F. Niet weten waar je het over hebt


Er kwam spontaan een vraag in mij naar boven. Hoe erg is het, dacht ik, wanneer je niet weet waar je het over hebt? Tja, en dan moet je daar iets mee. Geen idee wat, maar ik zette me ijverig achter het toetsenbord en begon te tikken.

Van veel dingen veel weten, ja dat kan natuurlijk niet. Bij mij varieert het van ‘nooit van gehoord’, ‘wel eens van gehoord’ tot ‘tja, daar weet ik wel iets van’. Ik denk dat de vraag oppopte door een eerdere vraag wat ik me moest voorstellen bij een zogenaamde factchecker. Hun lot bestaat eruit dat ze iedereen in de waan moeten laten overal deskundig in te zijn en echt wel weten waarover ze het hebben en dus in staat zijn om met een blik op de waarheid de bokken van de schapen te scheiden. 

Over ‘nooit van gehoord’ kunnen we kort zijn. Je weet er niets van en doet er dan ook verstandig aan om er het zwijgen toe te doen. Zou je denken. Maar dan heb je buiten de waard gerekend van de zelfingenomen laawaai-pappagaai die zich zo nu en dan op het hoofdkwartier komt melden. Hoe kun je in hemelsnaam spreken over iets waarvan je het bestaan niet eens vermoedde? Vraag me niet hoe, maar het lukt de papagaai keer op keer. Voorbeeldje? Voor het eerst naar een film uit de reeks ‘In de Ban van de Ring’ en dan heel vanzelfsprekend in de huid van een Uruk-hai kruipen. Je had er nog nooit van gehoord, wist niet wat voor dingen het zijn (eigenlijk nog steeds niet), maar dat belette je niet om er toch van alles van te vinden. Ik hou het voorlopig maar op indrukwekkend gespierde vechtmachines die geen enkele kans maken wanneer ze oog in oog komen te staan met pijlen van een langharige elf, met het zwaard van een stoer uitziende ridder of met de bijl van een dwerg met een nogal overvloedige haardos, op, boven en onder. Je spreekt dit soort woorden wel uit, maar zonder enige notie van doel of betekenis. Een herkenbaar menselijk lot.

‘Wel eens van gehoord’ is de volgende categorie. Of ik daar ook een voorbeeld van heb? Op een tak in mijn achtertuin zitten twee duiven. Laatst hoorde ik dat het om diamantduiven zou gaan. Wist ik veel? Het zijn er twee, die om hun moverende redenen dezelfde tak hebben uitgekozen, dicht tegen elkaar aan. Waarom, waarom nu en waarom op die ene tak blijft voor mij een raadsel. Maar nu komt het: de verklaring moet gezocht worden in het instinct van die beestjes.

Daar heb ik inderdaad wel eens van gehoord, meerdere malen zelfs en ik roep het zo nu en dan zelf ook wel eens van de onwetende daken, maar ik moet toegeven dat ik er totaal, maar dan ook totaal geen weet van heb en geen idee heb of zoiets wel bestaat, wat het inhoudt en hoe het werkt. Volgens mij wordt het begrip vooral van stal gehaald wanneer dieren een repeterend gedrag vertonen, maar onbekend is wat hun daartoe heeft aangezet. Dan lossen we dat snel even op door over het gat van onwetendheid een heerlijke instinctpleister te plakken, soms kaal zonder plaatje van de juf, maar wanneer je geluk hebt opgesierd met Donald Duck.

Allemaal leuk en aardig zul je zeggen, maar waar brengt het ons? Ik vrees geen stap dichter bij het ontrafelen van het mysterie. Aardmagnetisme, de zon, de maan hoor je wel eens als verklaring. Maar, hoe dan? Ik heb werkelijk geen idee.

Nog een voorbeeld: de carburateur. Ik ken het woord al jaren, net als woorden als ‘Nebukadnezar’ of ‘Ascorbinezuur’. Van mijn autojaren ken ik ook de vrees dat de dealer na een grondige check het bij naam zou noemen, samen met het bedrag waar het vermoedelijk op uit zou draaien, maar ik heb geen idee waar de carburateur voor dient, hoe het ding eruit ziet en ook niet of het bedrag wel klopt dat toen in rekening werd gebracht. In eerste instantie dacht ik dat het met deze categorie wel los zou lopen, maar hoe meer ik er over nadenk des te groter worden de aantallen.  

En dan de laatste categorie ‘tja, daar weet ik wel iets van’. Maar ook binnen deze categorie zijn de dingen niet eenduidig en gaat het van ‘hoog over’ tot ‘in detail’. Ik ben iemand die zich met name thuis voelt in het ‘hoog over’ spectrum en krijg daar soms de wrange vruchten van naar mijn hoofd geslingerd. Voor mij is ‘hoog over’ ruim voldoende, maar dat is het lang niet voor iedereen. Dan wordt mij het vuur aan de schenen gelegd en worden er allerlei details opgeëist. Niet zelden krijg ik het predicaat ‘professor’ naar mijn hoofd geslingerd. Soms kan ik me er nog uit redden, door iets te noemen waar ze rustig een tijdje op kunnen herkauwen. Ik voel me niet zelden een circusartiest die op het slappe koord kluitjes in het riet als pepernoten vanuit de hoogte naar beneden strooit. Op details zul je me niet kunnen betrappen. Maar of dit nou erg is?

Van mijn eigen computer weet ik bar weinig. Veel mensen vinden dat raar. Dertig jaar werkzaam geweest in de ICT en dan geen benul hebben van een laptop? Toch hindert het me niet. Je hoeft niet veel van de interne werking af te weten om er op een verstandige wijze mee om te kunnen gaan. Net als bij een liefdesrelatie, een automobiel of een koffiezetapparaat. Tot het moment waarop ze het begeven. Zo pruttelde mijn laptop nog wat na nadat ik er als experiment een kop warme chocolademelk overheen had gegooid. Dat moet je ook niet doen. Niet bij een computer en zeker niet bij een liefdesrelatie. Daar komt alleen maar gezeik van. Al moet ik zeggen, de verleiding is soms moeilijk te weerstaan. 




Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus