F. Pom


Ze hadden hem de naam Pom gegeven. Niet vanwege de associatie met het Surinaamse broodje Pom of als eerbetoon aan de laatst overleden televisiekinderheld Pommetje Horlepiep, maar omdat Pom zo lekker allitereerde met Pim, de naam die was gereserveerd voor een mogelijk tweede kat. ‘Plezant Panikeren met Pim en Pom’, een denkbeeldige titel weggelopen uit het inmiddels 80-jarige Suske en Wiske Universum. 

Pom is een zwerfkat van Griekse afkomst. Om in aanmerking te komen moest er een grondige asielprocedure doorlopen worden om de geschiktheid voor adoptie te toetsen van zowel beestje als baasje.

Pom is een beestje met een rustig karakter. Een kater met grijs-wit gevlekte lapjes over zijn lijf met hier en daar bruinoranje vlekken. Ontwormd, gechipt, gebleekt, nageltjes keurig geknipt, oortjes gewassen, ogen gedept, darmen geleegd, windjes gelaten, tanden gepoetst. Het is een goedzak, goed met kinderen, een kater die nog geen vlieg kwaad zal doen. Vogeltjes, muizen en ratten daarentegen moeten op hun tellen passen. Pom stond volgens de administratie te boek als een binnenhuiskater, dus buitenhuisdieren zouden niets van hem te duchten mogen hebben.

De toekomstige eigenaren, de baasjes zogezegd, moesten ook met de billen bloot. Eigenaardigheden, huiselijke omstandigheden en persoonlijke voorkeuren werden getoetst op buitensporigheden en onverkwikkelijkheden. Er mogen geen adoptie lijken in de kast liggen.

Omdat alles in orde was, en er niets buiten de marges van het toelaatbare werd vastgesteld, noch aan het beestje, noch aan het baasje, mocht Pom door de dolblije baasjes geadopteerd worden.

Pom was al eerder met het vliegtuig vanuit Athene overgekomen om tijdelijk bij een opvanggezin in Rotterdam zijn intrek te nemen. Vandaar moest er gezocht worden naar een definitief lig-, eet-, hang-, slaap- en verblijfplaats. Liggen, eten en slapen, het zijn zaken waarvoor je op elk gewenst moment van de dag een kat wakker kunt maken.

‘Volgens de inschatting van Animal Action Greece zijn er momenteel meer dan 4 miljoen zwerfdieren op het Griekse vaste land. Het milde klimaat, de economische omstandigheden en een gebrek aan bewustzijn over dierenwelzijn dragen bij aan deze hoge aantallen. Om het zwerfdierenprobleem aan te pakken, heeft de Griekse overheid een wet voorgesteld die sterilisatie van honden en katten verplicht stelt, inclusief huisdieren. Daarnaast zetten diverse vrijwilligersorganisaties en lokale bewoners zich in om zwerfkatten te voeden, medische zorg te bieden en sterilisatiecampagnes te organiseren.’

Net als in het Nederlandse gevangeniswezen is het ook hier ‘code zwart’. Ook woorden als duizelingwekkende waanzin komen in me naar boven. En dan heb ik het niet alleen over het aantal dieren, maar ook over de talloze organisaties en vrijwilligers die zich met hart en ziel het lot van de zwerfdieren aantrekken en zich inzetten voor een menswaardig dierenbestaan. Het probleem van 4 miljoen zwerfdieren in Griekenland tegenover de Nederlandse paniek over een slordige 150 schuchtere wolven. Het plaatst een en ander wel in perspectief.  

Zwerven, eten, loom voor je uitkijken of gewoon wat slapen, kun je overal. Griekenland is daarbij geen uitzondering. Daar kan ik over meepraten.

Als student zwierf ik samen met een zevental medezwervers door Europa. Gewapend met een Interrail-pas ging het met de trein van Duitsland, Zwitserland, richting Joegoslavië met Griekenland als voorlopige eindbestemming. Om geld uit te sparen sliepen we als echte zwervers onder de blote hemel. Voor de veiligheid hadden we de rugtassen aan elkaar geknoopt en ons met onze dunne slaapmatjes om een fontein heen geschaard.

