L. Zomaar een dag
Toen ik wakker werd straalde door een kiertje het ochtendzonnetje tussen de gordijnen door. Het was een voorbode. Ik deed de gordijnen open en keek uit over een prachtig lentelandschap. Het was al voorspeld dat dit een mooie dag zou worden. Na het ochtendritueel van scheren en douchen kleedde ik mezelf aan. Een korte broek voor de gelegenheid, en een kleurig T-shirt. Ik bekeek mezelf in de spiegel en zag trots dat het afvallen resultaat had gehad. Na het ontbijt, de koffie en de krant riemde ik mijn honden aan voor onze gebruikelijke ochtendronde. We stapten naar buiten en koesterden ons in de warmte van de lente. Twee vogeltjes vlogen speels achter elkaar aan. Ze hadden maling aan de oudste Nederlandse zin: ‘Hebban olla vogula hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?’, Ofwel: ‘alle vogels zijn al aan het nestelen, behalve ik en jij. Waar wachten we nog op?’ Deze vogeltjes waren bezig zich bij al die andere vogels te voegen. Ritme van het leven. We liepen door de straat naa...