F. Over de kanarie in mijn kop
Als schrijver kun je speels omgaan met de waarheid. Er wordt
naar hartenlust uit dikke duimen gezogen, verzwegen, uitgelachen, stevig aangedikt,
verkondigd of er wordt ronduit gelogen.
Buiten hoor ik de kerkklok twaalf uur slaan. Ik kijk op mijn
horloge en zie dat het kwart voor twee is. Wat is hier aan de hand? Het is een
van twee. Of de kerkklok heeft minachting voor de juiste tijd of mijn horloge is aan
vervanging toe. Ik kan niet uitsluiten dat de twee eendrachtig de handen ineen
hebben geslagen met het doel me van de wijs te brengen. Misschien willen ze me met
hun wijzers niet wijzer maken dan ik al ben.
Ik noem mezelf wel eens ‘ik’ in mijn verhalen, maar ik heb geen idee aan welke ‘ik’ ik dat te danken heb. De ‘ik’ in mijn verhalen maakt van alles mee. Het zijn niet alleen maar leuke of keurig nette verhalen. Het gaat niet zelden over zaken waar het beschaafde licht niet over mag schijnen. Geen zaken om trots op te zijn. Het niet-functionele geweld en de uit zijn voegen barstende lustbeleving zijn niet van de lucht en zijn goed beschouwd met geen pen te beschrijven.
Waarheid kan uit verschillende vaatjes getapt worden.
Een bewering verwijst bijvoorbeeld naar de feitelijke werkelijkheid (‘Kijk
eens wat een mooie bloem.’) of het speelt een rol binnen een netwerk van
beweringen (‘Twee is minder dan drie. Vandaag, maar morgen ook.’). Dan is met
name de interne consistentie van belang.
Zo wordt er van wiskunde wel eens beweerd dat het slechts
zou gaan om een set in zichzelf doldraaiende regeltjes. Anderen daarentegen
zien wiskunde als de manifestatie van een absolute orde en
samenhang. Wie gelijk heeft blijft een mysterie.
Onzin is overigens niet het tegenovergestelde van waarheid. Iets kan tegelijkertijd waar zijn en onzinnig. Iets kan ook onwaar zijn terwijl de zinnigheid er vanaf druipt. Ik geef het je te doen.
Neem nu dat kanariepietje. Bestaat er een feitelijke wereld waarin vogeltjes in hoofden wonen of kan dat alleen maar in het rijk der fabelen?
Bij interne consistentie is het van belang om niet van de ene hak op de andere tak te springen. Dat vind ik moeilijk. De ene keer raaskal ik over kromme blote pootjes en een andere keer over wollen sokken onder een vierkante broek. Dan rukken de alarmbellen uit om de snel om zich heen grijpende inconsistentievlammen de kop in te drukken.
Ik heb besloten niet verder te gaan met het laatste boek van de bejubelde Japanse schrijver Haruki Murakami. Ik ben op een kwart en heb er genoeg van. In het onderhavige verhaal gaat het onder meer over een personage, een stad, een muur en een poort. Aan de ene kant van de muur leeft de personage en aan de ander kant zijn schaduw. De schaduw wordt zwakker en verlangt ernaar om weer samen te zijn met zijn personage. Het is heel moeilijk voor de schaduw. Het is een verdrietige zaak en je voelt de levenskracht uit hem wegvloeien. Je krijgt als lezer met de schaduw te doen. Zelfs meer dan met de personage.
Hier moet ik toch een kanttekening bij plaatsen. Een schaduw los zien
van zijn personage tart alle wetten van de fysica. Schaduwgevoelens erop
nahouden, onafhankelijk van de bron is ook een lastige zaak. Er wordt gespeeld met de vraag
wie nu feitelijk de bron is. Is het de personage of is het zijn schaduw? Het verhaal
is overigens wel logisch opgebouwd. Met de interne consistentie zit het wel snor. Hoe fantastisch ook, het verhaal moet geloofwaardig verteld worden. Nou, laat dat maar aan Haruki over! Waar ik steeds
meer moeite mee heb, is me door het verhaal te laten meevoeren, laat
staan het om te zetten in een voor mij begrijpelijk blok chocolade. Maar wanneer er dan opeens eenhoorns ten tonele komen, dan is voor mij de maat vol. Dan is de lol er vanaf.
Het grappige is dat ik er als lezer blijkbaar moeite mee heb, maar als schrijver allerminst. Ik ben in staat om je uren aan je kop te zeuren over de op hol geslagen interpretaties en alternatieve plotlijnen die tijdens het lezen in me naar boven zijn gekomen. Blijkbaar worden er verschillende neurale netwerken aangesproken. Als lezer wil ik er de brui aan geven, terwijl alles in mijn schrijversziel lijkt te ontbranden en tot grote hoogte opgepookt wil worden.
Als ik zou moeten kiezen, dan toch liever een leven als schrijver. Als lezer stoor je je al snel aan zaken die de waarheid geweld aan doen, terwijl het voor de verbeelding van de schrijver kan dienen als brandstof voor de geest.
Ik laat de gedachte toe dat het voor jou anders werkt. Ik
zit nu eenmaal niet als een kanariepietje in jouw hoofd, dus enige empathische rek
is hier geboden.
Ik twijfel soms en wil dan opgeven. Maar wees gerust! Ik heb het niet over het bestaan als zodanig, maar over een leven als schrijver. Al die woorden, al die malle fratsen.
Niets dan de waarheid willen over je inmiddels overleden vader. Och arme, arme zoon. Net als de schaduw, krijgt hij zijn vader er niet mee terug. Wat heeft het voor zin? De waarheid wordt er niet mee gediend. Het hoogst haalbare is een reconstructie van een van de vele mogelijke waarheden, waarin de kerkklok nog geen twaalf uur heeft geslagen.
Van schrijven kun je nog geen kanariepietje in leven houden, laat
staan de waarheid waarin hij zich schuilhoudt of de ‘ik’ die hij ten diepste meent te zijn.

Mooi stuk. Hoe het op mij overkomt is dat je zoekt naar de stem van je ziel en dat je uitvluchten niet meer accepteert. Ida.
BeantwoordenVerwijderen