Het was vroeg in de ochtend. Ik werd wakker en keek recht tegen een kop aan van een immens grote zwarte zwerfhond. Het was een hondenkop met als kers op de taart, een bek vol tanden. Het ademde de grandeur van een machtige farao. Zijn trotse houding dwong respect af en niet alleen bij de honden. De honden renden als een roedel dolgedraaide vazallen om de fontein heen, met ons achttal als angstig middelpunt. De zwerversbaas stond er ongenaakbaar bij te kijken, afgetekend tegen de opkomende zon. Ik weet nog goed dat ik, terwijl ik in mijn broek schijtend, me onbeweeglijk voor dood hield. Voor mijn gevoel zou een willekeurige beweging voldoende aanleiding voor hem kunnen zijn om zich op mijn laf lillend vlees te storten. Je dood houden in aanwezigheid van dieren werkt nog steeds, zeker waar het grote, gevaarlijke exemplaren betreft.

Pom was oorspronkelijk ingevlogen als binnenhuiskat, maar in de praktijk zwierf hij regelmatig buiten rond. Hoe goed binnenhuisbaasjes ook voor hun katten zorgen, ik geloof niet dat een kat zich comfortabel voelt bij een louter binnenhuisleven.

Pom was wel vaker een tijdje weg, maar nog nooit vijf uur achter elkaar. Gelukkig had hij een bandje om zijn nek met daaraan een GPS tracker, zodat hij door de baasjes dag en nacht gevolgd kon worden.

Ze zagen het met lede ogen aan. Pom werd te dik. Pom moest afvallen. Voor dat doel hadden ze speciale brokjes in huis gehaald. Pom werd er niet warm of koud van. Dat oogstte verbazing omdat ze hem kenden als een kat met een bovengemiddelde eetlust. Maar geen spoor van een naar eten hunkerende kater.

De snackbar in de buurt was bekend terrein voor Pom. Om onduidelijke redenen koesterde de Turkse eigenaar een warm hart voor Pom. Voor Pom was het een soort katten paradijs. Hij kreeg er een aai over zijn bol, geserveerd op een bedje van gefrituurde mensenhapjes. Niet persé gezond, maar wel lief en lekker.

Pom werd nog diezelfde avond door zijn baasjes opgespoord. Hij bleek vast te zitten in het afgesloten snackbarparadijs. Ze zagen hem door het raam van de dichte deur onrustig heen en weer lopen. Boos en angstig. Piepen, blazen, mauwen en miauwen. De baasjes overwogen om brokjes door de brievenbus te duwen. Volgens de informatie op de site van de snackbar zou de zaak open moeten zijn. Er hing geen briefje op de dichte deur, met daarop informatie waaruit je zou kunnen opmaken wat er aan de hand was.

Verderop in de straat was nog een snackbar. Deze snackbar was gelieerd aan de snackbar die die dag was omgetoverd in een kattenhel. De baas van de andere snackbar wist te vertellen dat de snackbar waar Pom gevangen zat gesloten was vanwege het Islamitische Suikerfeest. Hoelang zal dat nog duren? De baasjes wisten het niet. Gelukkig wist de man het telefoonnummer van de Turkse eigenaar. Die werd snel opgepiept en even later zwaaide de poort van de hel open. Pom rende hysterisch de vrije wereld in. Hij reageerde nergens meer op. Zijn vacht en zijn dikke opgezette staart zaten onder het frituurvet.  

Niet veel later lag Pom schoon geschraapt, geboend en gewassen weer heerlijk te slapen. Voor hem geen zwerversbestaan meer. Hij had genoeg aan zijn vaste woon-, verblijf- en adoptieplaats. Iedereen had er vrede mee. Pom, de baasjes, de kast met afvalbrokjes, de volgestouwde koelkast en niet te vergeten, zijn vertrouwde zachte kussen.  



 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus