L. Zomaar een dag
Toen ik wakker werd straalde door een kiertje het ochtendzonnetje tussen de gordijnen door. Het was een voorbode. Ik deed de gordijnen open en keek uit over een prachtig lentelandschap. Het was al voorspeld dat dit een mooie dag zou worden.
Na het ochtendritueel van scheren en douchen kleedde ik mezelf aan. Een korte
broek voor de gelegenheid, en een kleurig T-shirt. Ik bekeek mezelf in de
spiegel en zag trots dat het afvallen resultaat had gehad.
Na het ontbijt, de koffie en de krant riemde ik mijn honden aan voor onze
gebruikelijke ochtendronde. We stapten naar buiten en koesterden ons in de
warmte van de lente.
Twee meisjes op de fiets passeerden lachend op weg naar school. De schoonheid
van de jeugd.

Ons bos werd een attractie en we kwamen op de televisie in het regionale nieuws. Dat bracht een stroom toeristen op gang en we moesten bij het bos een parkeerplaats maken om overlast van auto’s te voorkomen. Vervolgens kwam er ook nog eens een pannenkoekenhuis bij, gemaakt in de stijl van het heksenhuis in Hans en Grietje.
De straten in het dorp moesten worden verbreed en ook kwamen er stoplichten.
Er kwam tweespalt in het dorp. Het ene kamp was uitermate tevreden met alle veranderingen, maar het andere kamp wilde het oude dorp weer terug. Er kwamen felle discussies in het dorpshuis en mensen spraken niet meer met elkaar. De sfeer in het dorp leek voorgoed te zijn verdwenen.
Ik besloot daarop om geen tweede kabouter neer te zetten en ons dorp zo deze toekomst te besparen. Tevreden liepen mijn honden en ik door.
We liepen langs het bos terug naar huis. We kwamen langs een
weiland.
Voor alle kinderen uit de Randstad: een weiland is een heel groot grasveld,
maar dan zonder bordjes met ‘verboden voor honden’ en vroeger graasden er
koeien in.
Koeien, kindertjes, dat zijn die stukjes vlees in de supermarkt, tussen de kip
en de varkens. Je ziet tegenwoordig geen koeien meer in de weilanden. Ze leven
opeengepakt in donkere stallen en maken sloopmelk.
De zon scheen en de uitgestrektheid van het weiland maakte de ochtend nog
prachtiger.
Aan de andere kant van het weiland stonden twee reetjes en die keken ons van
grote afstand taxerend aan. Moesten ze wegrennen of niet? Ze besloten van niet.
Onze honden hadden de reetjes ook gezien en taxeerden of ze hun jachtinstinct
moesten honoreren of niet. Ze besloten van niet.
Op deze prachtige morgen waren er geen natuurlijke vijanden. De wereld is heel
even te mooi voor natuurlijke vijanden.
We liepen weer terug naar huis en we hadden nog een hele
schitterende dag voor ons.
Zomaar een dag. Wat doe je op zo’n dag?
We zijn gaan picknicken langs het water.
Morgen weer een dag.
Reacties
Een reactie posten