F. Pom
Pom is een zwerfkat van Griekse afkomst. Om in aanmerking te
komen moest er een grondige asielprocedure doorlopen worden om de geschiktheid
voor adoptie te toetsen van zowel beestje als baasje.
Pom is een beestje met een rustig karakter. Een kater met
grijs-wit gevlekte lapjes over zijn lijf met hier en daar bruinoranje vlekken. Ontwormd,
gechipt, gebleekt, nageltjes keurig geknipt, oortjes gewassen, ogen gedept, darmen
geleegd, windjes gelaten, tanden gepoetst. Het is een goedzak, goed met
kinderen, een kater die nog geen vlieg kwaad zal doen. Vogeltjes, muizen en
ratten daarentegen moeten op hun tellen passen. Pom stond volgens de
administratie te boek als een binnenhuiskater, dus buitenhuisdieren zouden
niets van hem te duchten mogen hebben.
De toekomstige eigenaren, de baasjes zogezegd, moesten ook met
de billen bloot. Eigenaardigheden, huiselijke omstandigheden en persoonlijke
voorkeuren werden getoetst op buitensporigheden en onverkwikkelijkheden. Er mogen
geen adoptie lijken in de kast liggen.
Omdat alles in orde was, en er niets buiten de marges van het
toelaatbare werd vastgesteld, noch aan het beestje, noch aan het baasje, mocht Pom
door de dolblije baasjes geadopteerd worden.
Pom was al eerder met het vliegtuig vanuit Athene overgekomen
om tijdelijk bij een opvanggezin in Rotterdam zijn intrek te nemen. Vandaar moest
er gezocht worden naar een definitief lig-, eet-, hang-, slaap- en verblijfplaats.
Liggen, eten en slapen, het zijn zaken waarvoor je op elk gewenst moment van de
dag een kat wakker kunt maken.
‘Volgens de inschatting van Animal
Action Greece zijn er momenteel meer dan 4 miljoen zwerfdieren op het Griekse
vaste land. Het milde klimaat, de economische
omstandigheden en een gebrek aan bewustzijn over dierenwelzijn dragen bij aan
deze hoge aantallen. Om het zwerfdierenprobleem aan
te pakken, heeft de Griekse overheid een wet voorgesteld die sterilisatie van
honden en katten verplicht stelt, inclusief huisdieren. Daarnaast zetten diverse vrijwilligersorganisaties en lokale
bewoners zich in om zwerfkatten te voeden, medische zorg te bieden en
sterilisatiecampagnes te organiseren.’
Net als in het Nederlandse gevangeniswezen is het ook hier ‘code
zwart’. Ook woorden als duizelingwekkende waanzin komen in me naar boven. En
dan heb ik het niet alleen over het aantal dieren, maar ook over de talloze organisaties
en vrijwilligers die zich met hart en ziel het lot van de zwerfdieren
aantrekken en zich inzetten voor een menswaardig dierenbestaan. Het probleem
van 4 miljoen zwerfdieren in Griekenland tegenover de Nederlandse paniek over
een slordige 150 schuchtere wolven. Het plaatst een en ander wel in
perspectief.
Zwerven, eten, loom voor je uitkijken of gewoon wat slapen,
kun je overal. Griekenland is daarbij geen uitzondering. Daar kan ik over
meepraten.
Als student zwierf ik samen met een zevental medezwervers door
Europa. Gewapend met een Interrail-pas ging het met de trein van Duitsland,
Zwitserland, richting Joegoslavië met Griekenland als voorlopige eindbestemming.
Om geld uit te sparen sliepen we als echte zwervers onder de blote hemel. Voor
de veiligheid hadden we de rugtassen aan elkaar geknoopt en ons met onze dunne
slaapmatjes om een fontein heen geschaard.
Het was vroeg in de ochtend. Ik werd wakker en keek recht tegen
een kop aan van een immens grote zwarte zwerfhond. Het was een hondenkop met
als kers op de taart, een bek vol tanden. Het ademde de grandeur van een machtige
farao. Zijn trotse houding dwong respect af en niet alleen bij de honden. De
honden renden als een roedel dolgedraaide vazallen om de fontein heen, met ons
achttal als angstig middelpunt. De zwerversbaas stond er ongenaakbaar bij te
kijken, afgetekend tegen de opkomende zon. Ik weet nog goed dat ik, terwijl ik
in mijn broek schijtend, me onbeweeglijk voor dood hield. Voor mijn gevoel zou
een willekeurige beweging voldoende aanleiding voor hem kunnen zijn om zich op
mijn laf lillend vlees te storten. Je dood houden in aanwezigheid van dieren werkt
nog steeds, zeker waar het grote, gevaarlijke exemplaren betreft.
Pom was oorspronkelijk ingevlogen als binnenhuiskat, maar in
de praktijk zwierf hij regelmatig buiten rond. Hoe goed binnenhuisbaasjes ook
voor hun katten zorgen, ik geloof niet dat een kat zich comfortabel voelt bij een
louter binnenhuisleven.
Pom was wel vaker een tijdje weg, maar nog nooit vijf uur
achter elkaar. Gelukkig had hij een bandje om zijn nek met daaraan een GPS tracker,
zodat hij door de baasjes dag en nacht gevolgd kon worden.
Ze zagen het met lede ogen aan. Pom werd te dik. Pom
moest afvallen. Voor dat doel hadden ze speciale brokjes in huis gehaald. Pom werd
er niet warm of koud van. Dat oogstte verbazing omdat ze hem kenden als een kat
met een bovengemiddelde eetlust. Maar geen spoor van een naar eten hunkerende kater.
De snackbar in de buurt was bekend terrein voor Pom. Om
onduidelijke redenen koesterde de Turkse eigenaar een warm hart voor Pom. Voor
Pom was het een soort katten paradijs. Hij kreeg er een aai over zijn bol, geserveerd
op een bedje van gefrituurde mensenhapjes. Niet persé gezond, maar wel lief en lekker.
Pom werd nog diezelfde avond door zijn baasjes opgespoord.
Hij bleek vast te zitten in het afgesloten snackbarparadijs. Ze zagen hem door het
raam van de dichte deur onrustig heen en weer lopen. Boos en angstig. Piepen,
blazen, mauwen en miauwen. De baasjes overwogen om brokjes door de brievenbus
te duwen. Volgens de informatie op de site van de snackbar zou de zaak open moeten
zijn. Er hing geen briefje op de dichte deur, met daarop informatie waaruit je zou
kunnen opmaken wat er aan de hand was.
Verderop in de straat was nog een snackbar. Deze snackbar
was gelieerd aan de snackbar die die dag was omgetoverd in een kattenhel.
De baas van de andere snackbar wist te vertellen dat de snackbar waar Pom
gevangen zat gesloten was vanwege het Islamitische Suikerfeest. Hoelang zal dat
nog duren? De baasjes wisten het niet. Gelukkig wist de man het telefoonnummer
van de Turkse eigenaar. Die werd snel opgepiept en even later zwaaide de poort van
de hel open. Pom rende hysterisch de vrije wereld in. Hij reageerde nergens
meer op. Zijn vacht en zijn dikke opgezette staart zaten onder het frituurvet.
Niet veel later lag Pom schoon geschraapt, geboend en gewassen weer heerlijk te slapen. Voor hem geen zwerversbestaan meer. Hij had genoeg aan zijn
vaste woon-, verblijf- en adoptieplaats. Iedereen had er vrede mee. Pom, de
baasjes, de kast met afvalbrokjes, de volgestouwde koelkast en niet te
vergeten, zijn vertrouwde zachte kussen.
Reacties
Een reactie posten