L. Karma
Ik weet niet waarom ik het deed, want eigenlijk heb ik een hekel aan kappers. Dat komt waarschijnlijk door een jeugdtrauma. Als kind kwam de kapper bij ons thuis. Er werd dan een eettafelstoel in het midden van de kamer gezet waar mijn broer en ik gedwongen op moesten gaan zitten om het vervolgens te ondergaan.
De kapper was een lange magere man met een sigaret in zijn mond (dat mocht toen nog gewoon) en met een tondeuse scheerde hij onze nekken op. Vreselijk was dat. Na afloop bevoelde ik met tranen in mijn ogen de stekeltjes in mijn nek. Kinderleed.
Waarschijnlijk daardoor liet ik als puber mijn haar tot op mijn schouders groeien, dit weer tot afgrijzen van mijn moeder. De wraak van een verbitterd kind.
Uiteraard was het lange haar tijdelijk en kreeg ik later een volwassen haardracht. Aan mijn bezoeken aan de kapper bleef echter een negatieve energie hangen. Zo wil een kapper bijvoorbeeld praten. Van die vreselijke keutergesprekken over het weer, bijzondere gebeurtenissen of vakanties. Het interesseerde mij allemaal niet. Ik gaf korte antwoorden waardoor de kapper het binnen een paar minuten begreep: met deze klant is geen gesprek mogelijk. Zo snel mogelijk doorknippen, het achterhoofd laten zien via de spiegel, afrekenen en de deur zo wijd mogelijk open houden.
Ik ging ook zo min mogelijk naar de kapper. Pas als mijn omgeving opmerkingen ging maken over mijn haarlengte dan wel het ragebolgehalte, en niet meer met mij in het openbaar wilde verschijnen, dan maakte ik de gang naar de kapper.
Ik weet dus niet precies waarom ik het deed. Het was de dag voor kerst en ik moest van Inge naar de kapper. ‘Zo ga ik niet met je in een restaurant zitten’, zei ze resoluut en stuurde me naar de kapper in het nabije winkelcentrum. Ik kwam daar even na vijven aan. Er waren twee kapsters met de laatste klanten bezig. ‘Kan ik nog?’, vroeg ik vriendelijk. Ze keken elkaar aan. Er was een enorme aarzeling, maar toen zei een van hen: ‘Nou, vooruit dan maar, ga maar zitten’.
Ik was de laatste klant voor kerst. Er meldde zich nog een ragebol, maar die werd de deur gewezen. Na mij was het toch echt wel genoeg.
Toen ik op de stoel mocht, hoefde ik gelukkig niet te praten. De twee kapsters (eentje was al aan het opruimen) deden dat wel met elkaar. En zo kreeg ik te horen dat het een lange drukke dag was geweest. Een collega had zich ziek gemeld, dat deed ze wel meer op drukke dagen. Er waren veeleisende klanten geweest, maar nu was de dag dan eindelijk bijna voorbij en werd het kerst.
Behendig knipte de kapster door, liet vervolgens mijn achterhoofd via de spiegel zien. ‘Prachtig’, zei ik. Daarna rekende ik af en hield de kapster de deur wijd voor me open.
Ik liep terug naar huis en passeerde de Gall & Gall. Waarom ik het deed weet ik niet, maar ik ging naar binnen en kocht twee mooie flessen wijn die ik als cadeau liet inpakken. En met die twee flessen wijn liep ik terug naar de kapperszaak. Ik klopte op het raam en de schoonmakende kapsters keken op. Ze keken elkaar aan met een blik van ‘daar heb je hem weer, houdt het dan nooit op?’, maar eentje kwam toch naar de deur. ‘Hier, voor jullie’, zei ik, ‘omdat jullie me toch nog wilden knippen. En hele fijne dagen!’
Ik kan u verzekeren dat het geven van een fles wijn aan een kapster één van de beste dingen is die je kunt doen. Het heet ‘Karma’ en dat betekent dat datgene dat je uitdraagt vanzelf weer naar je toekomt. De volgende keer dat ik me in de kapsalon meldde werd ik allerhartelijkst ontvangen. De kapsters waren heel attent en vriendelijk. Ik kreeg koffie, maar als ik iets anders wilde dan was dat ook goed. We hadden fantastische gesprekken over het weer, bijzondere gebeurtenissen of over onze vakanties. Ik liet mijn vakantiefoto’s zien en ze vonden ze geweldig!
Nu is het wel zo dat je je Karma moet onderhouden. Een fles wijn doet je Karma tijdelijk opleven, maar de kapsters gaan trouwen of verhuizen en worden dan vervangen door andere lieve kapsters die jou en je Karma niet kennen. De gesprekken krijgen weer een koetjes-en-kalfjes gehalte en de hartelijke lach als je binnenkomt versteent weer tot een korte knik.
Karma. Een goede daad heeft van nature goede gevolgen, slechte daden hebben van nature slechte gevolgen. Dat ontloop je niet. Geen goede daad blijft onbeloond en geen slechte daad blijft onbestraft. Soms twijfel je daaraan als er weer zo’n plebejer overlijdt die alleen maar slecht deed en nooit slecht leek te ontvangen. Maar troost u, het Karma eindigt niet bij de dood en de straf volgt vanzelf in een volgend leven.
Hoe ik dat zo zeker weet? Nou, toevallig heb ik een mediamieke vriendin die een goed netwerk heeft aan gene zijde. Zij heeft me dat verteld.
‘Dus Poetin, Netanyahu en Trump ondergaan hun straf nog wel?’, vroeg ik haar. ‘Reken maar’, zei ze, ‘De moeder van Poetin was in haar volgende leven een vredige verpleegster in een ziekenhuis in Marioepol en kwam op een vreselijke wijze tijdens een bombardement om het leven. De moeder van Netanyahu was in haar volgend leven een directrice van een weeshuis in Gaza en kwam ook tragisch om het leven door Israëlisch geschut. En de moeder van Trump….’
‘Wacht even’, interrumpeerde ik haar, ‘Je hebt het nu over de moeders en niet over de heren zelf.’
‘Tja, wat verschrikkelijker kun je als vrouw doen dan dit soort zonen baren’, antwoordde mijn vriendin, ‘dan moet je ook niet gek staan te kijken als je in je volgende leven door je eigen zoon wordt plat gebombardeerd’.

Reacties
Een reactie posten