Voorwoord 2023
In de jaren zeventig verscheen in het Utrechts Nieuwsblad een reeks stukjes uit ‘het dagboek van Betje Boerhave’. Dat dagboek was gevonden onder de vloer van het kruidenierswinkeltje (‘t Hoogt 6 in Utrecht). Ik genoot van die stukjes, ze gaven een inkijk in wat er honderd jaar eerder speelde in het dagelijks leven van Betje. Hierdoor aangespoord besloot ik toen dat ik dat ook eens zou doen, een dagboek maken met de dingen die in mijn leven speelde. Dan zou er, honderd jaar later, weer zo’n uniek document zijn.
Het dagboek kwam er niet van. Ik ging studeren, werken en stichtte een gezin. En ik kreeg een andere hobby, namelijk ‘genealogie’, ofwel het zoeken naar voorouders. Op de zaterdagen was ik vaak in de archieven te vinden en het resulteerde in een imposante reeks voorouders en aanverwanten. Maar liefst 12.000 overleden mensen werden uit de anonimiteit van het verleden getrokken en kregen weer een plekje in het heden van mijn gedocumenteerde voorgeslacht.
De lijn ‘Koenen’ eindigde bij ‘Johannes Koenen, portier bij het seminarie in Bergh, geboren rond 1758 in Wezel (Wesel? Wese?) Duitsland en overleden op 10 juni 1828 in Bergh, Gelderland.
Daarna is er een missing link, maar ik vermoed dat er een connectie is met de Koenens in Düren (D).
Het waren rijke lakenfabrikanten tot ene Leonardus Koenen het familiekapitaal heeft vergokt, verhoerd en verzopen. Vervolgens verdwenen ze van het toneel.
Veel meer dan in de archieven te vinden is, heb ik niet van mijn voorouders. Als Betje Boerhave een voorouder was geweest, dan had ik een prachtig document, dacht ik wel eens bitter. Ik moet dat dagboek toch nog eens gaan maken.
Inmiddels is ook de hobby genealogie verwaterd.
Het leven gaat door, maar niet voor altijd. Inmiddels ben ik van de generatie waarbij de dood af en toe eens om de hoek komt kijken en soms iemand dat hoekje om trekt. Zelfs bekenden die jonger zijn dan ik!
En dan komt het dagboek weer naar voren. Betje Boerhave is dan wel dood, maar ze heeft haar dagboek nagelaten. Als ik ook zoiets zou willen doen, een mooi tijdsbeeld geven van een stukje van de tijd waarin ik heb geleefd, dan moest ik het nu dan toch wel gaan doen.
Het idee van het boek ging steeds meer door mijn hoofd spelen. Ik kon wel een dagboek gaan schrijven, maar dan is het wel erg persoonlijk en misschien wel eenzijdig. Nog leuker zou het zijn als ik het samen met een ander zou schrijven. We zouden elkaar dan kunnen aanvullen. Waar ik geen oog voor had, daar had die ander misschien wel oog voor. En wellicht had die ander ook wel een hele andere visie op de maatschappij. Het boek zou dan nog unieker en vollediger worden.
Ik ging zoeken in de kring van mensen om me heen die ik in staat achtte om het geweldige project met mij te doen.
![]() |
| Leo Koenen |
De lijn ‘Koenen’ eindigde bij ‘Johannes Koenen, portier bij het seminarie in Bergh, geboren rond 1758 in Wezel (Wesel? Wese?) Duitsland en overleden op 10 juni 1828 in Bergh, Gelderland.
Daarna is er een missing link, maar ik vermoed dat er een connectie is met de Koenens in Düren (D).
Het waren rijke lakenfabrikanten tot ene Leonardus Koenen het familiekapitaal heeft vergokt, verhoerd en verzopen. Vervolgens verdwenen ze van het toneel.
Veel meer dan in de archieven te vinden is, heb ik niet van mijn voorouders. Als Betje Boerhave een voorouder was geweest, dan had ik een prachtig document, dacht ik wel eens bitter. Ik moet dat dagboek toch nog eens gaan maken.
Inmiddels is ook de hobby genealogie verwaterd.
Het leven gaat door, maar niet voor altijd. Inmiddels ben ik van de generatie waarbij de dood af en toe eens om de hoek komt kijken en soms iemand dat hoekje om trekt. Zelfs bekenden die jonger zijn dan ik!
