Ik weet nog goed dat ik die avond verontwaardigd naar het
scherm keek. Bommen vlogen een flatgebouw in. Niet veel later: vlammen en
granaten in een bomvol ziekenhuis.
‘Dat is toch in strijd met het internationaal oorlogsrecht?’
Het is nauwelijks te geloven dat ik dat toen nog dacht. Maar ja, het was
onderdeel van mijn cultuur om zo te denken. Daar was ik mee vertrouwd.
Intussen is er veel gebeurd.
Niet alleen burgerdoelen en ziekenhuizen zijn geraakt, maar ook het
internationaal oorlogsrecht is aan flarden geschoten. Er is niet veel meer over
van nationale en internationale humanitaire en juridische afspraken en
verdragen. Veel organisaties zijn verboden, de leden opgepakt.
Referenties aan de rechtsstaat zijn ongeldig verklaard. Autocratische leiders
hebben de macht en bepalen zelf wat goed of kwaad is. Daar hebben ze geen
rechtsstaat voor nodig. Een beetje flexibel. De ene dag zo, de andere dag
anders.
Rechters met hun hand op dikke wetboeken — ‘dat zweer en beloof ik’ — zijn
ontslagen of verbannen naar een land met een status niet veel groter dan
Madurodam, met schattige, op maat ingebonden Madurodam-wetboekjes.
Voor de kinderen werd een toneelstuk opgevoerd. Dan kunnen ze zelf ook eens
ervaren hoe het is. De koning wilde ook meedoen.
‘Oké, jij krijgt ook een rolletje.’ Hij lachte. Eindelijk weer eens een lintje
doorknippen. Dat was lang geleden.
De kinderen zaten in een grote groep om de verteller heen.
‘Wat zouden jullie ervan vinden als jullie vandaag zelf bepalen wat we gaan
doen? Dan moeten jullie je hand opsteken en aan mij vertellen wat je leuk
vindt. Hoe cool is dat!’
Er heerste een welwillende stemming, maar je zag in hun ogen dat ze het maar
een vreemde zaak vonden.
‘Wat heeft dat met ons te maken?’ vroeg een jongetje van tien. Hij keek
schichtig om zich heen. De bewakers stonden weliswaar op grote afstand, maar je
weet maar nooit. Vorige week was zijn vriendje opgepakt — verraden.
De verteller legde uit: vroeger werd er door vertellers uit het hele land
allerlei onzin verteld. Er werd glashard gelogen. Volgens een van die
verhaaltjes moest er geleerd worden van de geschiedenis, om het nooit meer zo
ver te laten komen. Het mocht nooit meer worden zoals het vroeger was. Het doel
van deze middag is om jullie te laten ervaren hoe onzinnig dat is.
‘Luister goed. Oude verhalen zijn alleen maar obstakels. Ze voorkomen dat
nieuwe verhalen kunnen groeien. Ze staan het nieuwe geluid in de weg. Niemand
kan het nieuwe ten volle omarmen als hij steeds terugvalt op het oude.’
‘Kennen jullie het verhaal van de Antilliaanse mevrouw die probeerde uit te
leggen wat leguanensoep is? Nee? Dan zal ik het jullie gauw eens gaan vertellen.’
‘Ik zie jullie denken: wat moeten we met een Antilliaanse mevrouw? Maar begrijp
me goed: ze was helemaal geen Antilliaanse mevrouw. Ze was lid van het grote
inclusieve rijk, waar de grote leider door de Wil is aangesteld en onze
belangen dient.
De grote leider is de vertegenwoordiger van de Wil op aarde, die zich naar
verluidt ophoudt achter de bergen.
Iedere avond bracht ze hem leguanensoep. Toen ze de soep voor de eerste keer
opdiende, was hij onaangenaam verrast.
“Wat is dat in hemelsnaam?”
Ze haastte zich te zeggen: “Leguanensoep, meneer. Het is heel lekker. U zult
ervan genieten.”
“Ik ga er niet van eten voordat iemand mij kan uitleggen wat hier gaande is,”
baste hij. De grote leider was ontstemd. Zijn wangen liepen rood aan.
“U moet het zo zien, o machtige, door de Wil aangestelde grootvorst:
leguanensoep is kippensoep, alleen dan van leguanen.”
Ze had het er spontaan uitgeflapt. Het was goed bedoeld. Maar ze schrok ervan. Ze had
iets onbekends, iets nieuws, uitgelegd in termen van het oude. Dat was
verboden. Daar stond een lange gevangenisstraf op.
