F. Repeterend toeval
Ik las in het donker de vroege rode cijfers op mijn digitale
wekker. Het was nog geen tijd om op te staan, dus ik gaf me over aan mijn
favoriete bezigheid, het loom wakker worden.
Omdat ik daar genoeg tijd voor had, repeteerde ik voor mijn geestesoog
de dag die aanstonds stond te gebeuren.
Eerst ontbijten met een heerlijk kopje koffie. Op de tafel voor
me ligt uitgespreid de vertrouwde ochtendkrant. Berichten over oorlog, honger
en geweld lees ik al lang niet meer. Ik stort me op de columnisten in de hoop
door hun ironie en humor een zetje in de rug te krijgen waardoor ik met een
goed gevoel aan de dag kan beginnen.
Vorige week ontmoette ik achter het huis een man die met
gesnoeide takken in de weer was. Het was een man op leeftijd. Ik vroeg hem of
hij het de komende tijd druk had. De boom in mijn voortuin moet ook gesnoeid
worden. De boom heeft de gewoonte om zich met zijn luchtwortels groter en
dikker voor te doen dan waar hij recht op heeft. Ik vroeg de man of hij eens
naar de boom wilde kijken. Het oordeel luidde dat het voor het snoeien van de
kroon niet het juiste moment was, maar dat de overdaad aan luchtwortels heel
eenvoudig teruggesnoeid kon worden. Hij rekende een net uurloon en was er naar
alle waarschijnlijkheid zo’n twee uur mee bezig. De verweesde takken zou hij in
zakken afvoeren.
Het is maandagochtend. Het snoeien kan beginnen. Bij aankomst ging hij direct aan de slag. Ik
vroeg hem of hij zin had in koffie. De hardwerkende Nederlander heeft om
onduidelijke redenen altijd trek in koffie. Je kunt ze maar beter te vriend
houden en wanneer een kop koffie daarbij behulpzaam kan zijn dan moet je dat
vooral niet laten. Hij wilde eerst de boom doen en daarna gezellig binnen een
kopje koffie komen drinken. De klus was in een vloek en een zucht geklaard. Of het de
gewoonste zaak van de wereld was, verscheen de GFT vuilophaaldienst op het
toneel, die zonder morren de takken van hem overnam. Wat een gelukkig toeval.
Ik had koffie gezet. Hij wilde er graag melk en suiker bij.
Net als ik. We gingen aan tafel zitten om daar de zakelijke kant van het
verhaal te bespreken.
‘Weet u, ik heb die thermostaat ontworpen.’ Hij wees in de richting
van de kamerdeur.
‘Hoe bedoelt u?’
‘Ik ben ontwerper van beroep geweest en heb dertig jaar
geleden de tekening gemaakt voor die thermostaat van u.’ We hadden gelijk een band.
Hij overhandigde mij zijn business kaart, met daarop zijn
naam en bankrekeningnummer. Ik wilde het bedrag gelijk overmaken. Vonk, heette
hij. Net zoals ik. De band tussen ons werd door die gelijkluidende naam sterker
en sterker. Van Vonk naar Vonk geld overmaken voelt daarentegen toch een beetje
als een vergissing. Was hij soms familie? Nee, verzekerde hij, we zijn geen
familie. Hij had een tijdje terug zijn hele stamboom uitgeplozen. Zijn complete
familie, vanaf zeventienhonderd en zoveel, kwam uit Utrecht en omstreken. Mijn
voorvaderen met hun gelijkenis vertonend zaad waren niet veel verder gekomen
dan de provincie Groningen.
Dat zou wel heel toevallig geweest zijn. Maar zoals wel
vaker het geval is, komt toeval nooit alleen. Ooit tijdens een rit met de
regiotaxi benoemde de chauffeur het fenomeen van het herhaaldelijk terugkeren
van geluk of verdriet als ‘repeterend toeval’. Ik was meteen gefascineerd door de combinatie
van de elkaar op het eerste gezicht uitsluitende begrippen. Toeval kent toch geen
wetmatigheid? Maar hij dacht daar heel anders over.
‘Wanneer je een positieve houding hebt in het leven,
overvalt het geluk je net iets vaker dan wanneer het glas altijd maar half
leeg is. Ik voelde waar hij heen wilde. Er werd voor mijn ogen een heel blik positieve
psychologie opengetrokken. Ik heb het voor de gelegenheid nog maar eens
opgezocht:
‘Positieve psychologie is een stroming binnen de psychologie
die niet focust op wat misgaat in het leven, maar juist op wat goed gaat. Een
belangrijk aspect van positieve psychologie is dat het proactief en preventief
is. In plaats van te wachten tot er problemen ontstaan, helpt het je om een
buffer op te bouwen tegen stress en tegenslagen’.
Maar nu weer terug naar de snoeier, tevens uitvinder. Hij vertelde
dat hij nog veel meer dingen had uitgevonden. Vooral ’s nachts kreeg hij bruikbare
invallen. Zo had hij jaren geleden een instrument ontworpen voor de behandeling
van baarmoederhalskanker. Volgens hem wordt deze uitvinding nog steeds in de Nederlandse
ziekenhuizen toegepast. Wel in een modern jasje, maar nog steeds gebaseerd op
hetzelfde principe.
Van thermostaten tot kankerbestrijding. Op dat moment
bekroop me een vermoeden dat ik met een fantast te maken had. Ik kon het niet
uitsluiten, maar gaf hem het voordeel van de twijfel.
Hij vertelde dat niet ieder ontwerp het had gehaald. Zo had
hij ook een tandpastahouder bedacht die een tube tandpasta rechtop kon houden,
afsloot en waarmee je de tube tot de laatste druppel kon uitknijpen. Voor dit
ontwerp had hij de handen niet op elkaar kunnen krijgen.
En nu op zijn zevenenzeventigste was hij druk doende om hulpbehoevende
luilakken en invaliden uit de brand te helpen met het onderhoud van hun tuin. Uitvinder
zijn en tuinman, ik kan me een slechter leven voorstellen. Hij vertelde het
allemaal voor de vuist weg, een man met een opgeruimd karakter. Waarschijnlijk
was hij, zonder het te weten, iemand voor wie het repeterend toeval graag een
stapje harder wilde lopen.

Reacties
Een reactie posten