Nawoord 2023
Leo:
Het was één januari 2024 en de schrijver zat op de bank. Hij
staarde wat voor zich uit.
De vorige avond had hij het boek afgerond. Hij was er een jaar mee bezig
geweest. Het boek had als een rode kabel door zijn 2023 gelopen. Maar
gisteravond waren de laatste woorden getypt, was de laatste pagina gesaved en
werd het beeldscherm van de laptop neergeslagen.
En nu was er de oorverdovende stilte van 2024.
De schrijver moest er even aan wennen. Geen thema meer bedenken. Niet meer de
email checken om te kijken of er een stukje van de co-auteur was gearriveerd.
Alleen stilte.
Ik ging naast de schrijver zitten. Hij had dat niet eens
door, hij was in gedachten. Ik kuchte en de schrijver keek op.
‘Was het zwaar om dat boek te schrijven?’, vroeg ik.
‘Best wel’, antwoordde de schrijver. ‘Soms ging ik zitten en dan ontstonden de
stukjes als vanzelf, maar het kwam ook voor dat het maar niet wilde komen en
dat ik een avond voor het beeldscherm zat. Wat typen, deleten, weer wat typen,
weer deleten. En dan had ik het soms te druk of mijn hoofd stond er niet naar.
Eigenlijk was 2023 best wel een beetje een tropenjaar. Zeg maar dat 2023 een
persoonlijk klimaatrecord was.
De schrijver zuchtte en vervolgde: ‘Het begin was
enthousiast, maar in zo’n jaar gebeuren er ook dingen waardoor je hoofd niet
bij een boek staat. Bijvoorbeeld toen mijn schoonzus overleed.
Of toen we onze horeca gingen openen. Dan leg je de focus elders en wordt het
heel lastig om stukjes te schrijven. Gelukkig is mijn co-auteur Fred niet
alleen een beminnelijk mens, maar ook een geduldig mens. Hij wist me weer over
mijn dode punten heen te helpen.’
Ik knikte. ‘Zou je het nog een keer willen doen?’
De schrijver keek me aan. ‘Weet je’, zei hij, ‘het is een beetje als het
beklimmen van de Mount Everest. Je start zonder te beseffen waar je aan begint.
En als je eenmaal onderweg bent, dan wil je niet opgeven. Als je dan
uiteindelijk weer beneden bent en ze vragen je of je het nog een keer wilt
doen, dan zeg je: ‘Nee, natuurlijk niet’. Maar je bent dan wel heel trots dat
je het hebt gedaan.
Het leuke van mijn beklimming was dat ik het samen deed met Fred. Hij klom
rustig door als ik even stil viel en dat pepte me dan weer op. Tjonge, wat kon
die man soms mooi klimmen.’
‘Wat ga je nu doen?’, vroeg ik de schrijver.
Hij keek me aan. ‘Ik ga het nawoord schrijven’, zei hij, ‘en daarna zie ik wel
verder’.
Fred:
En daar
kwamen ze dan, via de e-mail, de eerste van jou en de volgende van mij,
enzovoorts. We hadden afgesproken dat de stukjes maximaal 1 pagina mochten
beslaan. Nu denk je misschien dat dat goed te doen is, maar bedenk maar eens
dat je én telkens weer een leuk onderwerp uit de hoge hoed moet toveren én het
dan ook nog eens leuk moet opschrijven. Niet zelden zat ik uren te prutsen op
die ene pagina. Begrijpend lezen kan lastig zijn, begrijpend schrijven is dat
zeker. Corrigeren is net als sla wassen, hoe goed je de blaadjes ook afspoelt er
blijven altijd wel korreltjes zand achter.
Ons
schrijfproject heeft me veel gebracht en ik zou het daarom ook voor geen goud hebben
willen missen. Bedankt Leo, dat je me
hiervoor gevraagd en uitgedaagd hebt.
Reacties
Een reactie posten