F. De tovertuin
Het is een uit de kluiten gewassen kersenboom die keurig het
plan volgt dat voor hem is uitgestippeld. Geen kwaad woord daarover, maar het luikje
in mijn hersenen om het met een meer dan gewone belangstelling gade te slaan
blijft gesloten. Jammer, maar helaas. Ik sta er niet voor open. Tot afgelopen
zaterdag.
Het was twee uur in de middag en ik wachtte op de regiotaxi
die me naar een klassiek concert in de Geertekerk in Utrecht zou brengen.
Liefst op tijd. Ik begon me een beetje zorgen te maken. Ik had de duur van de
tocht ruim bemeten, maar dan moest die verdomde taxi wel op tijd zijn. In mijn
zenuwen wierp ik een blik op de tuin. Mijn mond viel open. Aan de takken van de
kersenboom hing een uitbundig uit zijn witte bloesem knallende symfonie, speciaal
voor mij uit de hemel neergedaald. De luikjes in mijn hersenen werden er spontaan
door geopend. Ik wilde knielen, maar mijn lijf weigerde dienst.
De taxi kwam. Een norse taxichauffeur rolde mijn rolstoel de laadplank van de taxi op. Ik zei dat ik haast had. Ik moest naar een concert en wilde daar niet te laat aankomen. De man deed een stap naar achteren en nam een soort gevechtshouding aan. ‘Die toon van jou bevalt me helemaal niet. Ik ben ook maar door de centrale opgepiept. Ik doe normaal mijn werk en wil niet opgejaagd worden. Dus wel een beetje normaal blijven doen!’ Ik schrok van zijn reactie en zei verontschuldigend dat ik het niet zo bedoeld had. Ik probeerde het dwingende karakter van mijn woorden wat te verzachten. ‘Mooi weertje hè?’
Maar toen nam de dirigent opeens het woord “Tovertuin” in de mond.
In mijn hoofd gingen er diverse luikjes open. Ook luikjes die al jaren dichtgetimmerd zaten. Volgens zijn zeggen kun je in muziek van de tovertuin allerlei
planten en dieren voorbij horen komen. Lieve heldere, maar ook donkere en gemeen
grommende creaturen. Ik was in één klap klaarwakker.
De eer om het bal te openen was gevallen op een stuk van Schubert.
De muziek bracht me met vaste hand op een plek waar vriendelijkheid en
zachtheid het voor het zeggen hadden.
Daarna stapte er een in het rood gestoken Russisch/Nederlandse
dame het toneel op. Er werd van tevoren veelbelovend over gesproken en
reikhalzend naar uitgekeken. Het was het moment waarop jarenlange oefening en talent
bij elkaar zouden komen. Ze had de snaren van haar cello nog maar net
aangeraakt of daar ging ik al. De poorten van de tovertuin werden wijd opengezet,
met aan weerszijde twee enorme bloeiende kersenbomen. En toen moest het geweld
van de 4e symfonie van Beethoven nog komen.
Met een flesje cola in de hand kwam ik tijdens de nazit weer tot rust. Met de komst van de stilte werd de tovertuin gesloten. Er was geen spoor meer van bloesem te bekennen of van welke kersenboom dan ook.
Op de terugweg had ik een Chinese man als chauffeur. Het was
een man van een jaar of 50 die helemaal geen woord zei. Misschien was de goede
man ook wel ergens van onder de indruk. Misschien was hij wel opa geworden. Dan
doet het op tijd of te laat zijn er niet meer toe, laat staan een dromer die nog
vol is van een tovertuin waarin bloeiende kersenbomen staan. Eentje die in de
verte nog wegebbende hemelse klanken meent te horen.
Treffend beschreven, klassieke muziek kan gelukkig ook, wellicht maar even, betoveren, evenals jankende gitaren
BeantwoordenVerwijderen