F. Pasen


We schrijven het jaar 1978, het jaar waarin ik de ‘geen woorden maar daden’ werkstad Rotterdam verruilde voor de studentenstad Utrecht, waar naast studie, het adagium vrijheid-blijheid stevig aan de deur morrelde. Het geluk glimlachte me toe en ik betrok een zolderkamer op de derde verdieping.

De eerste schok kwam tijdens het eerste weekend. Ik had het me onvoldoende gerealiseerd dat op kamers gaan betekent dat je in je eentje de dag door moet brengen, zeker wanneer je geen mensen uitnodigt. Omdat ik me daar onvoldoende bewust van was heb ik dat eerste onwennige weekend in mijn eenzame uppie door moeten brengen.

Er werd in dat weekend op zondagochtend aangebeld. Voor de deur stond een wolk aan medemenselijkheid. Het betrof een man en een vrouw met een Bijbelse boodschap in hun achterzak.

Ze heetten me welkom namens de Protestantse gemeenschap in Utrecht. Blijkbaar was er van mijn uittocht uit Rotterdam een bericht uitgevaardigd. Deze keer niet door een machtige keizer, maar door de kerk waar ik vandaan kwam. Ik wist niet van het bestaan van een dergelijke welkomstprocedure, maar liet ze toch maar binnen. Eenzaamheid maakt mild. Ik bood ze koele drankjes aan die ik in de nabijgelegen Vivo-winkel van mijn toelage had gekocht.

Het weekend daarop vertelde ik mijn gelovige moeder dat ik als ongelovige een welkomstbezoek had gehad van een stelletje diakenen. Mijn moeder wist van het gebruik om op drift geraakte kerkgangers met een bezoekje te vereren.

Omdat mijn moeder naast het geloof, eerlijkheid en oprechtheid stevig in het vaandel had staan, vond ze dat ik me als ongelovige diende uit te schrijven als belijdend lid. Ik weet nog goed dat ik dat uit haar mond een verrassende opmerking vond. Het kwam recht uit het Gronings hart, waarin ‘niet links, niet rechts, maar recht door zee’ nog betekenis had. Niet veel later heb ik me ook echt uit de kerkelijke administratie laten verwijderen. Afgezien van een stelletje in vrolijke bloemetjesjurken gestoken Jehova’s getuigen, heb ik geen onaangekondigde gelovigen meer aan de deur gehad.

Niet meer geloven, dan ook maar geen lid meer van de oude vertrouwde kerkgenootschap. Boem. Pats. Klang. Rechtlijnig. Duidelijk.

Hoe zou het zijn wanneer je diezelfde rechte lijn doortrekt en voor ongelovigen de kerkelijke feestdagen onbereikbaar maakt. De secularisatie in Nederland zet gestaag door. Van de Nederlandse bevolking is nog slechts 13% belijdend lid van een variant op het Christelijk geloof. Dit cijfer zie je niet terug in het aantal verloren gegane vrije dagen op Christelijke feestdagen. Rechtlijnig doordenkend is dat niet uit te leggen.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over het principe van de ‘scheiding tussen kerk en staat’ en hoe oneerlijk het is om alleen maar wettelijke vrije dagen te hebben op christelijke feestdagen

Leden van andere geloofsoriëntaties mogen op een houtje bijten. Voor hen rest slechts het bescheiden lot om vriendelijk en onderdanig aan hun werkgever te vragen of het wellicht schikt, wanneer het niet al teveel gevraagd is, om een vrije dag op te nemen.

Het lijkt me een goed idee om geen verschil meer te maken tussen Christelijke en niet-Christelijke feest- en vrije dagen. Het is óf vrij zijn op iedere geloofsfeestdag van alle geloven of alle religieuze feestdagen maar te schrappen, zeker wat betreft die malle 2e Paas- en Kerstdag. Dat zou pas eerlijke en oprechte integratie zijn. Boem. Pats. Klang. Rechtlijnig. Duidelijk.         

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus