F. Alles is


De berichten in de krant lees ik tegenwoordig met enige tegenzin. De ontwikkelingen in binnen- en buitenland stemmen niet meer tot nadenken. Murw geworden—tot het apathische af. Er sluipt in mijn wezen een stil afgrijzen naar binnen, met daarover een laagje walging gesprenkeld, op een bedje van uitgeharde kots.

Misschien vind je dit wat zwaar aangezet, maar ik vrees dat het de lading dekt.

In mij groeit een bang vermoeden. Wat staat ons in dit kikkerlandje allemaal nog te wachten? De schrik zat er behoorlijk in na het horen wat er was gebeurd in het zonnige Mediterrane Zuiden. Ik refereer natuurlijk aan de stroomuitval op het Iberisch schiereiland. Gelijk werd er gedacht aan een cyberaanval, wat het werk zou zijn van Russische hackers. Het zijn er de tijden naar om kortzichtige afslagen te nemen. Gelukkig bleek het uitvallen van het elektriciteitsnet om iets geheel anders te gaan.

Ik werd te laat gerustgesteld. De alarmknoppen waren ingedrukt—het noodpakket had ik al opengetrokken. Angst en verontwaardiging hadden hun werk gedaan. Adrenaline stroomde in grote hoeveelheden door mijn aderen. Einde nachtrust.

Het bleek om een bekend probleem te gaan. Het domino-effect had van een lokaal probleempje in het elektriciteitsnetwerk een megaprobleem gemaakt, dat Spanje en Portugal in een mum van tijd had teruggebracht naar de donkere Middeleeuwen.

‘Kan dit in Nederland ook gebeuren?’ werd er gevraagd. ‘Ja, dat kan zeker’, vertelde een expert vol trots. Mijn maag kromp ineen. Ik ben erg afhankelijk van een goede stroomvoorziening. Ik noem er een paar: de traplift, de elektrische rolstoel, de scootmobiel en natuurlijk mijn oude vertrouwde makker, de mobiele telefoon.  

De mensen in Spanje en Portugal schrokken zich een hoedje—begrijpelijk. Het waren omstandigheden die je gerust als rampzalig kunt typeren. Ik noem: ‘Vast komen te zitten in een lift’, ‘ziekenhuizen die een groot deel van hun kunnen kwijt zijn geraakt, terwijl je in het donker met de buik opengewerkt op een operatietafel ligt, hopend op een reddend medisch handelen. Het noodaggregaat weigerde dienst. Natuurlijk weer onvoldoende getest’.

Maar er waren ook geruststellende beelden te zien van getroffenen die er het beste van probeerden te maken. Groepjes steeds vrolijker wordende fuifnummers, gewapend met kaarsen en wijn, zittend op een stoel, zomaar buiten op straat. 

Mooie beelden ook, toen de lampen weer aan gingen. Gejoel overstemde de zorgen van de afgelopen uren. Het leek wel alsof het weer Bevrijdingsdag was. Maar nu zonder Yanks en Canadezen, gewoon knusjes onder elkaar.


Ik bladerde wat verder in de krant en zag een opvallende foto. Op een transformatiehuisje stond de volgende leus gekalkt: ‘Alles is’. Op de een of andere manier maakte die waarheid als een koe iets los in mij. Iets warms en prettigs.  Zo zie je maar, niet alles in het leven hoeft moeilijk te zijn of begrepen te worden om een gunstig effect te hebben op een zwaar en somber gemoed.

Ik dacht, misschien is het mogelijk om door de poort van onzinnigheid een land te betreden waar inzicht, tederheid en begrip nog vol in bloei staan. Inzichten komen niet na ellenlange filosofische discoursen, maar ‘zijn er’ gewoon, plotseling, als op een winderige dag, wandelend op het strand.

Zou ‘Alles is’ impliceren dat ook ‘Niets is’? Als dat zo zou zijn dan kunnen we gevoeglijk aannemen dat ‘alles gelijk is aan niets’.  Ziehier—de poort der onzinnigheid. Die staat wagenwijd open. Je hoeft er alleen maar doorheen te gaan.

Ik wil je vertellen over mijn visuele strooptocht door bossen en velden. Ik had allerlei mooie en leuke dingen in gedachten genoteerd. Handig, wanneer je er een stukje over wilt schrijven.

Overal naast het pad waarover ik reed, fluitenkruid in verstild wit. Daaromheen, geel koolzaad in bloei. Tussendoor, opzij, ernaast, grasgroen gras. Voor mij is gras allemaal van hetzelfde soort, terwijl er in Nederland alleen al zo’n 150 verschillende grassoorten zijn. Ik moet bekennen er geen een bij naam te kunnen noemen. Eenvoud maakt macht. Als ‘alles is’, dan toch zeker ook gras. Daar moeten we niet moeilijk over doen.   

Groen, wit en geel, de kleuren van alles wat groeit en bloeit.

Lammetjes, in wit gekleed, soms ook in het zwart. Paardenbloemen, in jeugdig sappig geel of gehuld in een wit grijzig pluizenbollenjasje, wachtend op een briesje dat ze ten hemel zal doen opvaren. Ik vroeg me wel af: ‘Is het ene nu te vroeg, of is het andere te laat?’

Vragen, vragen, vragen. Ga er voorlopig maar vanuit dat alles is, zoals het is.

 

 

Reacties

Populaire posts van deze blog

L. Selena

F. Op weg naar de berg Olympus