De leider zakte terug in zijn stoel.
“Voor deze ene keer zal ik het door de vingers zien. Dat mag ik doen, want ik
ben de baas. Niet meer doen, hoor! Voor je het weet trek je het oude weer aan —
discussies over vrijheid, rechtsstaat en internationaal humanitair recht. Je
kent dat wel. Bah, ik moet er niet aan denken.”
Hij schonk snel een glas cognac in.
De kinderen waren erg onder de indruk. De verteller zei:
‘Pak gauw jullie tassen, dan gaan we weer terug de bus in. Ik weet niet hoe
jullie de middag beleefd hebben, maar ik vond het een leerzaam uitje. Wat
jullie ervan vinden, dat doet er eigenlijk ook niet meer toe. Das war einmal.’
Wat ooit “recht” heette, is nu een fluïde begrip dat buigt
waar macht dat nodig acht. Herinneringen aan de rechtsstaat zijn folkloristisch
erfgoed geworden — geschikt voor schoolreisjes, naast klompen en vlaggetjesdag.
De geschiedenis is gedeclasseerd tot storend
achtergrondgeluid. Wie haar aanroept, valt al snel onder “verdacht discours”.
Verhalen over vrijheid? Achterhaald. Verwijzingen naar internationaal recht?
Subversief. Wie zich eraan vastklampt, heeft iets te verbergen.
Wat blijft, is de soep: warm, glad, goedgekeurd. Vraag niet
wat erin zit — dat zou zomaar kunnen lijken op kritiek. Gewoon eten. Slikken.
Glimlachen voor de camera. En als je het echt niet begrijpt: geen zorgen.
Iemand zal het je wel uitleggen. In nieuwe termen. Zonder verleden. Zonder
gevaar.
Soms heb je zin om hele stomme dingen te doen, zoals bomen groeten, een baard laten staan of zomaar wat deuntjes op je telefoon inzingen. Het zijn stuk voor stuk dingen waar ik blij van word.
Op de parkeerplaats laat ik wat verstrooid mijn honden uit de auto. Ik ben met mijn gedachten nog bij Selena, die prachtige Godin uit het boek van Fred. Zojuist heeft ze een triootje gehad met twee vrouwen en dat zit nog in mijn hoofd. Ik lijn de honden vast en loop naar het landgoed van de Ennemaborg. Maar mijn gedachten zijn niet in het prachtige oost-Groningen. Ze zijn bij Selena. In de verte zie ik een vage vrouwelijke gedaante in mijn richting lopen. Ik fantaseer dat het Selena is. Ik loop haar tegemoet. ‘Dit mag niet’, zegt mijn linkerhersenhelft, ‘Selena is het idee van Fred en niet die van jou’. ‘Onzin’, antwoordt mijn rechterhersenhelft, ‘Fred heeft haar bedacht, maar haar vervolgens gepubliceerd. Daarmee heeft hij haar publiek gemaakt en nu mag onze fantasie al onze lusten op haar botvieren’. De vrouwelijke gedaante komt dichterbij. Haar zwarte haar golft zachtjes in de wind. Mijn rechterhersenhelft heeft gelijk en ik besluit om mijn fantasie de vrije teugel te geven....
Sommige dingen weet je gewoon. Ik had me gewassen, geschoren en mijn tanden gepoetst. De aandrang om op reis te gaan kwam van diep van binnenuit. Er was geen sprake van concrete woorden, noch een duidelijke stem. Het was een besef, waarin geen andere keuze overbleef. Ik was vroeg opgestaan, dus tijd genoeg om op het station wat eten en drinken in te slaan. In de haast was ik thuis vergeten om de krant mee te nemen. Met een creditcard op zak stapte ik monter de bus in. Snel hoeft het wat mij betreft niet te gaan als het me maar richting het Centraal Station van Utrecht brengt. Er was op dat moment nog geen sprake van onenigheid tussen mij en het Olympisch gezag. In de verte zag ik een opvliegende witte zwaan. Mijn innerlijk weten had het bij het juiste eind gehad. De natuur, de zon, de blauwe lucht en de witte wolken voelden aan als een bemoedigend klopje op de schouder. Het is nergens voor nodig om je waar dan ook zorgen over te maken. Ik kon me verlaten op m...
Reacties
Een reactie posten