er rond kerst tientallen notenkrakers in de stad worden geplaatst?’, vroeg ik. ‘Let maar niet op hem, hij probeert weer grappig te zijn’, zei Inge.

We gingen allemaal een kant op. M en ik liepen in de druilerige regen over de kerstmarkt. Een kerstmarkt in Duitsland is voornamelijk eten. Spekrepen, pannenkoeken, champignons, poffertjes, peperkoeken (Lebkurchherzen), maar vooral duizenden en duizenden kilo’s Bratwürst und Currywürst. M liep langs de kraampjes, snoof de geuren op en keek mij aan. ‘Nee, straks gaan we lunchen’, zei ik. Want M zit al over zijn gewicht en ik ook. Streng zijn! M keek op zijn horloge. ‘Het is nog vroeg’, zei hij. ‘Yep’ zei ik. En we liepen weer door. Tantalus en zijn vriend, langs de kraampjes met het Nectar en Ambrozijn.
Het begon iets harder te regenen. M bleef maar op zijn horloge kijken. Uiteindelijk was het dan zo ver dat we weer richting notenkraker gingen. Bij de stoplichten naar rechts, dacht ik, en daarna weer naar links, veronderstelde ik. M liep achter me aan, met druppels aan beide kanten van zijn brillenglazen, want het was harder gaan regenen. ‘We zijn er bijna M’, zei ik om de stemming er in te houden, ondertussen wanhopig zoekend naar herkenningspunten.
‘Het is al half twee’, antwoordde M. We dwaalden verder.

Toen ging de telefoon. Het was Inge. ‘Waar zijn jullie in godsnaam?’, vroeg ze. ‘We zoeken de notenkraker, maar ze hebben hem weggehaald’, antwoordde ik, hij is onvindbaar’. ‘Dat is hij niet’, zei Inge, ‘want iedereen staat hier bij de notenkraker op jullie te wachten’.
‘Dan klopt het’, zei ik, ‘want jullie zijn ook onvindbaar’.
Inge loodste ons door de inmiddels stromende regen naar de notenkraker toe. En rond twee uur zaten M en ik als compensatie achter een groot bord pommes frites met een enorme currywürst. Zo werd het toch nog gezellig. Na de lunch deden we nog een klein rondje en reden toen weer terug naar onze Heimat waar ons dagbesteders het sinterklaasspel speelden. Ik deed de deur open en stapte naar binnen.
Ik keek recht in het gezicht van S.
’S je bent er!’ riep ik enthousiast. ‘Ja, natuurlijk’, zei S, ‘er is hier toch een feestje?’

Dat was er zeker. Het was een hele feestelijke dag vandaag!

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus