F. Over de kanarie in mijn kop
Ik lees in de krant een stuk over een schrijver die een boekje open doet over zijn foute vader. ‘Het gaat me enkel en alleen maar om de waarheid’, verkondigt hij. Het is een opvatting gekleurd door een kinderlijk aandoende stoerheid. Wanneer hij in zijn onderzoek had ontdekt dat zijn SS-vader in de Tweede Wereldoorlog Joden had geëxecuteerd dan zou hij dat niet verzwijgen. Als schrijver kun je speels omgaan met de waarheid. Er wordt naar hartenlust uit dikke duimen gezogen, verzwegen, uitgelachen, stevig aangedikt, verkondigd of er wordt ronduit gelogen. Sinds een dag of tien zit er een kanarie in mijn kop. Het is een felgekleurd geel diertje, dat met zijn kopje begint te draaien zodra hij honger krijgt. Maar vandaag begin ik toch te vermoeden dat kopjesdraaien en honger hebben niet noodzakelijk verbonden zijn. Als dat zo zou zijn dan zou hij wel erg veel honger hebben. Buiten hoor ik de kerkklok twaalf uur slaan. Ik kijk op mijn horloge en zie dat het ...