En dan komt het dagboek weer naar voren. Betje Boerhave is dan wel dood, maar ze heeft haar dagboek nagelaten. Als ik ook zoiets zou willen doen, een mooi tijdsbeeld geven van een stukje van de tijd waarin ik heb geleefd, dan moest ik het nu dan toch wel gaan doen.
Het idee van het boek ging steeds meer door mijn hoofd spelen. Ik kon wel een dagboek gaan schrijven, maar dan is het wel erg persoonlijk en misschien wel eenzijdig. Nog leuker zou het zijn als ik het samen met een ander zou schrijven. We zouden elkaar dan kunnen aanvullen. Waar ik geen oog voor had, daar had die ander misschien wel oog voor. En wellicht had die ander ook wel een hele andere visie op de maatschappij. Het boek zou dan nog unieker en vollediger worden.
Ik ging zoeken in de kring van mensen om me heen die ik in staat achtte om het geweldige project met mij te doen.
Er kwam er maar eentje echt naar voren en dat was Fred Vonk. Fred en ik hebben allebei aan het pleintje gewoond in Voordorp, Utrecht. We hebben op elkaars kinderen gepast, zitten borrelen, vele leuke gesprekken gehad, we hebben elkaars lief en leed gedeeld en hebben toch altijd contact gehouden, ook al verhuisde ik naar Oost-Groningen.
Ik bewonder hem om zijn creativiteit en om de oprechte en eerlijke manier waarin hij in het leven staat. Ook heel relativerend en af en toe met wat zelfspot. Hij kan schilderen en schrijven (is al bezig aan een ander boek!). Fred moest het gaan worden, maar zou hij het ook doen?
Ik belde Fred op en hij reageerde niet direct positief. Maar hij ging er wel over nadenken. Na een paar dagen belde hij terug en zei dat hij mee zou doen. Yes!
Toen jij me belde en vroeg of je me wat mocht vragen pijnigde ik mijn hersens af op zoek naar irritante uitspraken of verwerpelijk gedrag. ‘Wil je iets gaan doen’, was de vraag, ‘iets wat je nog niet eerder hebt gedaan?’ Goddank geen verwijten of suggesties om iets aan mijn leven te veranderen. Maar wat is erger, met iets moeten stoppen of met iets geheel nieuws beginnen? ‘Wat zou je ervan vinden om samen met mij een boek te schrijven, om de dag een stukje, het hele jaar door?’ Ik hoorde door de telefoon het stemgeluid van een visionair die wellicht een mooi voorstel deed, maar eentje die de impact van zijn voorstel niet goed op zijn netvlies had. Ik wist van andere columnschrijvers dat zoiets een heikele onderneming is waarbij het doorzettingsvermogen danig op de proef wordt gesteld. Ik ben er de man niet naar om me zomaar in een avontuur te storten, maar ging na wat wikken en wegen toch overstag. Iets ondernemen waar je 0 ervaring in hebt, geen cursus voor hebt gevolgd, noch de wetten kent die de grenzen van het toelaatbare markeren, sprak op de een of andere manier de opgekropte energie van een nietsontziende piraat in me aan, een energie die niet genegeerd mocht worden.
Vanaf dat moment was het boek niet meer een hersenspinsel, een fantasie of een droom, maar een concreet project.
Het resultaat heeft u nu in handen. Ons beeld en beleven van het jaar 2023. U kent dat jaar natuurlijk zelf ook wel en u heeft daar uw eigen gedachten en beleven bij. Maar door de jaren heen zal ons boek steeds waardevoller worden als tijdsbeeld van het jaar 2023, want herinneringen vervagen.
We treden in de voetsporen van Betje Boerhave!
Nou ja, niet helemaal. Ik vertelde Fred over Betje Boerhave die aan de oorsprong van het idee had gestaan en naar aanleiding daarvan goochelde ik haar nog even. Het blijkt dat Betje Boerhave helemaal niet heeft bestaan. Ze is verzonnen door Jan Veenhoven, toen de initiatiefnemer van het kruideniersmuseum in het Hoogt. Een handige truc om het museum te promoten. Pas in 2017 werd de vervalsing ontmaskerd. Het dagboek van Betje Boerhave was nep.
En dat maakt dit boek nog unieker. Want Fred en ik bestaan wel degelijk en ons boek is ontzettend echt. Het vult een hiaat op in de Nederlandse literatuur. Ik wens u veel leesplezier in 2023!
![]() |
| Fred Vonk |


Reacties
Een reactie posten